De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Zandverstuivingen of stuifzandgebieden: Kootwijkerzand

Zandverstuivingen en stuifzandgebieden bestaat uit drie delen. Het Kootwijkerzand is er een van. Samen geven ze een goed beeld van dit fenomeen. Kijk ook naar de andere twee delen van zandverstuivingen en stuifzandgebieden:

Lange Duinen en Korte Duinen

Hulshorsterzand

Met 700 hectare is het Kootwijkerzand het grootste stuifzandgebied van West-Europa. Het ligt op de Veluwe in de provincie Gelderland ten zuiden van Kootwijk. Het is eigendom van Staatsbosbeheer. 

Parkeren
Als startpunt voor een bezoek aan het Kootwijkerzand kan gebruik gemaakt worden van een parkeerplaats aan de Houtvester van Het Hoffweg. Deze is te bereiken door vanaf de provinciale weg N310 van Stroe naar Harskamp aan de linkerkant de Heetweg te volgen. Aan de rechterkant van de Heetweg ligt dan weer de Houtvester van Het Hoffweg. Deze parkeerplaats ligt op korte afstand van de 13,5 meter hoge uitkijktoren (GPS-coördinaten toren: N 51°57.810' - O 005°33.148') op het Kootwijkerzand.

Algemeen
Zandverstuivingen of stuifzandgebieden komen nog op een aantal plaatsen in Nederland voor. Aan de basis van deze zandverstuivingen staat dekzand dat tijdens het laatste glaciaal (Weichselien) werd afgezet. Toen het klimaat milder werd, ontstond op dit dekzand vooral bos. Later rooide de mens dat voor een belangrijk deel weer gerooid, omdat hij het hout goed kon gebruiken, maar ook omdat hij de grond nodig had voor landbouw en veeteelt. Door verkeerd gebruik van de bodem kwam het onderliggende dekzand echter weer bloot te liggen waardoor de wind vrij spel kreeg. Het dekzand begon te verstuiven en er ontstonden steeds grotere stuifzandgebieden. Waar deze stuifzandgebieden een voldoende groot oppervlak besloegen, konden zelfs zandduinen ontstaan. In de tweede helft van de 19de eeuw kenden de stuifzandgebieden hun grootste uitbreiding in Nederland. Ze kwamen op verscheidene plaatsen voor en ze namen een behoorlijk oppervlak in beslag. Het hoeft niet te verwonderen dat de stuivende, oprukkende en zich verplaatsende zandgebieden akkers, grasland en zelfs nederzettingen bedreigden. Meer dan eens gebeurde het dat de mens zijn land en woning moest opgeven om zich daarna naar elders terug te trekken. Om dit gevaar het hoofd te bieden, werd bos aangeplant om het zand op te vangen. In dat bos is vaak nog steeds het reliëf van het voormalige stuifzandgebied te zien. Door de aanplant van het bos konden aan de rand van de stuifzandgebieden hoge zandwallen ontstaan. Later ging de mens steeds meer stuifzand bebossen. Daarbij werd vooral naaldhout (meestal grove den) aangeplant. Tegenwoordig is van de stuifzandgebieden minder dan 1500 hectare over.

Kootwijkerzand stuifzand
Afbeelding 1. Uitkijktoren 'De Zandloper' aan de rand van het Kootwijkerzand stamt uit 2017. Hij is 13,5 meter hoog. Wie hem beklimt, heeft een prachtig uitzicht over de zandverstuiving. Maar ook beneden krijgt men een goede indruk van het gebied. GPS-coördinaten toren: N 51°57.810' - O 005°33.148'

Ooit lag er een dorpje op het Kootwijkerzand
Op de plek waar nu het Kootwijkerzand is, lag in de vroege middeleeuwen een dorpje met zo’n 50 tot 150 inwoners. Ongeveer van de achtste tot de elfde eeuw woonden de mensen hier in grote, langwerpige houten boerderijen van zo’n 17 tot 23 meter lang. Maar ook in die tijd ging de mens al niet zorgvuldig met de natuur om. Bomen werden op grote schaal gekapt omdat men hout nodig had om houtskool te maken. Die houtskool gebruikten de mensen om  ijzeroventjes te stoken. De Veluwe kende in die tijd namelijk een bloeiende ijzerindustrie die gebruik maakte van klapperstenen die in het gebied werden gedolven. Naast het kappen van bomen verdween ook veel van de vegetatie doordat akkers werden aangelegd en doordat het vee de bodem kaal graasde. Het dekzand dat zich onder de vegetatie bevond, kwam bloot te liggen. Doordat planten en bomen de bodem niet meer vasthielden, ging steeds meer zand verstuiven. Daar kwam nog bij dat het klimaat op een gegeven moment droger werd. En toen was er ineens geen houden meer aan. Het zand rukte steeds verder op. Oogsten mislukten en het dorpje zelf werd door het zand bedreigd. De bewoners zullen er ongetwijfeld van alles aan gedaan hebben om het dorpje leefbaar te houden. Maar op een gegeven moment lukte dat niet meer. Men moest de boerderijen aan de natuur prijsgeven en wegtrekken naar elders. Het stuifzand zorgde ervoor dat daarna vrijwel alle sporen van de menselijke aanwezigheid werden uitgewist. Waar ooit een dorpje was, is nu stuifzandgebied.

klapperstenen
Afbeelding 2. Klapperstenen. Kijk voor verdere uitleg over klapperstenen op de pagina Klapperstenen.

Dekzand
Bij het dorpje dat ooit op het Kootwijkerzand lag, is sprake van dekzand. Waar kwam dat dekzand vandaan? Ongeveer 116.000 jaar geleden begon het laatste glaciaal (Weichselien). Vanuit het noorden rukte het landijs op. In tegenstelling tot het voorlaatste glaciaal (Saalien) bereikten de gletsjers Nederland echter niet. Wel heersten hier toen vaak barre, polaire omstandigheden. Tijdens een deel van het Weichsel-glaciaal waren de omstandigheden zo bar dat er nauwelijks begroeiing voorkwam. Zo kon de bodem gaan verstuiven. Het wegwaaiende materiaal werd elders weer afgezet. We kennen het als dekzand. Het staat aan de basis van onze zandverstuivingen.

Kootwijkerzand windribbels
Afbeelding 3. De wind vormt allerlei ribbelstructuren in het zand. Deze voorbeelden stammen allemaal van het Kootwijkerzand.

Bij de beschrijving van de locaties is sprake van momentopnames. De kans bestaat dat situaties en het aanzien op een later tijdstip niet meer hetzelfde zijn. Beschouw de vindplaatsgegevens dan ook als richtlijnen die in mindere of meerdere mate veranderd kunnen zijn. Bepaal zo nodig vooraf aan de hand van kaarten of de beschreven situatie overeenkomt met de werkelijkheid.

Tekst: Jan Weertz
Foto's: Jan en Els Weertz
© De Belemniet