De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Fossiele en recente haaientanden

Deutsche Version Deutsche Version


Haaien behoren tot de kraakbeenvissen (Chondrichthyes). Daarmee onderscheiden ze zich van de meeste andere vissoorten die tot de beenvissen (Teleostei) behoren. Zoals de naam al zegt, bestaat het skelet van kraakbeenvissen niet uit bot maar uit kraakbeen. Kraakbeen is een elastisch soort bindweefsel. Bij mensen komen we het bijvoorbeeld tegen in de oren, de neus en bij de tussenwervelschijven. Doordat kraakbeen in vergelijking met bot slecht fossiliseert, vinden we van het skelet van haaien maar weinig gefossiliseerde delen terug. Tot de weinige delen die we er zo nu en dan als fossiel van tegenkomen, behoren wervels. De tanden van haaien worden echter veelvuldig gevonden want ze bestaan uit erg hard tandbeen (dentine) en glazuur. Van deze tanden bezitten de haaien er erg veel. Ze zitten in meerdere rijen achter elkaar in het zachte weefsel (en dus niet in het kraakbeen van de kaak) van de bek van de dieren. Deze tanden worden regelmatig gewisseld. De buitenste tanden vallen dan uit of raken verloren bij het bemachtigen van de prooi. De tanden uit de rij erachter nemen dan hun plaats in. Rijen tanden die daar weer achter zitten, schuiven dan een plaats naar voren op. Op die manier zorgt een haai tijdens zijn leven voor de productie van heel wat tanden. Fossiele haaientanden kunnen daardoor in grote aantallen in sedimentgesteenten voorkomen. Daarin kunnen we ze tegenwoordig terugvinden. Ze kunnen echter ook door erosie uit die sedimentgesteenten vrijkomen waardoor we ze, bijvoorbeeld op sommige stranden, als losse exemplaren kunnen aantreffen.

recente haaientanden
Delen van een recente haaienkaak. De plaats van de tand in het gebit van de haai kan de vorm ervan bepalen. Let op het verschil tussen de tanden bij 1 en 2 in de linker afbeelding en bij A en B in de middelste afbeelding. Afbeelding rechts: Deel van de kaak van een witte haai zoals te zien in Oertijdmuseum De Groene Poort in Boxtel. We zien hier meerdere rijen tanden achter elkaar. Als de buitenste tanden uitvallen, staan alweer nieuwe tanden gereed.

De eerste vondsten van overblijfselen van haaien stammen uit het Devoon dat van 410 tot 354 miljoen jaar geleden duurde. Tegenwoordig leven er zo'n 400 soorten haaien. Ook deze haaien verliezen tanden. Maar hoe weet je nu of je met een fossiele tand of met een recente tand van een nu levende haai te maken hebt? Vaak is dat gemakkelijk te zien. In het algemeen kun je zeggen dat recente haaientanden wit van kleur zijn. Fossiele haaientanden hebben vaak de kleur aangenomen van het sedimentgesteente waar ze in gezeten hebben. Ze zijn meestal grijs tot zwart of beige tot bruin van kleur.

recente haaientanden
Een geprepareerde schedel van een recente haai. Let op de rijen tanden achter elkaar.
 
Haaientanden zijn er in allerlei vormen en formaten. Dat geldt ook voor fossiele exemplaren. Die vormenrijkdom komt doordat verschillende soorten haaien zijn aangepast aan het eten van verschillende soorten voedsel. We zouden dus kunnen zeggen dat hun tanden daarop zijn afgestemd. Maar daarnaast komen ook per soort haai nog eens verschillende vormen tanden voor. Zo kan de plaats van de tand in het gebit de vorm ervan bepalen. Dat hoeven we echter niet zo vreemd te vinden want ook bij ons mensen is de vorm van de tand afhankelijk van zijn plaats in het gebit. Naast de plaats in het gebit kunnen nog andere factoren binnen één soort de vorm van de tanden bepalen. Zo kunnen er verschillende tanden bij mannelijke en vrouwelijke haaien van een soort voorkomen. Verder kan de leeftijd een rol spelen bij de tandvorm. En wat betreft de formaten van de tanden: Je kunt er al vinden die maar enkele millimeters groot zijn. De grootste fossiele haaientanden zijn afkomstig van een haai die Megaselachus megalodon heet. Over de wetenschappelijke naam van deze haai bestaat echter nogal wat discussie. Daardoor komen we hem in de literatuur ook tegen als Carcharodon megalodon of Otodus megalodon. De grootte van deze haai is nog onderwerp van discussie maar er wordt aangenomen dat hij minstens 15 meter lang kon worden. Zijn tanden konden een grootte van wel 17 centimeter hebben. Megalodon verscheen ongeveer 18 miljoen jaar geleden ten tonele. Over het moment van uitsterven is geen eenduidigheid. Zo wordt wel aangenomen dat dit anderhalf miljoen jaar geleden plaatsvond. Volgens andere bronnen zou dat mogelijk pas 50.000 jaar geleden of nog recenter zijn gebeurd.

Tanden van Megaselachus megalodon Fossiele haaientanden uit Marokko Recente haaientanden zijn in het algemeen wit van kleur.
Tanden van Megaselachus megalodon Fossiele haaientanden uit Marokko Recente haaientanden zijn in het algemeen wit van kleur.
De lucifer (4,5 cm lang) dient als 'maatstokje' om de grootte van de fossielen aan te geven. 

De meeste vondsten van fossiele haaientanden in Nederland stammen uit het Tertiair dat van 65 tot 2,6 miljoen jaar geleden duurde en uit de tijdvakken Paleoceen, Eoceen, Oligoceen, Mioceen en Plioceen bestaat. Tegenwoordig wordt dit Tertiair bij ons wel opgedeeld in Paleogeen (Paleoceen, Eoceen en Oligoceen) en Neogeen (Mioceen en Plioceen). Vooral het Neogeen levert ons veel vondsten op. De stranden in Zeeuws-Vlaanderen in de provincie Zeeland zijn bekend voor het voorkomen van fossiele haaientanden. Deze strandenstrook begint eigenlijk al bij Knokke in België en hij loopt via Cadzand door tot bij Nieuwvliet Bad in Nederland. Ook van De Kaloot bij Borssele op Zuid-Beveland (eveneens provincie Zeeland) kennen we fossiele haaientanden. Verder landinwaarts kennen we plaatsen die grote aantallen haaientanden uit het Neogeen hebben opgeleverd. Daarbij denken we aan de vele vondsten die door baggeren en opzuigen bij kalkzandsteenfabriek Hoogdonk bij Liessel in Noord-Brabant zijn gedaan. Niet ver van Liessel ligt Langenboom (gemeente Mill, eveneens Noord-Brabant) waar bij het opzuigen van zand eveneens heel veel haaientanden tevoorschijn zijn gekomen. Zowel de vindplaatsen in Zeeland als Noord-Brabant hebben tanden van de tot de verbeelding sprekende Megaselachus megalodon opgeleverd.

Fossiele haaientanden van de stranden in Zeeuws Vlaanderen. Fossiele haaientanden uit Tertiaire sedimenten bij Antwerpen.
Fossiele haaientanden van de stranden in Zeeuws Vlaanderen. Fossiele haaientanden uit Tertiaire sedimenten bij Antwerpen.

Op fossielenbeurzen zijn tegenwoordig regelmatig tanden uit de aan het Tertiair voorafgaande Krijtperiode (144 tot 65 miljoen jaar geleden) te koop. Deze beige tot lichtbruine haaientanden zijn afkomstig uit bijvoorbeeld Khouribga in Marokko waar ze bij de winning van fosfaat gevonden worden. Ze vallen echter buiten dit item dat alleen over haaientanden uit Nederlandse bodem gaat. 

Voor wie zich verder in tertiaire haaientanden wil verdiepen, zijn wellicht de onderstaande werken interessant. Voor het schrijven van dit item over haaientanden is van een deel van deze werken gebruikgemaakt. 

Gids voor strandfossielen van Cadzand en Nieuwvliet-Bad (eindredactie Ton Lindemann) is een uitgave van de Nederlandse Geologische Vereniging - Afdeling Amsterdam (eerste druk 1998). Bevat allerlei achtergrondinformatie over en veel foto's van allerlei soorten haaientanden uit het Tertiair. (156 bladzijden) 

Brabant tussen walvissen en mastodonten (Fossielen van Liessel) uit 2009 van Noud Peters informeert uitgebreid over de vondsten bij kalkzandsteenfabriek Hoogdonk. Ook haaientanden van deze locatie worden besproken. Het boek is een uitgave van Nationaal Beiaard- en Natuurmuseum Asten / Oertijdmuseum De Groene Poort (110 bladzijden). 

Van reuzenhaai tot Chalicotherium (fossielen uit Mill-Langenboom) uit 2013 van Noud Peters informeert uitgebreid over de vondsten bij Langenboom. Er is ruime aandacht voor haaientanden van deze locatie. Het boek is een uitgave van Oertijdmuseum De Groene Poort (158 bladzijden). 

• In Afzettingen (tijdschrift van de Werkgroep voor Tertiaire en Kwartaire Geologie), jaargang 34, december 2013) verscheen een uitgebreid artikel (20 bladzijden) van Taco Bor met als titel Terminologie en determinatie van haaien- en roggentanden.

Tekst en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet