De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Grindgroeve Savelsbos

Tegenwoordig komt de Maas bij Eijsden in Zuid-Limburg ons land binnen en stroomt via Maastricht naar het noorden. Ruim twee miljoen jaar geleden stroomde de rivier bij Eijsden oostwaarts, via Noorbeek, Simpelveld en Kerkrade door een breed dal naar de Rijn die destijds meer naar het noordwesten stroomde.  In de loop van het Pleistoceen verhief zich de schiervlakte van de Ardennen. Bovendien maakte het gebied in noordwestelijke richting een kantelende beweging. Door deze opheffing en kanteling werd de rivier gedwongen zich in te snijden en een meer westelijke koers te volgen. Ook klimatologische invloeden speelden een rol bij het gedrag van de rivier. Afhankelijk van door het klimaat veroorzaakte variaties in de afvoer van water en sediment sneed de rivier zich in of verbreedde hij juist zijn vlakte. Sporen van de zwerftocht die de Maas in de loop der tijd heeft gemaakt, zijn op veel plaatsen in het landschap van Zuid-Limburg terug te vinden, onder andere hier in het Savelsbos.

Diabaas bij de ingang van de groeve De groevewand aan de noordelijke achterkant Een van de vier stenen op de kruising
De diabaas bij de ingang van de groeve. De noordelijke achterkant van de groeve. Een van de vier stenen op de kruising.

We bereiken de groeve door in het dorp Gronsveld vanaf de Rijksweg de Duijsterstraat te volgen. Deze straat, die al spoedig overgaat in een veldweg, staat bij de plaatselijke bevolking ook bekend als Langsjtraot (Langstraat). Na iets meer dan honderd meter komen we bij een vijfsprong. Deze steken we recht over. De holle weg die we nu volgen, ligt in het verlengde van de Duijsterstraat maar de naam is veranderd. Hij heet hier Saovelswëg (Savelsweg) en hij voert al stijgend rechtstreeks naar het Savelsbos. Als we bij het bos arriveren, zijn we vanaf de Rijksweg ongeveer 30 meter gestegen. Als we achterom kijken, zien we het uitgestrekte Maasdal waarin tegenwoordig niet alleen de Maas stroomt maar waarin we ook grindplassen kunnen zien liggen. Deze zijn ontstaan door het opbaggeren van Maasgrind. We trekken het bos in, passeren een weg die naar links gaat en zien dan niet veel later eveneens aan de linkerkant de ingang van de onderaardse kalksteengroeve Savelsbosch. Hier gaan we nog steeds rechtdoor. Net vóór de eerstvolgende kruising ligt links van het pad de grindgroeve. Ze bestaat uit een open plaats die is ontstaan door het afgraven van het grind. Aan de noordelijke achterkant van de open plaats is een deel van de groevewand zichtbaar. Tegenwoordig is de groeve een geologisch monument. We treffen er zandig grind aan. De bruine kleur van dit grind wordt veroorzaakt door ijzer in de bodem. Bij de ingang van de open plaats ligt een wat grotere zwerfsteen: een diabaas die afkomstig is uit de groeve.

Tegenwoordig worden alle afzettingen van de Maas tot de Formatie van Beegden gerekend. De oudste afzettingen van deze formatie stammen uit het Plioceen en ze zijn zo'n 5 miljoen jaar oud. De Formatie van Beegden is onderverdeeld in een veertiental laagpakketten. Bij deze groeve in het Savelsbos hebben we te maken met het Laagpakket van Sint Geertruid. In het grind van dit laagpakket, dat verscheidene honderdduizenden jaren oud is, komen we gesteenten uit de Belgische Ardennen en Noord-Frankrijk tegen.

Transport van grote stenen door een rivier.
Een experiment met het transport van grote stenen door een rivier. We leggen een steen in een bakje met water. Dit zetten we in de diepvriezer. We krijgen dan een ijsklomp met een steen erin. Die leggen we in een bak met water. Het geheel heeft een soortelijk gewicht dat lager is dan dat van water. Hierdoor drijft het. Als een deel van het ijs wegsmelt, wordt het soortelijk gewicht groter dan dat van water. Het geheel zinkt naar de bodem. Als alle ijs is weggesmolten, blijft de steen op de bodem achter. Zo konden grote stenen door de Maas over een aanzienlijke afstand worden getransporteerd.

De eerder genoemde kruising staat plaatselijk bekend als 'de Veer Sjtejn' (de Vier Stenen). Deze naam dankt ze aan de vier grote zwerfstenen die op de hoeken ervan liggen. Aangenomen wordt dat de Pleistocene Maas dergelijke grote zwerfstenen vanuit de Ardennen naar Zuid-Limburg heeft kunnen transporteren doordat de stenen ingebed waren in ijsschollen. Door de inbedding in het ijs kon de combinatie zwerfsteen/ijs een soortelijk gewicht krijgen dat gelijk of lager was dan dat van het rivierwater. Op die manier was transport mogelijk.

Grindgroeves komen op meerdere plaatsen in het gebied voor. Met het grind werden in het verleden wegen verhard. Soms werd het grind gezeefd en kon het uitgezeefde zand gebruikt worden als metselzand. De grotere stenen waren geschikt voor bestratingswerk of werden in funderingen gebruikt. Een nog groter formaat stenen werd als schampstenen geplaatst bij de inrijpoort van boerderijen. Als de boerenkarren iets te krap de poort indraaiden, raakten ze de schampsteen en zo konden de muren niet beschadigd raken.

(De bereikbaarheid van locaties kan in de loop der tijd veranderen.)

Zie ook:
Geologie van de Maas van bron tot monding
Boek 'Het oudste Limburg'

Tekst en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet