De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Geologie van de Maas van bron tot monding

De Maas ontspringt in Frankrijk op het Plateau van Langres, ten noorden van Dijon. We vinden er ook de bronnen van onder andere de Seine en de Marne. De bronnen van de Maas liggen vlakbij het dorpje Pouilly-en-Bassigny op een hoogte van bijna 410 meter boven de zeespiegel. Ze vormen een klein stroompje. Iets verderop monden andere kleine stroompjes in deze nog prille Maas en langzaam ontstaat iets wat we een riviertje zouden kunnen noemen. De Maas begint hier aan haar meer dan 900 kilometer lange tocht naar de Noordzee. Doordat het een regenrivier is, zal het waterpeil voor een belangrijk deel bepaald worden door het regenwater dat door haar zijrivieren wordt aangevoerd. Daartoe behoren de Semois, Lesse, Sambre, Ourthe, Jeker, Voer, Geul, Roer, Swalm en de Niers. Tijdens haar tocht richting zee, voert de Maas door verschillende landschappen met in de ondergrond verschillende soorten gesteenten uit verschillende geologische perioden.

De eerste bron van de Maas bij Pouilly-en-Bassigny De eerste bron van de Maas bij Pouilly-en-Bassigny
De eerste bron van de Maas bij Pouilly-en-Bassigny

In Frankrijk stroomt de Maas voor een belangrijk deel door het oostelijk deel van het zogenaamde Bekken van Parijs en krijgt daar te maken met gesteenten uit de Juraperiode. Dat zullen vooral kalkstenen zijn. Al snel wordt duidelijk dat de mens deze Juragesteenten op veel plaatsen voor allerlei doeleinden exploiteert. Overal treffen we gebouwen aan die uit zulke kalksteen zijn opgetrokken, bijvoorbeeld bij Ourches-sur-Meuse. Naast de kerk en een wasplaats langs de Maas zijn hier overal muren en muurtjes met deze kalksteen gebouwd.
In Sedan, Charleville-Mezières en omgeving, zien we opnieuw dat deze kalksteen (die hier geel tot geelbruin is) massaal als bouwsteen is toegepast. De herkomst van deze 'Pierre de Dom-le-Mesnil' is in Dom-le-Mesnil. Hij werd vroeger met de zaag in boven- en ondergrondse kalksteengroeves gewonnen. De gele tot bruingele kleur wordt veroorzaakt door ijzeroxiden en ijzerhydroxiden.
De Maas stroomt hier door een brede alluviale vlakte waar een grindpakket is afgezet dat over het algemeen vrij dik is en meestal uit harde brokken kalksteen bestaat. Dit grind wordt bijvoorbeeld gewonnen bij Les Ayvelles. Daar liggen grindgaten die door de winning zijn ontstaan. Ze staan nu vol water.

De Maas bij Pagny-sur-Meuse Gebouwen van 'Pierre de Dom-le-Mesnil' in Charleville-Mezières
De Maas bij Pagny-sur-Meuse Gebouwen van 'Pierre de Dom-le-Mesnil' in Charleville-Mezières

Iets ten noorden van Les Ayvelles ligt Romery waar meerdere verlaten groeves zijn. Het profiel van de groevewanden doet denken aan speklagen: harde banken kalkzandsteen wisselen af met lagen okergeel zand. Deze 'Pierre de Romery' wordt verkocht als bouwsteen en om te bestraten. De zanden worden in de wegenbouw gebruikt en toegepast als vormzand in metaalgieterijen.
Naast kiezeloölieten en Jurakalkstenen voerde de Maas uit het gebied ten zuiden van Charleville-Mezières onder andere graniet, gneizen, porfier, gangkwarts en lydiet als zwerfsteen naar Nederland aan. Deze zwerfstenen zijn via de Moezel in de Maas terechtgekomen. Tot het Midden-Pleistoceen was de Moezel een zijrivier van de Maas.

Bij Charleville-Mezières verlaat de Maas het gebied met Mesozoïsche gesteenten uit de Juraperiode en komt in de Paleozoïsche gesteenten van de Ardennen. De Ardennen zijn opgedeeld in een aantal andere eenheden, onder andere het Massief van Rocroi. De Maas arriveert al snel in dit massief dat bestaat uit kwartsieten, leien, fyllieten en schisten uit het Cambrium.
Een bekend Cambrisch kwartsiet dat we in Nederland als zwerfsteen tegenkomen, is het Revinienkwartsiet. Het is gemakkelijk te herkennen door zijn blauwgrijze kleur en de heel kleine pyrietkubusjes erin. Vaak is de pyriet echter geoxideerd en zijn alleen nog maar de met roest gevulde kubusvormige holten over. Ook kunnen we in Nederland uit het Massief van Rocroi onder andere minder opvallend kwartsiet, fylliet en diabaas als zwerfsteen vinden.

Revinienkwartsiet als zwerfsteen
Conglomeraat van Burnot als zwerfsteen
Revinienkwartsiet als zwerfsteen Conglomeraat van Burnot als zwerfsteen

In Bogny-sur-Meuse vinden we het Conglomeraat van Bogny uit het Devoon dat hier direct op schisten en kwartsieten uit het Cambrium rust. Een conglomeraat bestaat uit afgeronde steentjes die met bijvoorbeeld kwartsiet of kalk aaneen zijn gekit. Conglomeraten lijken daardoor op beton.
De rolstenen van dit conglomeraat zijn moeilijk te onderscheiden van het cement waar ze in zitten doordat zowel rolstenen als cement uit kwartsiet van eenzelfde kleur bestaan. De Cambrische gesteenten waarop het rust, zijn het overblijfsel van afvlakking door erosie van het gebergte dat tijdens de Caledonische gebergtevorming gevormd werd. De rolstenen in het conglomeraat zijn afbraakmateriaal van dat voormalige gebergte.

In Monthermé is, zoals overal in deze omgeving, veel gebruik gemaakt van Cambrische kwartsieten en schisten om mee te bouwen. Hier mondt de Semois in de Maas uit. Enkele kilometers verder ligt 'La roche à Corpias', een spitse rotspunt die uit het Conglomeraat van Bogny bestaat.
Bij Fépin verlaat de Maas het Massief van Rocroi en stroomt dan verder door gesteenten uit het Devoon en Carboon. Het zijn overwegend grijszwarte gesteenten die tijdens de Hercynische gebergtevorming geplooid zijn. Doordat de Maas in het algemeen dwars door de plooien snijdt, is deze plooiing meestal goed te zien. Ook uit dit gebied komen we zwerfstenen in Nederland tegen, onder andere, kwartsieten, het Conglomeraat van Fépin en het Conglomeraat van Burnot.

Net voor Givet ligt een uitgestrekte groeve waar de 'Pierre bleue Givet' gewonnen wordt. Deze 'blauwe steen' is een grijsblauwe compacte kalksteen uit het Devoon. Hij wordt tot onder andere kleine breuksteentjes 'granulats' verwerkt. Deze steentjes komen we overal in de omgeving tegen als verhardingsmateriaal van veldwegen en opritten bij huizen. In Givet komen we de 'pierre bleue' ook tegen als stoepplavuizen, trottoirbanden en als bouwsteen voor huizen.

In Fépin vinden we het Conglomeraat van Fépin en de Arkose d'Haybes uit het Devoon. Beide gesteenten konden vroeger bekeken worden in een groeve. De groeve is echter niet meer vrij toegankelijk. Het Conglomeraat van Fépin is een vrij grofkorrelig conglomeraat met behoorlijk veel kwarts. De cementkleur ervan is rozerood tot vuilwit.

Noordelijk van Givet stroomt de Maas bij Heer België binnen. Vlakbij het kasteel van Freyr vallen grijze rotsen uit het Carboon aan de overkant van de Maas op. Iets meer noordelijk ligt aan de overkant van de rivier de Syncline van Freyr. De komvormig geplooide lagen van de syncline behoren tot het Carboon.

Vlakbij Dinant ligt een tweetal hoge, rechtopstaande rotskammen uit het Carboon. De meest noordelijke daarvan staat bekend als 'Rocher Bayard'. Vooral bij mooi, zonnig weer bieden deze rotsen een spectaculaire aanblik.

Syncline van Freyr De rotskammen bij Dinant
Syncline van Freyr De rotskammen bij Dinant

Zuidelijk van Dave vinden we geplooide lagen van het Conglomeraat van Burnot uit het Devoon. Het bestaat uit rolsteentjes van kwarts, kwartsiet, zwarte toermalijnkwartsiet en zandsteen die door een overwegend wijnrood cement zijn verkit.
Bij Namen mondt de Sambre in de Maas uit. Dankzij deze zijrivier komen we in Nederland nummulietenkalkstenen en zoetwaterkwartsieten als zwerfstenen tegen. De Maas buigt hier naar het noordoosten af. Tot de omgeving van Visé komen we overwegend gesteenten uit het Carboon tegen, vooral kalksteen. In het hele gebied vanaf Givet is deze grijze kalksteen uit het Carboon (en in geringere mate het Devoon) op nogal grote schaal gebruikt om te bouwen. Kalkstenen uit het Carboon vinden we in Nederland terug als zwerfsteen, vaak kolenkalksteen genoemd.

Bij Visé komt de Maas in gesteenten uit de Krijtperiode. Deze leveren vooral vuurstenen als zwerfsteen op. Voorbij Visé komen we overal bouwwerken tegen met kalkstenen uit het Krijt. Deze kalksteen wordt ook gebruikt voor de cementproductie.
De Maas komt bij Eijsden Nederland binnen en stroomt via Maastricht naar het noorden. Ruim twee miljoen jaar geleden stroomde de rivier bij Eijsden oostwaarts, via Noorbeek, Simpelveld en Kerkrade door een breed dal naar de Rijn. Later verplaatste de Maas zich in westelijke richting. Daarbij wisselden perioden van sedimentatie en erosie elkaar af en ontstonden terrassen die op verscheidene plaatsen nog goed in het landschap herkenbaar zijn. De puinwaaier van de Maas strekte zich tot over de Belgische Kempen naar de zee uit.

Vuursteen als zwerfsteen Het Maasdal bij Rijckholt in Zuid-Limburg
Vuursteen als zwerfsteen Het Maasdal bij Rijckholt in Zuid-Limburg
 
Overal in Limburg, aan beide zijden van de grens, zijn getuigen van de oude Maas aanwezig, bijvoorbeeld doordat grotere stenen uit het grind zijn gebruikt als bouwsteen, om te bestraten of als schampstenen bij inrijpoorten van boerderijen. Als men te krap indraaide werden daardoor de muren niet beschadigd.  Heel grote zwerfstenen die tijdens ijstijden in ijsschollen zijn aangevoerd, zijn te bekijken bij het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. Kijk voor meer informatie hierover bij het item Sporen van de oermaas in Zuid-Limburg.

In het Belgische As zijn in een voormalige grindgroeve Maasafzettingen zichtbaar. De Maas heeft hier naast grindlagen, ook kleilagen en zandlagen afgezet. De toepassing van het Maasgesteente is in de omgeving terug te vinden, vooral in kerken werden Maaskeien verwerkt. Bij de bouw van de Amelbergakerk in het Nederlandse Susteren werden die ook gebruikt, onder andere Conglomeraat van Burnot en Révinienkwartsiet. In Sint Odiliënberg is rondom de basiliek veel Maasgesteente terug te vinden, onder andere het Conglomeraat van Burnot.

De Maas stroomt langs Roermond verder, komt door Venlo en stroomt dan tot Arcen nog iets naar het oosten. Daarna stroomt de rivier wat meer naar het westen. Iets voorbij Weil gaat zij de grens tussen Limburg en Noord-Brabant vormen. Bij Mook raakt de Maas Gelderland en gaat in westelijke richting verder. Via de Bergsche Maas bereikt de rivier het Hollands Diep waarna het Maaswater in de Noordzee terechtkomt.


Tekst en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet