|
|||||||||||||||||||||||||||||
Het Savelsbos geologisch bekeken (2)Het ongeveer 240 hectare grote en vijf tot zes kilometer lange Savelsbos ligt ten zuidoosten van Maastricht op de oostelijke Maasdalhelling. Het kent een verscheidenheid aan geologische verschijnselen. Hoewel het is opgebouwd uit in elkaar overgaande bosdelen zoals het Rijckholterbos, het Eijsderbos en het Savelsbos, zal hier alleen de overkoepelende naam Savelsbos gebruikt worden. Bij de afzonderlijke locaties zijn bij benadering de Rijksdriehoekscoördinaten (Amersfoortcoördinaten) aangegeven. Daarnaast worden GPS-coördinaten vermeld. In het Kwartair krijgen we met de Maas te maken. Bij de geologie van het Savelsbos speelt deze rivier een belangrijke rol. Ruim twee miljoen jaar geleden kwam ze vanuit het zuidwesten Zuid-Limburg binnen, ongeveer ter hoogte van het huidige Eijsden. Vervolgens stroomde ze in noordoostelijke richting door een meerdere kilometers breed dal verder. Ze vervolgde haar weg door het gebied waar nu Simpelveld en Kerkrade liggen om dan in de Rijn uit te monden die destijds meer naar het noordwesten stroomde. Later kwam de schiervlakte van de Ardennen langzaam verder omhoog en maakte het gebied een kantelende beweging in noordwestelijke richting. Deze tektonische bewegingen dwongen de Maas om zich in de bodem in te snijden en om meer westelijk te gaan stromen. Dit insnijden van de Maas vond in fasen plaats. Door klimaatsveranderingen veranderden de hoeveelheden water en sediment die afgevoerd werden regelmatig. Daardoor ging de rivier zich de ene keer insnijden om vervolgens weer zijn vlakte te verbreden. Zo ontstonden in Zuid-Limburg door de insnijdingen meerdere terrasniveaus terwijl tijdens de vlakteverbredingen vooral grindpakketten werden afgezet. Sporen van deze oermaas zijn in en rond het Savelsbos goed waar te nemen. De Pleistocene Maasafzettingen rusten er direct op de kalksteen en ze worden tegenwoordig allemaal tot de Formatie van Beegden gerekend. Een voorbeeld van dergelijke afzettingen vinden we in een verlaten grindgroeve, iets ten oosten van kalksteengroeve Savelsbosch. Dit geologisch monument staat ook bekend als groeve Savelsbosch (Amersfoortcoördinaten 312.950 - 180.100 - GPS-coördinaten: N 50°48.379' O 005°44.538'). Aan de noordzijde van de groeve ligt een wand waarin zandig grind ontsloten is. Bij de toegang aan de zuidkant ligt langs het bospad een grotere zwerfsteen. Het is een diabaas die afkomstig is uit de groeve. Iets verder naar het oosten (GPS-coördinaten: N 50°48.349' O 005°44.639') liggen op de hoeken van een kruising van bospaden vier nog grotere zwerfstenen. Aangenomen wordt dat de Maas ze vanuit de Ardennen hierheen heeft kunnen transporteren doordat ze in ijsschollen waren ingebed. Een dergelijk 'conglomeraat' van zwerfsteen/ijs kon een soortelijk gewicht hebben dat gelijk of lager was dan dat van het rivierwater waardoor transport mogelijk was. Iets meer naar het zuidoosten ligt nog een grindgroeve (Amersfoortcoördinaten 312.700 - 180.600 - GPS-coördinaten: N 50°48.199' O 005°44.994'). Bij de toegang tot deze groeve loopt men hier en daar op kalksteen uit het Krijt die zich hier direct onder de Maasafzettingen bevindt.
Het zandige grind uit deze grindgroeves werd vroeger gebruikt om wegen mee te verharden. Soms werd het gezeefd om het zand van het eigenlijke grind te scheiden. Het zand kon dan gebruikt worden om mee te metselen. Grotere stenen uit het grind gebruikte men wel voor bestratingswerk of om funderingen mee op te vullen. Ook werden ze toegepast om de onderkant van muren van vakwerkhuizen mee te metselen. Nog grotere stenen werden als zogenaamde schampstenen bij de inrijpoorten van boerderijen geplaatst. Als men met wagen en kar te krap de poort indraaide, schampte men de muren en beschadigde deze daardoor. Door het plaatsen van de schampstenen werd dit beschadigen verhinderd. In de dorpen rondom het Savelsbos waren tot voor kort nog op een aantal plaatsen dergelijke schampstenen bij boerderijpoorten te vinden, bijvoorbeeld in Eckelrade in de Dorpstraat. Door renovatiewerkzaamheden maar ook doordat men ze overtollig vond, zijn ze vaak verdwenen. En daarmee is dan helaas een stukje historie verloren gegaan.
Eigenaren van woningen en grondstukken die aan met grind verharde wegen lagen en pachters van gemeenteweiden moesten vaak helpen bij het onderhoud van die wegen. Deze hand- en spandiensten stonden plaatselijk bekend als 'botte'. Vaak moesten bij deze werkzaamheden alle gezinsleden meehelpen. Het winnen van het grind in de groeven was daarbij zeker niet zonder gevaar. In 1848 ging het zelfs goed mis toen in een grindgroeve ten noorden van Gronsveld acht mensen onder een instortende grindwand bedolven raakten en daarbij om het leven kwamen. Ter herinnering aan deze verschrikkelijke gebeurtenis werd bij de groeve een hardstenen herdenkingskruis opgericht waarop de namen van de slachtoffers stonden. Het 'botte' raakte kort na de Tweede Wereldoorlog in onbruik. Aan de oostrand van het Savelsbos ligt bij Cadier en Keer de Őrenberg waar het geologisch monument met diezelfde naam is (Amersfoortcoördinaten 315.000 - 181.550 - GPS-coördinaten: N 50°49.435' O 005°45.826'). In deze oude groeve komen we het Őrenbergconglomeraat tegen. Dit conglomeraat bestaat uit zandig Maasgrind dat hier in het Pleistoceen werd afgezet en dat later door insijpelend kalkrijk water werd verkit. De kalk diende dus als cement voor de vorming van dit 'natuurlijke beton'. In deze groeve vinden we het Őrenbergconglomeraat terug in de vorm van een aantal grote steenblokken.
Naast kalksteen en afzettingen van de Maas hebben we bij het Savelsbos met löss te maken. Löss is een windafzetting die vooral okergeel van kleur is en die stamt uit de twee laatste glacialen, het Saalien en het Weichselien. Op enkele plekken in Gelderland na komen we deze afzetting in Nederland alleen in Zuid-Limburg tegen. Het aanvoergebied van de löss moeten we vooral zoeken in het gebied dat nu de Noordzee vormt en dat tijdens de betreffende glacialen droog lag doordat veel water deel uitmaakte van het landijs. Een ander deel van de löss komt uit het deltagebied en de rivierdalen van vooral de Rijn en Maas en de noordelijk ervan gelegen landstreken. Het lösspakket bij het Savelsbos is wisselend van dikte. Aan de rand van het Vroeg-Pleistocene Maasterras dat ongeveer de oostelijke grens van het Savelsbos vormt, is op een aantal plaatsen een groot deel van de löss verdwenen. Het Maasterras gaat hier hellingafwaarts naar het ongeveer 70 meter lager gelegen Midden-Pleistocene Maasterras, waarop Rijckholt en Gronsveld liggen. Als in de winter en het vroege voorjaar de akkers aan die oostgrens van het bos onbegroeid zijn, ligt het er bezaaid met zwerfstenen uit het Maasgrind. Deze komen aan de oppervlakte doordat het bedekkende lösspakket door erosie weggespoeld is. Wat verder naar het oosten, richting Sint Geertruid, zit dit grind alweer onder een lössbedekking van soms wel meer dan tien meter dik. Aan de oppervlakte zien we deze löss echter niet doordat hij onder een laag akkeraarde verborgen gaat. Pas waar een bouwput is uitgegraven voor bijvoorbeeld het maken van een kelder onder een woning of voor het aanleggen van een fundering komen we de löss weer tegen. Soms is löss ontsloten in holle wegen. Holle wegen zijn in de loop der eeuwen uitgesleten door erosie of door het veelvuldig gebruik ervan met karren en wagens. Zo'n ontsluiting treffen we aan bij de Riesenberg waar aan de westkant van de oude boswachterswoning 'De Beuk' (Amersfoortcoördinaten 314.050 - 180.050 - GPS-coördinaten: N 50°48.894' O 005°44.521') links een smal pad in de helling omhoog voert. Hier is al snel aan beide kanten de okergele kleur van de löss te zien (Amersfoortcoördinaten 314.200 - 180.100 - GPS-coördinaten: N 50°48.945' O 005°44.514').
Ook op het terras bij Rijckholt en Gronsveld komen we meerdere meters löss tegen. Aan de voet van het Savelsbos en in de sedimentatiewaaiers van de hierna besproken grubben kan dat ook vanaf het hoger gelegen terras geresedimenteerde löss (colluvium) zijn. In de helling tussen de beide terrassen, dus daar waar zich het Savelsbos bevindt, zoeken we meestal tevergeefs naar löss. Hier treffen we vooral hellingafzettingen aan die grotendeels bestaan uit een mix van verspoelde löss met zand en grind uit Maasafzettingen waarin onder andere ook nog stukken vuursteen uit de Krijtperiode kunnen voorkomen. Kortom, een mengelmoes van de eerder genoemde afzettingen die na erosie in de boshellingen zijn achtergebleven. De hellingen van het Savelsbos zijn doorsneden door een aantal relatief diepe erosiegeulen met vrij steile wanden die plaatselijk bekend staan als grubben. In feite zijn het droogdalen waarin tijdens langere en hevige regenval veel water afgevoerd kan worden en waarin de erosie in korte tijd behoorlijk kan zijn. Voorbeelden zijn de Scheggeldergrub (Amersfoortcoördinaten 312.600 - 180.450) en Schone Grub (Amersfoortcoördinaten 311.950 - 180.200). Ten westen van deze grubben vinden we op het Midden-Pleistocene en Laat-Pleistocene Maasterras hun puinwaaiers met colluvium dat doorspekt kan zijn met stenen uit het Maasgrind en plaatselijk zelfs door het transport afgesleten vuurstenen artefacten.
Na hevige regen- en onweersbuien kwamen nog niet zo lang geleden vanuit de grubben en holle wegen modderstromen door de onder het Savelsbos gelegen dorpen Rijckholt en Gronsveld naar beneden stromen. De laatste jaren behoort dit probleem vrijwel tot het verleden doordat het Waterschap Roer en Overmaas regenwaterbuffers heeft aangelegd. Bij hevige regenval kunnen deze buffers snel vol water lopen om het daarna weer geleidelijk af te geven. Een van die buffers ligt op zo'n 300 meter ten zuiden van de Schone Grub (Amersfoortcoördinaten 312.050 - 179.900).
Zijn tegenwoordige aanzien heeft het Savelsbos pas weer in de tweede helft van de vorige eeuw gekregen toen het in handen kwam van Staatsbosbeheer. Vroeg in de Middeleeuwen vormden de hellingen en de erboven gelegen contreien een groot bosgebied. Vanaf 1100 werden deze contreien echter ontgonnen. Ook in het er onder gelegen hellingbos liet de mens zijn invloed steeds meer gelden waardoor later in de Middeleeuwen maar een schamel restant van het aanvankelijke bos overbleef. Het Savelsbos zoals we dat nu met zijn natuurlijke en geologische verscheidenheid kennen, is er dus lang niet altijd op deze manier geweest. Dit item over het Savelsbos is een deels gewijzigde en iets ingekorte versie van het artikel (Geologie van het Savelsbos) die we hierover in Grondboor & Hamer, Jaargang 69, nummer 2 -2015 publiceerden. Meer
weten over de geologie van het Savelsbos? Kijk dan naar: Het Savelsbos geologisch bekeken (3) (artefacten in een puinwaaier met colluvium uit de Schone Grub) Voorjaarsplanten in het Savelsbos (de relatie van voorjaarsplanten met de bodem)Bij de beschrijving van de locaties is sprake van momentopnames. De kans bestaat dat situaties op een later tijdstip niet meer hetzelfde zijn. Beschouw de vindplaatsgegevens en routebeschrijvingen dan ook als richtlijnen die in mindere of meerdere mate veranderd kunnen zijn. Bepaal zo nodig vooraf aan de hand van kaarten of de beschreven situatie overeenkomt met de werkelijkheid.
Tekst: Jan en Els Weertz |
|||||||||||||||||||||||||||||
© De Belemniet |