|








|
Steenkool: inkolen,
ontstaan, fossiele planten en winning
Deutsche
Version
Inkolen
en het ontstaan van steenkool
Als
plantaardige resten na het afsterven van een plant, struik of boom
snel bedekt raken en van zuurstoftoevoer worden afgesloten, kan een
situatie ontstaan waardoor ze niet vergaan en langzaam maar zeker
kunnen fossiliseren. In eerste instantie ontstaat dan veen. In
een
later stadium kan dat veen bedekt raken met dikke lagen van
bijvoorbeeld zand of klei en daarbij dieper in de bodem terechtkomen.
Door toename van vooral de druk kan het veen nu gaan inkolen. Daarbij
verandert het eerst in bruinkool.
Bovenop deze bruinkool kwamen in de
loop der tijd steeds jongere afzettingen terecht. De bruinkool verdween
verder in de diepte. Hierdoor nam de druk toe en werd de bruinkool
verder samengeperst. Ook de temperatuur nam toe en uiteindelijk
ontstond steenkool. Het hoger worden van de temperatuur met het
toenemen van de diepte kennen we als de geothermische
gradiënt. Dit betekent dat voor iedere honderd meter die we
verder in de bodem doordringen de temperatuur gemiddeld met 3 graden
Celsius omhoog gaat.
 |
Afbeelding
1. Resten van planten uit het Carboon |
Van het oorspronkelijke
plantaardige materiaal zijn vooral afdrukken van bladeren nog heel goed
als zodanig te herkennen. Verder kunnen we in de steenkool
luchtwortels, takken en zelfs stammen van bomen terugvinden. Veen,
bruinkool en steenkool bestaan dus uit plantenresten. Tijdens het
inkolingsproces neemt het gehalte aan koolstof toe. Steenkool kan meer
dan 90% van deze koolstof bevatten.
 |
Afbeelding
2. Steenkool (links),
antraciet (midden; een verder
ingekoolde vorm van steenkool) en eierkolen (rechts) die zijn
gemaakt
van steenkolengruis. |
Steenkool treffen we vooral aan
in afzettingen uit het Carboon en Perm.
Vaak is het zo dat men denkt dat steenkool ouder is dan bruinkool, want
die laatste hoort qua ouderdom meestal in het jongere Tertiair thuis.
Toch is dit niet altijd het geval. Als heel oud plantaardig materiaal
nooit bedekt is geweest met dikke afzettingen en dus ook nooit
behoorlijk verhit is geweest, dan heeft het niet de mogelijkheid gehad
om voldoende in te kolen. Daardoor komen we op aarde op bepaalde
plaatsen ook bruinkool tegen in afzettingen uit Carboon en Perm terwijl
we steenkool soms in afzettingen uit het Tertiair kunnen tegenkomen.
Steenkool kan dus jonger dan bruinkool zijn.
 |
Afbeelding
3. De steenkool in onze omgeving stamt uit het
Carboon. De getallen rechts zijn miljoenen jaren. |
Steenkool in Nederland
en
omgeving
De eerste, nog dunne steenkoolachtige laagjes werden in het zuiden van
Nederland en het aangrenzende buitenland in het Boven-Carboon
(Namurien) gevormd. We kennen ze als brandlei. In dat gebied kwam een
zee voor, maar die viel in de loop der tijd regelmatig voor langere
perioden plaatselijk droog doordat de bodem door gebergtevormende
krachten werd opgeheven. Op de drooggevallen plaatsen ontstonden
moerassen waarin dunne veenlaagjes werden gevormd. Deze ingekoolde
veenlaagjes vinden we tegenwoordig terug als brandlei in bijvoorbeeld
de Kampgroeve bij Cottessen (Nederland) en de Site Calaminaire bij
Plombières (België).
 |
Afbeelding
4. Links:
Laag met brandlei
(pijl) bij de Site
Calaminaire in Plombières. Midden: Close-up
van die
laag. Rechts:
De brandlei vinden we ook in de Kampgroeve bij Cottessen,
onder andere bij de pijl. |
Later in het Boven-Carboon
(Westfalien) maakte Nederland deel uit van
een uitgestrekte kustvlakte. Daar ontstonden in een warm en zeer
vochtig tropisch klimaat (ons gebied bevond zich toen namelijk ter
hoogte van de evenaar) veenmoerassen waarin weelderige bosvegetaties
voorkwamen. Op de bodem daarvan konden zich veenpakketten ontwikkelen.
Doordat de zee de kustvlakte regelmatig weer in bezit nam, werden boven
op deze veenlagen zand en klei afgezet. Dit proces herhaalde zich
meerdere malen waardoor een afwisseling van veen-, zand- en kleilagen
ontstond. Doordat hier bovenop nieuwe afzettingen ontstonden, zakten de
lagen steeds verder weg in de diepte en door de toenemende druk en
temperatuur ondergingen ze een metamorfose. Het veen veranderde door
inkoling uiteindelijk in steenkool. Zand en klei veranderden in het
algemeen in respectievelijk zandsteen en schalie.
 |
Afbeelding
5. Steenkool in het Wurmtal in Duitsland, net over
de grens bij Kerkrade. Deze afzettingen zijn te zien bij de
Carboonroute Wormdal (Wurmtal). |
 |
Afbeelding
6. Ook in molshopen (links)
en de hellingen (midden)
van
de carboonroute in het Wormdal is te zien dat de steenkool niet ver weg
is. We kunnen er
overal kleine stukjes van dit fossiele plantenmateriaal vinden (rechts). |
Doordat de Nederlandse ondergrond
in de loop der tijd door een
kantelbeweging werd beïnvloed, kwam het zuidoosten met de
aangrenzende omgeving (Ardennen en Eifel) omhoog terwijl het
noordwestelijk deel in de diepte wegzakte. Het omhoogkomende gebied in
het zuidoosten werd door erosie weer afgesleten. In het wegzakkende
gebied werden echter steeds nieuwe afzettingen gevormd. Door dit
verschijnsel komt steenkool in Zuid-Limburg en omgeving nu dichtbij de
oppervlakte voor, terwijl hij in de rest van Nederland veel dieper in
de
bodem zit. Deze diepte kan zelfs oplopen tot meer dan vier kilometer!
De steenkoollagen kunnen in Zuid-Limburg één tot
twee meter dik zijn. In de Belgische Kempen is de dikste steenkoollaag
zo'n vier meter.
 |
Afbeelding
7. De afvalhoop bij de steenkolenmijn van Blegny in
België raakt weer langzaam begroeid (links en midden).
Zulke
afvalhopen zijn altijd welkome plaatsen geweest om naar fossiele
plantenresten te zoeken (rechts). |
Steenkoolwinning en
steenkolenmijnbouw
Steenkool werd in de middeleeuwen al als brandstof gewonnen in het
Wurmtal in Duitsland, net over de grens bij Kerkrade. Dat de steenkool
hier al zo vroeg in de geschiedenis op eenvoudige manier gewonnen kon
worden, komt doordat hij er dicht aan de oppervlakte voorkomt en hij
door de eroderende werking van het riviertje de Wurm (Worm in het
Nederlands) in de dalhelling dagzoomde.
De moderne mijnbouw in Zuid-Limburg en omgeving speelde zich
voornamelijk tijdens de vorige eeuw af. Door economische omstandigheden
werd in 1965 besloten om de steenkolenmijnbouw op termijn te
beëindigen. De laatste mijn sloot in 1974 haar poorten. De
Belgische steenkolenmijnen hielden het wat langer uit. Daar sloot in
1992 pas als laatste de mijn bij Zolder.
Tekst: Jan Weertz
Foto's: Jan en Els Weertz
|
|