|
|||||||||||||||||
Over veen en turfAls plantaardige resten na
het afsterven van de
plant, struik of boom snel bedekt raken en van zuurstoftoevoer worden
afgesloten, kan een situatie ontstaan waardoor ze niet vergaan en
waardoor ze
langzaam maar zeker kunnen fossiliseren. Zo’n situatie doet
zich bijvoorbeeld
voor in veengebieden. Veen treffen
we
aan in gebieden waar water stagneert, zoals in moerassen, vennen en
ondiepe
meren. Daar kunnen metersdikke pakketten met zulk afgestorven
plantaardig
materiaal ontstaan waarin dus ook takken en boomstammen voorkomen.
De meeste veengebieden in ons land ontstonden in het Holoceen (tijdens het Atlanticum, ongeveer 8000 tot 5000 jaar geleden) toen aan het einde van de laatste ijstijd (Weichselien) grote ijsmassa's smolten en de grondwaterspiegel omhoog kwam. Hierdoor ontstonden de natte omstandigheden die ideaal waren voor de vorming van veen. Op de bodem van onder andere moerassige gebieden en vennen hoopte zich dood plantaardig materiaal op en zo kon onder de waterspiegel dan veen ontstaan. Veen dat op deze manier ontstaat, noemen we laagveen. Zo'n veenpakket werd in de loop der tijd dikker, vaak vele meters dik, en het kon dan boven het (grond)waterpeil uitkomen. Nieuw laagveen vormde zich dan niet meer omdat afgestorven plantaardig materiaal met zuurstof in aanraking kwam en daardoor verging.
In bepaalde gevallen ging de vorming van veen toch door als het laagveenpakket boven de waterspiegel uitkwam. Daarvoor was dan een bepaald plantje nodig: veenmos (Sphagnum). Veenmos is namelijk goed in staat om zelf veel water - regenwater - vast te houden. Waar veenmos massaal voorkomt, kan daardoor de waterspiegel hoger komen te liggen omdat het water zoals bij een spons vastgehouden wordt. Veenmos sterft aan de onderkant af maar groeit aan de bovenkant door. Veen dat dankzij dit veenmos ontstaat, noemen we hoogveen. Regenwater bevat maar weinig voedingsstoffen wat betekent dat het veenmos in een voedselarme omgeving moet groeien. Tussen het veenmos komen daarom maar weinig andere planten zoals bijvoorbeeld het opvallende wollegras voor. Hoogveen is daardoor veel homogener van samenstelling dan laagveen.
Een van de gebieden waar na het afsmelten van het ijs na de laatste ijstijd veen ontstond, is het gebied van de Dollard in het oosten van de provincie Groningen. Het grootste deel van de Dollard en zijn omgeving bestond destijds uit veen en aan het begin van de jaartelling kwam er al menselijke bewoning voor. De zee begon echter steeds meer een bedreiging voor het veengebied te worden en de mens moest terpen gaan bouwen om de voeten droog te houden. Nog later werden dijken gebouwd. Vanaf de 14e eeuw kwam het echter tot een aantal catastrofale overstromingen waarbij de zee bezit nam van het veengebied en de Dollard ontstond. Het oorspronkelijke veenlandschap werd vervolgens grotendeels opgeruimd en de zee zorgde voor de afzetting van zeeklei bovenop het overgebleven veen. Aan het begin van de 16e eeuw was de Dollard een stuk groter dan de huidige Dollard. Na meerdere inpolderingen was in de 19e eeuw de omvang teruggebracht tot 1/3 van de grootte die hij in het begin van de 16e eeuw had. Tegenwoordig kan men bij graafwerkzaamheden in de Dollardpolders vaak nog zien hoe de zee vroeger het veen overspoeld heeft. Daar ligt zeeklei bovenop het veen. Resten van boomstammen zijn nu nog in dat veen zichtbaar.
Veen werd in het verleden vooral gewonnen om als brandstof te gebruiken. Eerst werd de minder geschikte bovenste laag van het veen verwijderd. Deze laag kon tot turfstrooisel worden verwerkt. Daarna kon begonnen worden met het eigenlijke turfsteken. Eenvoudig gezegd hield dit in dat de turfstekers het veen in rechthoekige blokken uit de bodem staken en die daarna te drogen legden. Daardoor kreeg je de turven. Turf is dus eigenlijk niets anders dan gedroogd veen.
In Oost-Drenthe ligt een hoogveengebied dat in enige mate het massale turfsteken heeft overleefd en waar men zich nog een aardig idee kan vormen van een veengebied: het 2300 hectare grote hoogveenreservaat Bargerveen. De veenwinning werd in dit gebied pas in 1992 beëindigd. Vanaf enkele parkeerplaatsen is het mogelijk om lopend via wegen en paden in het gebied door te dringen.
Naast het Bargerveen
bieden het Veenpark in
Barger-Compascuum en het over de grens in Duitsland gelegen Emsland
Moormuseum
in Geeste - Groß Hesepe de mogelijkheid om op aanschouwelijke
manier nader
kennis te maken met het veen en de turfwinning.
Tekst: Jan Weertz Foto's: Jan en Els Weertz |
|||||||||||||||||
© De Belemniet |