De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Het Savelsbos geologisch bekeken (3)

Het ongeveer 240 hectare grote en vijf tot zes kilometer lange Savelsbos ligt ten zuidoosten van Maastricht op de oostelijke Maasdalhelling. Het kent een verscheidenheid aan geologische verschijnselen. Hoewel het is opgebouwd uit in elkaar overgaande bosdelen zoals het Rijckholterbos, het Eijsderbos en het Savelsbos, zal hier alleen de overkoepelende naam Savelsbos gebruikt worden. In deze tekst besteden we aandacht aan sterk verweerde en afgesleten vuurstenen werktuigen en bewerkingsafval dat vanuit de Schone Grubbe in het Savelsbos en de omgeving in het ten westen ervan gelegen Maasdal zijn afgezet (afbeelding 3). 

Afgesleten en verweerde vuurstenen artefacten tussen het Savelsbos en Rijckholt 

Het gebied tussen het Savelsbos en het dorp Rijckholt (in het Maasdal op een Midden-Pleistoceen maasterras) bestaat voor een belangrijk deel uit weilanden. Zo nu en dan wordt zo’n weiland omgeploegd waarna het vaak opnieuw wordt ingezaaid. Soms wordt er ook een silo voor kuilvoer voor het vee opgeworpen. Tijdens het omploegen en maken van zo’n silo wordt de ondergrond zichtbaar (afbeelding 4). Op zulke momenten vonden we hier op meerdere plekken stenen werktuigen en afval van de vuursteenbewerking van de mens uit de prehistorie1. Deze zogenaamde artefacten komen er in nogal dichte concentraties voor. Ze hebben duidelijk afgesleten ribben en een verweerd uiterlijk met een witte tot blauwgrijze patina (afbeelding 1 en 2). 

vuurstenen artefacten afgesleten
Afbeelding 1. Twee foto's van prehistorische vuurstenen artefacten (afslagen) uit het gebied rond het Savelsbos. Bij beide foto's vertoont het linker artefact geen slijtage. De andere drie artefacten zijn behoorlijk afgesleten. Let daarbij vooral op de afgesleten ribben. Bij de artefacten zonder slijtage is geen sprake geweest van transport/verspoeling. De afgesleten artefacten zijn gevonden in het verspoelingsgebied tussen het Savelsbos en Rijckholt.

Een prehistorische vuursteenmijn in het Savelsbos 

Vuurstenen artefacten zijn in deze omgeving niets vreemds. Net ten zuiden van de Schone Grub treffen we immers een vuursteenmijn uit het Neolithicum (Nieuwe Steentijd) aan. Hier begon de mens zo’n 6000 jaar geleden vuursteen in de kalksteen uit de Krijtperiode te winnen. Deze vuursteen werd gebruikt om werktuigen en wapens van te maken. Om de vuursteen te winnen, werden schachten gegraven tot de gewenste vuursteenlaag bereikt was. Daarna gingen de prehistorische mijnwerkers verder met het graven van horizontale galerijen waarbij de vuursteen vrijkwam. Prehistorische stenen werktuigen en wapens van vuursteen zoals bijlen, boortjes en pijlpunten worden in onze tijd nog steeds in de omgeving van de vuursteenmijn teruggevonden. Ook in de Schone Grub zelf zijn veel sporen van die vuursteenwinning terug te vinden. Het hoeft dus niet zo vreemd te zijn om vuurstenen artefacten tussen het Savelsbos en Rijckholt te vinden. Opvallend blijft wel het verweerde uiterlijk met de duidelijk afgesleten ribben van deze artefacten (afbeelding 1 en 2) die ten westen van het Savelsbos gevonden worden. Ook de grote concentratie van artefacten op de vindplaatsen is opmerkzaam. 

vuurstenen artefacten afgesleten
Afbeelding 2. In het verspoelingsgebied tussen het Savelsbos en Rijckholt zijn ook zogenaamde 'klingkernstenen' gevonden. Van zulke kernstenen werden lange, smalle afslagen afgeslagen. Die afslagen noemen we klingen. De foto's links en in het midden geven daar een idee van. Deze artefacten komen niet uit het verspoelingsgebied tussen het Savelsbos en Rijckholt; ze hebben geen slijtage. De rechter foto laat diezelfde klingkernsteen zien met ernaast een afgesleten klingkernsteen die wel uit het verspoelingsgebied komt.

Franse paters Dominicanen doen onderzoek in het mijngebied 

Sinds de ontdekking in de tweede helft van de 19e eeuw van de prehistorische vuursteenwinning in en rond het Savelsbos bij Rijckholt – Sint Geertruid wordt er veel archeologisch onderzoek in het gebied verricht. Aan dat onderzoek nemen ook de Franse paters Dominicanen deel, die toen in een klooster in Rijckholt verbleven. In 1937 verschijnt van deze paters een publicatie in het ‘Bulletin de la Société Prehistorique Française’. In deze publicatie2 besteden ze aandacht aan verspoelingen van bodemmateriaal (waarin ‘onze’ artefacten met de afgesleten ribben en het verweerde uiterlijk voorkomen) dat zich vanuit de Schone Grub in het Savelsbos in een brede strook in het lager gelegen Maasdal heeft afgezet. In dit verspoelingsgebied verrichtten ze een opgraving. Daarbij vinden ze tot op een meter diep geen enkel vuurstenen artefact. De oppervlakte was op die plaats echter bezaaid met vele artefacten. De paters veronderstellen dat de opgravingsplek in de prehistorie niet bewoond is geweest en dat de artefacten en andere stukken vuursteen al rollend van de helling naar beneden zijn gekomen. Later zouden de boeren deze stenen dan aan de randen van de akkers op hopen hebben gegooid. Ook zouden ze de meest hinderlijke van die stenen hebben begraven. Maar dan vragen de paters zich meteen weer af waarom ze die vuursteenhopen niet meer terugvinden. 

Herkomst van de verspoelde artefacten 

In feite zijn de hiervoor genoemde verspoelingen niet alleen afkomstig uit de Schone Grub. De bodemkaart3 laat zien dat ze ook uit twee meer zuidelijk gelegen dalvormige terreindepressies komen (afbeelding 3). De meest zuidelijk gelegen terreindepressie kunnen we hoogstwaarschijnlijk uitsluiten als herkomstgebied van de hiervoor genoemde artefacten. Daar zijn namelijk maar weinig bewerkte vuurstenen (artefacten) te vinden. In de andere terreindepressie komen wat meer artefacten voor, maar in vergelijking met de Schone Grub is het aantal daar toch maar klein. Het ziet er dan ook naar uit dat alle artefacten die we vonden uit de Schone Grub stammen. Daar zijn ze hoogstwaarschijnlijk weer in terechtgekomen door verspoeling uit de hellingen van dit droogdal en door modderstromen van hoger gelegen terreingedeelten. De hypothese van de paters dat de vuursteen ‘rollend’ van de helling naar beneden is gekomen, is dan ook aannemelijk. 

verspoelde artefacten Rijckholt
Afbeelding 3. Het kaartje geheel links geeft een idee van het verspoelingsgebied3 in het Maasdal tussen het Savelsbos en Rijckholt. De bruine kleur geeft de plaats aan waar zich de puinwaaiers met colluvium bevinden. De blauwe sterretjes markeren de plekken waar de afgesleten artefacten gevonden zijn. De groen gekleurde (veld)wegen geven een indicatie van de ligging van de vindplaatsen. Ze tonen niet het volledige wegenstelsel in het gebied. Zo zijn bijvoorbeeld alle wegen ten westen van de Voerenweg weggelaten. De foto rechtsboven (uit 1989) laat zien hoe de eigenaar van een pas aangelegde volkstuin in het betreffende gebied een heleboel hinderlijke stenen van het perceel heeft verwijderd en aan de rand ervan heeft neergelegd. De foto rechtsonder is in de lente van 2021 op diezelfde plek gemaakt. Van de stenen is niets meer te zien.

Hopen met artefacten langs de rand van de akkers 

En als de paters opperen dat de boeren de vuurstenen waarschijnlijk langs de akkers op hopen hebben gegooid, dan is ook dat aannemelijk. Boeren en andere landeigenaren doen dat tegenwoordig soms ook nog wel (afbeelding 3). In de eerste helft van de twintigste eeuw kwam het rapen van stenen op de akkers zelfs nog veelvuldig voor. Zo vertelde een landbouwer ons dat hij en zijn broertjes en zusjes vroeger regelmatig voor hun ouders stenen op het land moesten rapen. Die stenen gooiden ze dan langs de rand van de akkers. De landbouwer wist verder te vertellen dat dit ook bij andere boerengezinnen een gebruikelijke praktijk was. 

vuurstenen artefacten verwering
Afbeelding 4. In het verspoelingsgebied tussen het Savelsbos en Rijckholt komen we bij silo's en op akkers grote concentraties stenen tegen. Naast de afgesleten artefacten zitten er ook veel verspoelde stenen uit het Maasgrind bij. Deze zijn samen met de vuurstenen artefacten hierheen gespoeld. De foto's zijn afkomstig van dia's die in 1982 zijn gemaakt. Inmiddels (2021) zijn de vindplaatsen weer volledig begroeid.

Waar zijn die hopen met artefacten nu? 

Als de paters zich afvragen waarom die stenenhopen aan de akkerranden niet meer duidelijk terug te vinden zijn, dan is daar een goede verklaring voor te geven. Zo kennen we het geval van een boer uit Rijckholt die aan het begin van de jaren tachtig van de twintigste eeuw een morellenaanplant in het hier besproken gebied rooide. Daarna ploegde hij het perceel om waarna hij er een weiland van maakte. Alvorens het braakliggende perceel met graszaad in te zaaien, gooide hij echter eerst een heleboel van de vuurstenen die hij op het land vond aan de rand ervan op een hoop. In minder dan tien jaar was die stenenhoop al niet meer als zodanig te herkennen. De hoop was met gras begroeid en vormde nauwelijks een oneffenheid in het landschap. Alleen zij die de stenenhoop in het begin gezien hebben, zouden hem tien jaar later nog kunnen vinden. Stenen die vroeger langs de akkers werden gegooid maar daar geen hopen vormden, zullen na een aantal jaren al helemaal niet meer terug te vinden zijn. Een goed voorbeeld van een dergelijke situatie zien we ook bij de foto's van de volkstuin in afbeelding 3 (GPS-coördinaten volkstuin: N 50°47.774' O 005°44.210').

Over puinwaaiers en een erosiegeul 

De ligging van de vindplaatsen van de afgesleten artefacten volgt een opmerkelijk patroon. Ze strekken zich uit van oost naar west om vervolgens af te buigen naar zuid-zuidwest. Daarbij volgen ze min of meer de hoogtelijnen van het hogere terrein naar het lagere deel op het middenterras van de Maas zoals die op de topografische kaart voorkomen. Ook liggen ze in puinwaaiers met colluvium zoals die op de bodemkaart te zien zijn. Waar we de afgesleten artefacten vinden, liep vroeger waarschijnlijk een erosiegeul vanuit de Schone Grub waa ook materiaal uit de twee andere terreindepressies in terechtkwam. 

colluvium puinwaaier Schone Grub
Afbeelding 5.  Regenwaterbuffer langs de Romboutsweg in Rijckholt ten zuiden van de Schone Grub. De bovenste foto's zijn gemaakt tijdens aanpassingswerkzaamheden in het najaar van 2011. De foto's onder geven de situatie weer zoals die er eerder, in de zomer van 2009 uitzag. Door uitspoeling van fijner materiaal zijn daarbij goed de vele artefacten te zien. Door de aanpassing in 2011 ontstond weer een 'vers' oppervlak. Hierbij is duidelijk de begrenzing te zien tussen de geelbruine löss en het colluvium met de verspoelde artefacten. Deze grens is aangegeven met een donkergele stippellijn. 

Afbraak van stenen gaat soms sneller dan men denkt 

Hoe hard gesteenten ook zijn, de natuur breekt op den duur alles af. Een van de belangrijke ‘gereedschappen’ bij die afbraak is tijd. Vaak is het een proces dat miljoenen jaren in beslag neemt. En eveneens vaak worden gesteenten daarbij door bijvoorbeeld rivieren over grote afstanden versleept voordat ze ver afgesleten raken. Maar de slijtage kan ook in relatief korte tijd en na het afleggen van een relatief korte afstand tot stand komen. We zien dat bij deze artefacten die in de meeste gevallen pas zo’n 6000 jaar geleden door de prehistorische mens gemaakt zijn en die over een afstand van vaak niet meer dan een kilometer door water- en modderstromen versleept zijn. De periode van verslepen – en dus van afslijting – zal daarbij zeker korter dan die 6000 jaar geweest zijn. 

modderstromen Rijckholt Romboutsweg
Afbeelding 6. Tijdens zware regenval en onweersbuien stroomden in het recente verleden modderstromen vanaf onder andere de Schone Grub in het Savelsbos via de Romboutsweg door Rijckholt verder het Maasdal in. Tegenwoordig ligt hogerop langs de Romboutsweg een wateropvangbekken waardoor dit fenomeen wellicht tot het verleden zal behoren. De onderste foto laat op de achtergrond de Romboutsweg met in de verte het Savelsbos zien. De bovenste foto toont de Steenstraat die in het verlengde van de Romboutsweg naar het westen loopt om dan op de Rijksweg uit te komen.

Modderstromen in Rijckholt 

Ook tegenwoordig wordt tijdens zware regenbuien en onweersbuien nog regelmatig veel water vanaf de Schone Grub en haar omgeving naar het middenterras van de Maas afgevoerd. Veel daarvan volgt de Romboutsweg die voor een belangrijk deel een holle weg is en dus goed geschikt is om water af te voeren. Nog aan het begin van de 21e eeuw stroomden vanaf die weg modderige stromen dwars door Rijckholt (afbeelding 6). Pas enige jaren later kwam met de aanleg van een regenwaterbuffer langs de Romboutsweg ten westen van de Schone Grub een einde aan deze modderstromen.

Voetnoten/referenties

1) Jan Weertz – Verspoelde artefacten op het middenterras bij Rijckholt – Natuurhistorisch Maandblad (no 12, jaargang 78, december 1989) 

2) Pères Marie-Fabien Moos, Anselme Giraud-Mounier & Joseph Lebret – Fouilles à Rijckholt / Sainte Gertrude – Bulletin de la Sociéte Préhistorique Française (no 6, 1937) 

3) Bodemkaart Ruilverkaveling Mergelland, rapport nummer 692

Meer weten over de geologie van het Savelsbos? Kijk dan naar:

Het Savelsbos geologisch bekeken (1)  (afzettingen uit de Krijtperiode)

Het Savelsbos geologisch bekeken (2)  (afzettingen uit het Kwartair)

Voorjaarsplanten in het Savelsbos  (de relatie van voorjaarsplanten met de bodem)

Tekst, foto's en overzichtskaartje: Jan Weertz
© De Belemniet