De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Sporen van de ijstijd (glacialen)

In de loop van haar geschiedenis heeft de aarde regelmatig ijstijden gekend. En eigenlijk zitten we op dit moment nog steeds in een ijstijd, de Kwartaire IJstijd die ongeveer 2,6 miljoen jaar geleden begon. Een ijstijd is namelijk een periode waarin gletsjers voorkomen. En dat is nu dus het geval. Landijs vormt nog steeds enorme ijskappen op Groenland en Antartica. En elders op aarde komen ook op veel plaatsen gletsjers voor. Denk bijvoorbeeld aan de gletsjers in de Alpen. Een ijstijd bestaat uit glacialen die worden afgewisseld door interglacialen. Tijdens glacialen rukt het landijs op om zich vervolgens tijdens interglacialen weer terug te trekken. Tegenwoordig leven we in zo'n interglaciaal. Maar ook tijdens de glacialen was het niet altijd een koud. We delen ze daarom weer onder in koude stadialen waarin het ijs zich uitbreidde en minder koude interstadialen. Regelmatig hoort men dat de de begrippen 'glaciaal' en 'ijstijd' door elkaar worden gebruikt. Glacialen worden dan wel ijstijden genoemd maar dat is dus eigenlijk niet helemaal juist.

ijstijden en glacialen
Een ijstijd is onderverdeeld in glacialen en interglacialen. In een glaciaal kennen we stadialen en interstadialen.

Tijdens de glacialen van de Kwartaire IJstijd raakten grote delen van het noordelijk halfrond bedekt door reusachtige ijskappen. Doordat veel water in de vorm van ijs op het land was opgeslagen, lag de zeespiegel een stuk lager dan tegenwoordig. Zo zou het bijvoorbeeld tijdens de twee laatste glacialen mogelijk zijn geweest om van het gebied dat we nu als Nederland kennen naar het gebied dat nu Groot-Brittannië is te lopen zonder natte voeten te krijgen. De Noordzee lag namelijk droog door die lagere zeespiegel. Van het voorlaatste glaciaal, het Saale-glaciaal (238.000 - 128.000 jaar geleden), weten we dat honderden meters dikke gletsjertongen tot diep in ons land doordrongen. Ongeveer de helft van Nederland werd erdoor bedekt. Tijdens het laatste glaciaal, het Weichsel-glaciaal (116.000 - 11.500 jaar geleden), kwam het ijs bij ons niet zo ver. Wel heersten hier toen barre, polaire omstandigheden. Ook in de gebergten zoals de Alpen en de Pyreneeën rukten de gletsjers tijdens de glacialen op.

Van die glacialen tijdens het Kwartair kunnen we op het noordelijk halfrond nog allerlei sporen terugvinden die ons veel over die koude klimaatsomstandigheden kunnen vertellen. Reusachtige gletsjertongen drongen tijdens de glacialen diep in het vasteland door. Doordat gletsjers grote hoeveelheden puin (stenen, zand en nog fijner materiaal) met zich meevoeren, kunnen ze als enorme schaven te werk gaan. Harde rotsgesteenten worden tot gladde oppervlakten door ze afgesleten. Dergelijke afgesleten rotsen kom je in heel veel landen tegen. We vinden ze niet alleen in erg noordelijke landen zoals Noorwegen en Zweden, maar ook veel meer zuidelijk in bijvoorbeeld Ierland tussen Macroon en Bantry (foto hieronder links). Door de schurende werking van de gletsjers worden rotsen niet alleen afgesleten maar ook diep ingesleten. Mooie voorbeelden daarvan zijn de 'glacial grooves' op Kelleys Island in het Eriemeer op de grens tussen De Verenigde Staten en Canada (foto hieronder midden) en de 'Vale glaciario do Zêzere' (foto hieronder rechts) in Portugal. Zeker in een land als Portugal zou je een dergelijke door gletsjers uitgesleten vallei niet verwachten. Toch waren hier in het verleden ook veel koudere klimaatsomstandigheden dan tegenwoordig. 

Afgesleten rotsen tussen Macroon en Bantry in Ierland Glacial Grooves op Kelleys Island Door gletsjer uitgesleten vallei in Portugal
Afgesleten rotsen tussen Macroon en Bantry in Ierland Glacial Grooves op Kelleys Island Door gletsjer uitgesleten vallei in Portugal

Wat de uitgesleten valleien betreft, kent Noorwegen bijzondere voorbeelden: de fjorden. Toen na het afsmelten van de ijskappen de zeespiegel weer steeg, liepen veel van deze valleien onder water, zoals bij het fjord bij Fossbakken (foto hieronder links). Een heel beroemd en zeker ook mysterieus water dat zijn ontstaan dankt aan de uitschurende werking van de gletsjers is Loch Ness in Schotland (foto hieronder midden).
Gletsjers voerden grote hoeveelheden puin met zich mee. Tijdens het smelten van de ijsmassa's aan het einde van de glacialen bleef al dat puin achter als het ijs verdwenen was. Soms ligt dat puin er nog net zo bij zoals het tijdens het afsmelten van de gletsjers is afgezet. Als voorbeeld laten we hier zo'n puinpakket bij Derrynabrack (foto hieronder rechts) in Ierland zien. 

Fjord bij Fossbakken in Noorwegen Loch Ness in Schotland Puinpakket bij Derrynabrack in Ierland
Fjord bij Fossbakken in Noorwegen Loch Ness in Schotland Puinpakket bij Derrynabrack in Ierland

Vaak is het fijnere materiaal uit het puin weggespoeld en dan blijven alleen de grotere stenen over. Zulke stenen kunnen enorme afmetingen hebben zoals deze zwerfsteen (foto hieronder links) in Yellowstone National Park in de USA. Nog groter is de Dammesteen bij Hesselager op Funen (foto hieronder midden). Met een inhoud van ongeveer 370 kubieke meter, een omtrek van 46 meter en een gewicht van zo'n 1000 ton is het de grootste zwerfsteen van Denemarken. Van dergelijke grote stenen heeft de prehistorische mens in meerdere landen grafkamers voor zijn overledenen gemaakt. In Nederland noemen we dergelijke grafkamers hunebedden. Het exemplaar op de foto (hieronder rechts) is te zien bij Tynaarlo in Drenthe. 

Zwerfsteen in Yellowstone NP in de USA De Dammesteen in Denemarken Hunebed bij Tynaarlo in Drenthe
Zwerfsteen in Yellowstone NP in de USA De Dammesteen in Denemarken Hunebed bij Tynaarlo in Drenthe

Regelmatig treffen we op dergelijke zwerfstenen grote aantallen krassen aan. Die krassen zijn ontstaan doordat de rotsblokken in de gletsjer langs elkaar en over de bodem schuurden. Een mooi voorbeeld van een grote zwerfsteen met zulke gletsjerkrassen ligt bij Steinfurt in Duitsland (foto hieronder links). Maar ook de kleinere zwerfstenen zijn de moeite waard. De foto hieronder in het midden laat de veelheid aan soorten gesteenten zien die we als noordelijke zwerfsteen in Nederland kunnen verzamelen.
Doordat de gletsjers als enorme bulldozers werkten, stuwden ze dikke pakketten van de bodem op. Hierdoor ontstonden zogenaamde stuwwallen. Dergelijke stuwwallen treffen we niet alleen in Nederland zoals bij Rhenen (foto hieronder rechts) aan maar ook in bijvoorbeeld het aangrenzende Duitsland.

Gletsjerkrassen op een zwerfsteen bij Steinfurt Diversiteit aan zwerfstenen Stuwwal bij Rhenen
Gletsjerkrassen op een zwerfsteen bij Steinfurt Diversiteit aan zwerfstenen Stuwwal bij Rhenen

Tijdens de glacialen kwamen ten zuiden van het landijs de al eerder genoemde poolwoestijnen voor. Daar had de vegetatie nauwelijks een kans. Grote hoeveelheden zand en fijner materiaal werden door de wind weggeblazen. De löss in bijvoorbeeld Zuid-Limburg - hier in een bouwput bij Eckelrade (foto hieronder links) - is ontstaan door de afzetting van dergelijk fijn materiaal dat meer noordelijk werd opgewaaid en over grote afstanden in de lucht getransporteerd. Wie ooit tijdens een storm op het strand of in een ander zandrijk gebied heeft gelopen, weet dat zandkorrels op een pijnlijke manier de huid kunnen striemen. Zand kan zandstralen! Soms vinden we zelfs stenen die tijdens de glacialen in de poolwoestijn door het zand gezandstraald zijn. We noemen ze windkanters. Ze hebben typische geslepen oppervlakten waarbij duidelijke 'ribben' te zien zijn (foto hieronder midden).

Niet alleen aan de oppervlakte, maar ook in de bodem zijn sporen van de glacialen terug te vinden. Een klein bovenste deel van de diep bevroren bodems van de poolwoestijnen kon tijdens de korte zomers dooien om tijdens de winters weer te bevriezen. Hierdoor werd de bodem verkneed en ontstonden vorstwiggen. Het ijs in deze wiggen duwde de bodem uit elkaar waardoor het ijswig kon groeien. Later raakten deze wiggen met andere afzettingen opgevuld en daardoor kunnen we tegenwoordig bij graafwerkzaamheden goed zien waar ze gezeten hebben (foto hieronder rechts).

Bouwput met löss bij Eckelrade Windkanters Een vorstwig
Bouwput met löss bij Eckelrade Windkanters Een vorstwig

Naast de hier genoemde sporen zijn er nog veel meer, andere getuigen van de glacialen in het landschap te zien. Met de hier genoemde sporen heeft men echter al heel wat om mee te starten. Wie eenmaal één voorbeeld van een bepaald verschijnsel heeft gezien, weet andere gelijksoortige verschijnselen wel vanzelf te vinden.

Tekst en foto's: Jan Weertz

© De Belemniet