De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Belemnieten

Deutsche Version Deutsche Version

Belemnieten zijn een uitgestorven groep tienarmige inktvissen. Ze behoren tot de stam (phylum) van de weekdieren (Mollusca). Deze stam is weer in een aantal klassen onderverdeeld. Daartoe behoren de klasse van de tweekleppigen (Bivalva), de klasse van de slakken (Gastropoda) en de klasse van de koppotigen (Cephalopoda). Net zoals de eveneens uitgestorven ammonieten, behoren de belemnieten tot de koppotigen (Cephalopoda).

belemniet
belemnieten
Globale reconstructie van een belemniet. Midden: Belemnieten (Belemnitella mucronata) uit de Krijtperiode van Zuid-Limburg. Bij de exemplaren rechts is de alveolus nog aanwezig. De speld is drie centimeter lang. Rechts: verschillende soorten belemnieten uit de Krijtperiode met verschillende groottes. De kleine exemplaren boven (Neohibolites minimus) en de grote belemniet in het midden zijn afkomstig uit Duitsland. De belemniet onderaan (Belemnellocamax mammilatus) stamt uit Zweden. 

Belemnieten leken erg veel op de huidige pijlinktvissen, die ook tien armen hebben op de kop rondom de mond. In deze mond zitten kaken die iets aan een snavel doen denken. Pijlinktvissen, die ook in de Noordzee voorkomen, kunnen een inktachtige vloeistof uitscheiden als ze zich bedreigd voelen. Via een trechter kunnen de dieren water met kracht uitstoten en zich daardoor voortbewegen. 

belemnieten uit Krijt en Jura sepia
Belemnieten in het gesteente waarin ze oorspronkelijk zijn afgezet. Links: belemniet in kalksteen uit de Juraperiode (Beieren, Duitsland). Rechtsboven: belemniet (Belemnitella mucronata) in kalksteen uit de Krijtperiode (Zuid-Limburg, Nederland). Rechtsonder: belemniet in vuursteen uit de Krijtperiode (Limburg, België). De speld is drie centimeter lang. Het inwendige skelet van een sepia ofwel zeekat dat we soms aan het strand vinden.

Een andere soort inktvissen in de Noordzee zijn de zeekatten ofwel sepia's. Hun inwendige schelp vinden we regelmatig op de stranden langs de Noordzee. Deze schelpen bestaan uit aragoniet en ze worden in dierenwinkels wel als zeeschuim verkocht om als kalkbron voor vogels te dienen. De platte inwendige schelpen van de sepia zien er echter heel anders uit dan die van belemnieten die kogelvormig zijn.

belemniet in vuursteen
Belemnieten komen soms vanzelf los uit het gesteente waarin ze oorspronkelijk zijn afgezet. De achtergebleven holte wijst dan op de aanvankelijke aanwezigheid van het fossiel. Dat is hier te zien bij deze kernsteen uit de steentijd die bij Rijckholt in Zuid-Limburg is gevonden.

We kennen belemnieten uit het Paleozoïcum en Mesozoïcum. Ze kwamen het meeste voor tijdens Jura en Krijt. Aan het einde van het Krijt stierven ze uit.

allerlei soorte belemnieten

Verschillende soorten belemnieten met verschillende groottes (de speld is drie centimeter lang)

(1) Belemnellocamax mammilatus - Boven Krijt - Ignaberga (Zweden)
(2) Belemnopsis bessina - Jura - Bathonien - Marnes de Port-en-Bessin - Port-en-Bessin Frankrijk
(3) Neoclavibelus subclavatus - Jura - Toarcien - Altdorf - Duitsland
(4) Gonioteuthis quadrata quadrata - Krijt - Campanien - Höver - groeve Alemannia - Duitsland
(5) Passaloteuthis sp. - Jura - Toarcien - Mistelgau - Duitsland
(6) Hibolites calloviensis - Jura - Callovien - Würgau - Duitsland
(8) Passaloteuthis paxillosus - Jura - Pliensbachien - Eislingen - B10 wegenwerken - Duitsland
(9) Gonioteuthis quadrata - Krijt - Campanien - Höver - Duitsland

De levenswijze van de belemnieten zal op die van onze moderne zeekatten (sepia's) en pijlinktvissen hebben geleken. Wellicht hebben belemnieten in scholen geleefd. Zuignappen zoals we die van tegenwoordige inktvissen kennen, hadden de belemnieten niet. In de plaats daarvan hadden ze haakjes van kalkfosfaat om de prooi vast te grijpen. Hun snavelachtige, hoornen kaak is vergelijkbaar met die van de pijlinktvissen en zeekatten. Als voedsel zullen waarschijnlijk onder andere vissen hebben gediend. Zelf zullen de belemnieten weer zijn opgegeten door andere roofdieren zoals de uitgestorven ichthyosaurus. In fossiele magen van deze zeereptielen zijn namelijk wel vaker kalkfosfaten haakjes van de vangarmen van belemnieten gevonden. Belemnieten konden zo'n vier jaar oud worden.

belemnieten zoeken
Om belemnieten te vinden, hoef je in Zuid-Limburg lang niet altijd in de kalksteenafzettingen uit de Krijtperiode te zoeken. Bij deze afbeelding wordt aan de rand van een holle weg in de berm gekeken in grond die door dassen bij het graven van hun burcht (hol) naar buiten is gewerkt (midden). Doordat de dassen bij het graven in de juiste afzettingen terechtkomen, vinden ook belemnieten hun weg naar buiten, zoals rechts in de afbeelding te zien is. Bij het zoeken is het natuurlijk wel zaak om op de weg te blijven en niet over de uitgeworpen grond in de helling omhoog te klauteren. Ook in molshopen kunnen op deze manier belemnieten gevonden worden.

Rostrum, phragmocoon en proöstracum vormen tezamen het inwendige skelet van een belemniet. Als fossiele overblijfselen van belemnieten vinden we tegenwoordig meestal alleen maar het achterste deel van de inwendige schelp terug. We noemen dit het rostrum. In de volksmond wordt dit rostrum net zoals het gehele dier gewoon 'belemniet' genoemd. De holte aan de voorkant van dit rostrum noemen we de alveolus. Als we belemnieten vinden, is deze alveolus vaak afgebroken en dus verdwenen. Soms is de alveolus wel nog aanwezig en in zeldzame gevallen treffen we nog het phragmocoon aan; een conisch uitlopend schelpdeel aan de voorkant. Tenslotte groeit aan de voorkant van het phragmocoon het proöstracum. Maar ook dat treffen we vrijwel nooit aan als we belemnieten vinden. Het fragiele phragmocoon bestaat uit aragoniet. Het massieve en daardoor robustere rostrum daarentegen is van calciet. Daardoor fossiliseert het rostrum beter. 

tekening belemniet
Schema van een belemniet. Rondom een rostrum dat in Zuid-Limburg is gevonden, is een reconstructie gemaakt. De delen in witte tekst zijn weke delen. Van de tentakels zijn er hier zes van de tien weergegeven. De delen in groene tekst zijn harde delen. In het algemeen wordt alleen het rostrum met soms nog een stukje van de aveolus teruggevonden.

belemnieten
Boven: Bij deze belemnieten uit Zuid-Limburg is de aveolus nog zichtbaar. Onder: Uit de Jurakalksteen van Solnhofen in Duitsland zijn goed geconserveerde belemnieten bekend. De alveolus en het phragmocoon zijn hier nog aanwezig.

Dergelijke rostra kunnen we in bepaalde afzettingen in grote aantallen aantreffen. Zo vinden we in Zuid-Limburg in afzettingen uit het Boven-Krijt (Formatie van Gulpen) het zogenaamde belemnietenkerkhof dat zijn naam dankt aan deze grote aantallen. Hoewel we meestal alleen het rostrum terugvinden, zijn ook goed geconserveerde belemnieten bekend. Daarbij zijn zelfs de weke delen herkenbaar. Door deze vondsten weten we dat levende dieren overigens veel groter waren dan uit de gevonden rostra blijkt. 

Belemnieten uit Vijlen Kalk (belemnietenkerkhof)
Belemnieten, gevonden in Zuid-Limburg in grond die door dieren tijdens het graven van hun holen en gangen naar buiten is gewerkt. Sommige exemplaren (midden) zijn flink verweerd. Bij het afgebroken rostrum rechts zien we een structuur van radiale vezelkristallen.

De meeste rostra van belemnieten zijn niet langer dan tien centimeter maar er zijn exemplaren van bijna een halve meter bekend. Deze zeer grote rostra zijn afkomstig van Megateuthis gigantea die tijdens de Juraperiode leefde. Het dier zelf moet zo'n drie meter lang zijn geweest.

Belemnieten Megateuthis
Fossielen van de belemnieten Megateuthis giganteus (boven) en Megateuthis elliptica (onder). Het rostrum van Megateuthis gigantea kan ruim 45 cm lang worden. De dieren zelf moeten dan zo'n drie meter lang zijn geweest. Let op de opvallende groeven aan de top van het rostrum. Het rostrum van Megateuthis elliptica op deze foto is 39,5 cm lang. Beide belemnieten stammen uit de Juraperiode (Dogger). Ze zijn gevonden bij Velpe in Duitsland.

belemnieten
Links: Gonioteuthis quadrata gracilis (Krijt - Campanien - Höver - groeve Alemannia - Duitsland). Rechts: Belemnella lanceolata (Krijt - Campanien - groeve Holcim - Harmignies - België). De speld is drie centimeter lang.

belemniet in Hadamar
In gebouwen kan men soms mooie fossielen en dus ook belemnieten tegenkomen. Onder andere deze exemplaren ontdekten we in de rode kalksteenplavuizen van de Kirche St. Johannes Nepomuk in Hadamar in de Duitse deelstaat Hessen.

Tekst en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet