De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Fossielen: het is niet altijd wat het lijkt

Een ander fossiel dan je denkt of helemaal geen fossiel

De speld bij de foto's dient als aanduiding van de grootte. Ze is drie centimeter lang.

In de tijd waarin men nog relatief weinig wist van de geschiedenis van de aarde en de levensvormen uit het verleden, was het voor onderzoekers vaak moeilijk om bepaalde vondsten goed te duiden en om min of meer juiste reconstructies te maken. Dat leverde dan vaak bijzondere interpretaties op. Het aantal mensen dat zich destijds daadwerkelijk met deze materie bezighield, was niet zo groot. Tegenwoordig weet vrijwel iedereen wat fossielen zijn. Men hoort erover op school, leest er boeken over en ziet documentaires op tv of filmpjes op internet. Toch geldt nog steeds dat in de wereld van de fossielen niet altijd alles is wat het lijkt te zijn. Stenen met grillige vormen kunnen je soms het idee geven dat je met een fossiel van een plant of dier te maken hebt terwijl dat helemaal niet het geval is. En soms gaat de vondst wel degelijk om een fossiel, maar dan wel een ander fossiel dan je denkt. 

Verkeerde interpretaties in het verleden 

Voor een mooi voorbeeld van de manier waarop vroeger naar onbekende nieuwe vondsten werd gekeken, gaan we naar het jaar 1856. In een dal in de buurt van de Duitse stad Düsseldorf werd in die tijd kalksteen gewonnen. Daarbij stuitte men op twintig meter boven de dalbodem op een kleine grot. In de grot werden oude botten gevonden. Er lagen onder andere twee dijbeenderen en een schedeldak. De eigenaar van de groeve dacht dat het botten van een beer waren. Hij ging ermee naar een in de buurt wonende natuurkundeleraar die zag dat het om menselijke resten ging. Maar die moesten wel erg oud zijn want ze zagen er zo anders uit dan bij hedendaagse mensen. De beenderen van de ledematen waren vrij dik en de dijbeenderen waren nogal krom. Het schedeldak had zware wenkbrauwbogen en een terugwijkend voorhoofd. 

De leraar dacht dat hij weleens te maken kon hebben met overblijfselen van een slachtoffer van de zondvloed die in de hoog in de helling gelegen grot waren gespoeld. En met die zondvloed werd dan de Bijbelse zondvloed bedoeld waarmee destijds in de geologie allerlei fenomenen werden verklaard. In de erop volgende jaren gaven allerlei deskundigen hun mening over deze vreemde menselijke resten. Die vreemd uitziende botten zouden van een barbaar kunnen zijn die in deze contreien rondliep voordat de Kelten en Germanen hier woonden. Later beweerde een andere deskundige met stelligheid dat de botten toch niet zo oud waren. Het vreemde uiterlijk ervan – zoals die kromme dijbeenderen en dat rare schedeldak – zou duidelijk maken dat ze toebehoorden aan iemand die in zijn jeugd rachitis en artritis had en die op een gegeven moment een aantal behoorlijk flinke klappen op zijn hoofd had gekregen. Vandaar dus die dikke, kromme dijbenen en dat rare schedeldak … … … 

Dat men tot deze bijzondere conclusies kwam, hoeft niet zo vreemd te zijn. Er waren immers maar bepaalde delen van het skelet gevonden en bovendien stonden vele wetenschapsgebieden in de tweede helft van de 19e eeuw – in vergelijking met nu – nog in de kinderschoenen. Pas later is men erachter gekomen dat de het om botten van een Neanderthaler ging, een uitgestorven mensensoort die tot zo’n 40.000 jaar geleden op aarde leefde.

botten Neanderthaler
Afbeelding 1. Schedeldak en dijbeen van de Neanderthaler uit het dal in de buurt van Düsseldorf zoals die (samen met de andere skeletdelen) te zien zijn in het LVR Landesmuseum Bonn. 

Gezien vanuit de bril van onze huidige kennis, nam de interpretatie van vondsten soms bizarre vormen aan. Zo dacht men vaak dat grote botten en tanden van uitgestorven dieren afkomstig waren van reuzen of mythische wezens. Vanuit dat idee konden vondsten tot allerlei fantastische ‘reconstructies’ leiden. Men schreef ze zelfs toe aan draken en zeemonsters. Zo werd aan het eind van de 17e eeuw uit vondstmateriaal in de Harz in Duitsland een tweepotige eenhoorn geconstrueerd. De originele botten waaruit dit mythische beest werd samengesteld zijn helaas verloren gegaan. Vermoedelijk zaten er overblijfselen van een mammoet, de wolharige neushoorn en de slagtand van een narwal bij. Een in die tijd gemaakte schets van het beest toont – om het iets plastisch in eigen woorden te zeggen – een hoogpotig schepsel met een lange eenhoorn op de kop dat genen gehad lijkt te hebben van een kruising tussen een tweepotige dinosaurus en een kangoeroe. In het Museum für Naturkunde in Magdeburg is tegenwoordig een 2½ meter hoge replica te zien die aan de hand van het schetsmateriaal uit de 17e eeuw is gemaakt. 

Verkeerde interpretaties toen en nu 

Deze voorbeelden zouden aangevuld kunnen worden met nog andere voorbeelden. Voor het goede begrip van zulke verkeerde interpretaties in het verleden is dat echter niet noodzakelijk. Het mag duidelijk zijn dat vonden van fossielen in vroegere eeuwen soms verkeerd door de deskundigen geduid werden door een beperkte wetenschappelijke kennis, vaak in combinatie met hoe men in die tijd op religieus gebied dacht. Tegenwoordig beschikt men over een veel uitgebreidere kennis en zijn fossielen in het algemeen ook ‘losgeweekt’ van religieuze verklaringen. Verkeerde interpretaties in onze tijd hebben dan meestal ook meer te maken met de verkeerde duiding door individuele personen die zich bijvoorbeeld als vrijetijdsbesteding met fossielen bezig houden. 

Verkeerde interpretaties in het heden 

De onderstaande voorbeelden geven een idee van verkeerde interpretaties in het heden. Het is niet altijd wat het lijkt. 

stekels zee-egel
Afbeelding 2. Het brok kalksteen links komt uit Noord-Frankrijk en hoort qua geologische ouderdom in de Juraperiode thuis. In het brok zien we een soort eitjes zitten (met detailopname bij de foto in het midden). Het gaat hier echter niet om eitjes maar om stekels van een zee-egel. Stekels van een zee-egel hoeven niet altijd als een stekel uit te zien. Dat zien we bij het voorbeeld rechts dat een zee-egel met stekels laat zien die in Juragesteente uit Marokko is gevonden. In dit geval gaat het om een zee-egel waarvan de stekels, nadat ze uit het oorspronkelijke gesteente waren vrijgeprepareerd, weer in een kunstmatige matrix zijn teruggeplaatst. 

stekels zee-egel belemniet
Afbeelding 3. Het bovenste voorwerp op de foto links is (een rostrum van) een belemniet uit de Krijtperiode in Zuid-Limburg. Belemnieten zijn uitgestorven inktvisachtigen. De twee voorwerpen eronder zijn stekels van een recente zee-egel die op een stenenbeurs als belemnieten werden aangeboden. Ze lijken inderdaad iets op belemnieten maar zijn dat dus zeker niet. De foto in het midden laat een zee-egel uit het Boven-Krijt van Zuid-Limburg zien. Een middelbare scholier toonde zo’n zee-egel en vertelde erbij dat zijn opa “deze versteende schildpad” in een kalksteengroeve in Zuid-Limburg gevonden had. Zelfs “de opening voor de kop van de schildpad” was volgens de scholier nog goed te zien (foto rechts). 

graafgangvuursteen Boven-Krijt Zuid-Limburg
Afbeelding 4. “Kijk, een stuk van de versteende staart van een olifant. Het merg zit er zelfs nog in. Je mag hem hebben” zei de vinder van deze graafgangvuursteen uit de kalksteen van het Boven-Krijt in Zuid-Limburg. Graafgangvuurstenen ontstonden doordat gangen van in de bodem gravende Decapoda later opgevuld raakten met siliciumdioxide. Door hun pijpvormige en takvormige voorkomen worden ze door leken nogal eens aangezien voor fossielen. 

travertijn - fossiel koraal Devoon
Afbeelding 5. Travertijn zoals op de foto links werd op een stenenbeurs aangeboden als fossiel koraal. Zulke grillige vormen kunnen ontstaan door het neerslaan van kalk rond bijvoorbeeld kleine takjes of andere takachtige vormen. De tweede foto laat zien hoe fossiel koraal er echt uit kan zien. Dit koraal is afkomstig uit het Midden-Devoon van de Eifel in Duitsland. De derde foto toont een ‘apenkopje’ dat een leerling enthousiast aan zijn leerkracht liet zien. "Kijk, dit kopje is zo oud dat het in de aarde zelfs iets misvormd is! En bovenop is zelfs te zien waar de haren gezeten hebben!" (vierde foto) Het kopje is een stuk kalksteen waarbij zelfs niet zoveel fantasie nodig is om er een snoetje in te zien. En waar die haren gezeten zouden hebben, ging het om kleine koralen. De 'apenkop' was dus een stukje van het versteende sediment van een tropische (koraal)zee uit het verre geologische verleden. 

druipsteen
Afbeelding 6. In een winkel van een museum in Nederland werd een 'versteende zeeslak' (foto links) te koop aangeboden. Met enige fantasie was hier inderdaad wel een slakachtig zeebeest van te maken maar in werkelijkheid ging het om een druipsteen. Alleen al vanwege het verhaal is het verwerven van een dergelijk pseudofossiel soms toch de moeite waard. De rechter foto laat de correcte positie van de druipsteen zien. Aan de rechterkant ervan is nog een stuk van de kalksteenwand te zien waarop de druipsteen is gegroeid. 

dendrieten
Afbeelding 7. Dit lijken fossiele bladeren maar ze zijn dat niet. Het zijn dendrieten op kalksteenplaten uit Solnhofen in de Duitse deelstaat Beieren. Dendrieten zijn een neerslag van mangaanoxiden en ijzeroxiden op gesteente op de plek waar daar fijne spleten in aanwezig zijn. Ze vertonen een groeipatroon dat inderdaad doet denken aan takjes en blad- en mosstructuren. Maar het zijn dus geen fossielen.

Literatuur

Mammut, Elefanten der Eiszeit (Begleitbuch zur Ausstellung im Staatlichen Naturhistorischen Museum Braunschweig) uit 2005 van Ulrich Joger, Claudia Kamcke, e.a. is een uitgave van het Staatliches Naturhistorisches Museum Braunschweig

De Neanderthalers (serie ’het ontstaan der mensheid’) van George Constable en de redactie van Time/Life-boeken uit 1979 is een uitgave van Time/Life International (Nederland)

Hoe archeologen in 1663 dachten een tweepotige eenhoorn te hebben opgegraven is een artikel van Jim Pouli op de website nationalgeographic.nl (versie 26 maart 2026 met laatste update artikel van 28 augustus 2025). 

Einhorn-Skelett is een pagina op de website van het Museum für Naturkunde Magdeburg (versie 26 maart 2026).

Tekst en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet