De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Toepassing van vuursteen

Deutsche Version Deutsche Version

Pijlpunten van (vuur)steen voor pijl en boog
Soorten, het maken ervan en het plaatsen op een pijlschacht met houtteer en darmen


Dit item behandelt vuurstenen pijlpunten in het algemeen. Pijlpunten konden bijvoorbeeld verschillen in vorm en grootte tijdens de diverse tijdseenheden van het stenen tijdperk. De standaard pijlpunt voor pijl en boog bestaat niet. Naast aandacht voor de vervaardiging van pijlpunten zal hier gekeken worden naar de verschillende types pijlpunten, het gebruik van de pijlpunten en de effectiviteit ervan.

Ongeveer 11.500 jaar geleden eindigde de laatste ijstijd. Het landschap kreeg daarna relatief snel een ander aanzien. Grote delen van Europa raakten met bos bedekt.  Maar niet alleen de plantenwereld veranderde drastisch, ook de dierenwereld kende grote veranderingen. Veel grote ijstijdzoogdieren verdwenen van het toneel.  Al die veranderingen hadden gevolgen voor de gereedschapskist van de prehistorische mens. In het algemeen kan gezegd worden dat de stenen werktuigen kleiner werden doordat het leven aangepast moest worden aan de veranderde flora en fauna.

Pijl en boog doen voor het eerst hun intrede tegen het eind van het Paleolithicum (Oude Steentijd), zo'n 11.000 jaar geleden. Tijdens het erop volgende Mesolithicum (Midden Steentijd) raken pijl en boog verder verbreid. Dit deel van de steentijd wordt vooral gekenmerkt door heel kleine (vuur)stenen werktuigjes die we microlieten noemen. De meeste van deze microlieten kunnen tot de spitsen gerekend worden. Vele daarvan zijn als pijlspits gebruikt.

pijlpunten pijlpunten GalloRomeins Museum Tongeren pijlpunten
microlieten
Afbeelding 1. Enkele eenvoudige tekeningen om een idee te geven van spitsen/pijlpunten uit Nederland/België. Linksboven: sparrenboompje zonder weerhaken en sparrenboompje met weerhaken. Bij beide tekeningen staat ook een originele pijlpunt. Bij de rechter pijlpunt ontbreekt een stukje van de rechter weerhaak. Deze pijlpunten zijn 2,5-3 cm lang. Linksonder: microlieten uit het Mesolithicum. De lengte is ± 2-3 cm. De twee meest rechter spitsen in het bovenste rijtje zijn transversaalspitsen. Midden: Microlieten van de vindplaats Lommel uit de collectie van het Gallo-Romeins Museum in Tongeren (België). Let op de vele transversaalspitsen. Rechts: Langgerekte spitsen zoals we die uit de bronstijd kennen. De lengte van deze spitsen kan 3-4 cm zijn.

Tijdens het Neolithicum (Nieuwe Steentijd) krijgen we dan met pijlspitsen te maken die de typische vorm hebben waarmee ze bij vrijwel iedereen bekend zijn: de vorm van een sparrenboompje. Deze sparrenboompjes zien er echter niet allemaal hetzelfde uit. Sommige hebben weerhaken, andere weer niet. Transversaalspitsen die al in het Mesolithicum bekend waren, komen nu nog steeds voor. Verder worden uit dit deel van de steentijd wel bladspitsen gevonden, maar bij een deel daarvan zal het om halffabrikaten gaan; het zijn dan nog geen kant-en-klare pijlpunten.

prehistorische pijlpunten
Afbeelding 2. Links: Op rotstekeningen bij Alta in het noorden van Noorwegen is het gebruik van pijl en boog te zien. De rotstekeningen bij Alta stammen voor een groot deel uit het Neolithicum en de Bronstijd. Midden: Verschillende soorten pijlpunten uit Nederland. Rechts: Twee experimenteel vervaardigde pijlspitsen. De onderste spits is met varkensdarmen op de pijlschacht gezet. Doordat de darmen in een conserverende zoutoplossing hebben gelegen, zijn ze bij het drogen wit uitgeslagen.

Na het Neolithicum volgt de Bronstijd die tot zo'n 800 voor Christus duurt. Hoewel die naam duidt op het gebruik van brons, worden dan nog veel vuurstenen werktuigen gebruikt. Dat geldt ook voor de pijlpunten die veelal nog van vuursteen zijn. We zien naast sparrenboompjes en bladspitsen echte driehoekige spitsen.

Pijl en boog was een effectief wapen bij de jacht. Zo werd bij experimenten in het vrije veld een rennend hert gedood door een pijl die op 75 meter afstand werd afgeschoten. Deze pijl drong de borst van het dier binnen om er aan de andere kant weer uit te komen. Twee volwassen beren werden tijdens experimenten gedood toen ze getroffen werden door pijlen in de borst en in het hart. Deze pijlen werden afgeschoten van respectievelijk 60 en 40 meter afstand. Verder lezen we in een ooggetuigenverslag van een jachtpartij van prairie-indianen in Noord-Amerika over wild dat van een afstand van 90 meter met pijl en boog werd gedood. De jacht van Noord-Amerikaanse indianen op een drie jaar oude beer die in een boom is gevlucht, wordt tevens gemeld. Een pijl die op het dier is afgeschoten, gaat er dwars doorheen om dan 40 meter verder terecht te komen.

stenen pijlpunten
Afbeelding 3. Indiaanse pijlpunten in diverse vormen en formaten. Om een idee van de grootte te geven: de eerste pijlpunt in de linker afbeelding en de eerste pijlpunt in de middelste afbeelding zijn ± 5,5 cm lang, de eerste in de rechter foto is bijna 4 cm lang.

Bij ooggetuigenverslagen en experimenten die in het verleden werden uitgevoerd, is wel vaker sprake van pijlen die dwars door de prooi heen schieten om dan pas verderop op de bodem terecht te komen. Hierbij moet men in gedachte houden dat het bij pijlpunten vooral gaat om het diep genoeg in het lichaam doordringen om een dodelijke bloeding te veroorzaken. Dat doel kon ook bereikt worden als de pijl het lichaam van de prooi weer verliet.

Ooggetuigen berichten ook over het gebruik van gif door Noord-Amerikaanse indianen om de jachtresultaten te verbeteren. Daarbij werd gebruik gemaakt van gifstoffen van bepaalde planten waarmee de pijlpunten dan werden ingewreven en ook dierlijk gif werd toegepast. Zo heeft men het over het gif van ratelslangen en spinnen dat in een lever van een hert werd gestopt. De lever liet men vervolgens verrotten waarna de pijlen er in gedoopt werden. Het gif was erg effectief maar werkte langzaam. Een aangeschoten hert bezweek pas na ongeveer 24 uur. In een ander geval is sprake van pijlpunten die samen met de koppen van ratelslangen en wortels van giftige planten in een huid werden gewikkeld waarna het rottingsproces kon beginnen. De aldus geprepareerde pijlpunten werden daarna bij de jacht gebruikt.

stenen pijlpunten
Afbeelding 4. Links: Obsidiaan is uitstekend geschikt voor de fabricage van pijlpunten. Het linker exemplaar is ± 9 cm lang. Midden: Recent vervaardigde pijlpunten  van agaat uit India.  Het linker exemplaar is ± 9 cm lang. Rechts: Indiaanse pijlpunt van vuursteen uit het zuidwesten van de USA. De lengte is ± 5,5 cm.

Hoewel we in Nederland en omgeving geen bewijs hebben voor het gebruik van gif bij de prehistorische jacht met pijl en boog, kunnen dergelijke verhalen uit het leven van de Noord-Amerikaanse indianen ons wel een idee geven wat er wellicht mogelijk is geweest.

Voor het maken van pijlpunten werd in Nederland en omgeving in de meeste gevallen vuursteen gebruikt. Ook andere gesteenten konden in ervoor in aanmerking komen. Bekend in onze contreien zijn in dat opzicht de microlieten van Wommersomkwartsiet uit het Mesolithicum.  Elders ter wereld zijn vooral jaspis en obsidiaan bekend als grondstof voor de fabricage van pijlpunten. Van bijvoorbeeld indianenstammen uit Californië is bekend dat ze met elkaar streden om de rechten tot de toegang tot obsidiaanvindplaatsen. We zouden ons weer kunnen afvragen of het er in onze omgeving bij de toegang en het bezit van goede vuursteenvindplaatsen altijd even vreedzaam aan toegegaan is.

stenen pijlpunten
Afbeelding 5. Links: pijlpunt van ± 5,5 cm lengte uit Tanzania. Midden: pijlpunten van diverse gesteenten uit Noord-Afrika. Het linker exemplaar is ± 3,5 cm lang. Rechts: Een pijlschachtpolijster uit Noord-Afrika.

Voor het schachten van pijlen op een houten pijlschacht, moest in deze laatste eerst een inkeping gemaakt worden. Daarna werd de pijlpunt in de schacht geplaatst en daarna met bijvoorbeeld schoongemaakte darm of natte reepjes huid vastgezet. Doordat de darm en huid tijdens het drogen wat gingen krimpen, kwam de pijlpunt stevig vast te zitten. Pijlpunten konden ook op de schacht vastgezet worden met houtteer (zie hiervoor het item over houtteer). Voor het gladschuren of recht maken van pijlschachten konden pijlschachtpolijsters gebruikt worden. Uit Nederland zijn daarvan enkele zandstenen exemplaren bekend.

stenen pijlpunten maken Afbeelding 6. Het vervaardigen van spitsen/pijlpunten van vuursteen. Hiervoor zijn kleine afslagen (linksboven) uitstekend geschikt. Van zulke afslagen konden in korte tijd spitsen (rechtsboven) gemaakt worden. Voor het maken van zo'n spits heeft men naast een kleine afslag een drukwerktuig nodig om kleine scherfjes van de afslag weg te drukken tot de gewenste vorm overblijft. In dit geval wordt een spits toelopend stukje hertengewei gebruikt (linksonder). De driehoekige spits op deze foto is dezelfde als op de afbeelding rechtsboven. Op de afbeelding rechtsonder is te zien hoe de scherfjes met het stukje hertengewei van de afslag weggedrukt worden. Het stukje leer dat er hier ter bescherming van het been onder ligt is de tong van een afgedankte schoen.

pijlpunten schachten houtteer Afbeelding 7. Het inschachten en bevestigen van pijlpunten met houtteer. Hiervoor hebben we met de druktechniek weer enkele pijlpunten van vuursteen gemaakt (linksboven). Drie van deze pijlpunten (zie de gele pijltjes) zijn vervolgens ingeschacht. Op de foto rechtsboven is een van deze pijlpunten in een kerf op een houten pijlschacht geplaatst. Vervolgens wordt met een stukje hout wat houtteer aangebracht (linksonder). Deze houtteer is zodanig opgewarmd dat hij net kneedbaar is. Met de vingers wordt deze houtteer dan om de ingeschachte pijlpunt aangebracht zodat deze steviger bevestigd wordt (onder midden). Voor dit proces mag de houtteer niet teveel verwarmd worden want dan wordt hij zo vloeibaar dat hij aan de vingers blijft kleven. Nu wordt net zolang extra houtteer met het stukje hout aangebracht en in model gekneed tot de pijlpunt goed op de schacht bevestigd raakt. Rechtsonder: de drie met houtteer ingeschachte pijlpunten.

touw van brandnetelvezels
Afbeelding 8. Om een pijl stabiel te laten vliegen, kunnen veren op de pijlschacht aangebracht worden. Hiervoor snijden we de schacht van de veren met een vuurstenen mesje in de lange weg doormidden (links). Voor het vastzetten van het stukje veer gebruiken we vezels van brandnetels (midden). Om aan die vezels te komen, moeten we eerst die brandnetels oogsten. Dit doen we door ze met wederom een vuurstenen mesje aan de onderkant van de stengel af te snijden. Voor dit experiment werden geen handschoenen gebruikt. Brandnetels 'prikken' namelijk niet als je met je hand van onder naar boven over de stengel beweegt (rechts). De brandharen op de brandnetels kunnen dan hun inhoud niet in je huid injecteren. Je kunt ze op die manier dus voorzichtig vastpakken. Soms word je wel een beetje 'geprikt' als je de stengel vastpakt om hem af te snijden, maar voor wie eelt op de vingers heeft en niet allergisch is, zal dat niet zo'n probleem zijn. Wie het niet vertrouwt, kan beter handschoenen aandoen.

touw van brandnetelvezels
Afbeelding 9. Nu moeten de bladeren van de stengel verwijderd worden (links en midden). Het prikt nauwelijks als je met de blote vingers werkt. Maar ook hier geldt weer dat wie het niet vertrouwt (of dit 'prikken' onplezierig vindt), handschoenen moet gebruiken. Al heel snel heb je zo een aantal stengeltjes gereed voor verdere verwerking (rechts).

En de verwijderde bladeren? Als ze niet door insecten zijn aangevreten en er nog fris uitzien, dan kunnen ze in een salade gebruikt worden. Wij hebben ze samen met bladeren van het zevenblad en de paardenbloem gegeten. Even in de wok roerbakken en dan zijn ze als groente bij de warme maaltijd te gebruiken. Doe dit echter alleen als je voldoende kennis van de verschillende plantensoorten hebt om te voorkomen dat je iets verkeerds eet. En verzamel de wilde planten ook alleen op plaatsen waar je de garantie hebt dat de kwaliteit goed is en je groente niet op de een of andere manier verontreinigd is (bijvoorbeeld met giftige stoffen of onkruidverdelgers) door mens of dier. Bij twijfel geen wilde planten eten!

touw van brandnetelvezels
Afbeelding 10. Om bij de vezels te komen, moeten de stengels voorzichtig geplet worden. Dat kan gebeuren door ze op een steen te leggen en er vervolgens met een andere steen voorzichtig op te slaan (boven). Als dit te ruw gebeurt, breken de vezels. Na het pletten van de steel worden de vezels voorzichtig losgewerkt. Voor de stevigheid hebben we hier 'touwtjes' van meerdere vezeltjes losgetrokken (linksonder). Met deze 'touwtjes', kunnen de stukken veer op de pijlschacht vastgezet worden (rechtsonder). Als de touwtjes daarna gedroogd zijn, kan het geheel altijd nog verstevigd worden met wat houtteer.

Voor wie meer over (vuur)stenen en prehistorische pijlpunten wil weten, zijn wellicht de onderstaande werken interessant. Voor het schrijven van dit item over pijlpunten is ook van deze werken gebruikgemaakt.

  • Vuurstenen werktuigen (technologie op het scherp van de snede) uit 2010 van Jaap Beuker behandelt allerlei facetten van vuursteen en de (experimentele) bewerking ervan voor het maken van stenen werktuigen. Het is een uitgave van Sidestone Press in Leiden (274 bladzijden).
  • Flinthandwerk uit 2017 van Wulf Hein en Marquardt Lund is een boek in de Duitse taal dat allerlei facetten van vuursteen en de (experimentele) bewerking ervan voor het maken van stenen werktuigen behandelt. Het is een uitgave van Verlag Angelika Hörnig (370 bladzijden). Bij deze uitgeverij verschenen ook diverse publicaties over boogschieten.
  • Les Indiens d'Amerique is een special uit 2015 in de serie Les grands moments de l'histoire. De uitgave is een publicatie van de Groupe Oracom, 168 bis - 170 rue Raymond Losserand - 75014 Paris (145 bladzijden). Deze Franstalige uitgave  bevat veel gedetailleerde informatie over het leven van de indianen in Noord-Amerika. Daarbij wordt ook dieper ingegaan op de impact die de invasie van kolonisten op de oorspronkelijke bevolking had.
  • Experimentele archeologie (oorspronkelijke titel: Archaeology by Experiment) van John Coles verscheen in 1975 bij H.D. Tjeenk Willink bv in Groningen. Het behandelt diverse technieken en technologieën uit het verleden (183 bladzijden).
Tekst, tekeningen en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet