|
|
|||||||||||||||||||
Eieren en geologieFossiele eieren – vulkanen als broedmachine – grootste ei ooit – fossielen die op eieren lijkenDe speld bij de foto's dient als aanduiding van de grootte. Ze is drie centimeter lang. Bij eieren zal vaak het eerst aan kippen en kippeneieren worden gedacht. Dat is niet zo vreemd want de mens houdt al sinds de prehistorie kippen. Zo schrijft de Romeinse veldheer Julius Caesar (1e eeuw voor Christus) in zijn Bello Gallico over kippen die hij aantrof bij Keltische stammen in onder andere Nederland, België en Duitsland. Kippen en kippeneieren zijn tegenwoordig niet meer uit ons leven weg te denken (afbeelding 1).
Heel veel dieren leggen eieren En toch is de kip niet het enige dier dat eieren legt. Het is zelfs zo dat het overgrote deel van de dieren zich via eieren voortplant. Niet alleen vogels doen dat, maar ook reptielen zoals slangen, krokodillen en schildpadden kennen eieren voor dat doel. En eieren kennen we natuurlijk ook van amfibieën (kikkers -afbeelding 3-, salamanders en padden) en van de meeste soorten vissen. Vaak niet zo opvallend maar wel massaal voorkomend zijn de in grote aantallen voorkomende geleedpotigen zoals insecten en spinnen en verder weekdieren zoals slakken die eveneens eitjes leggen (afbeelding 2). Bij de zoogdieren leggen alleen vogelbekdieren en mierenegels eieren.
Eieren met of zonder harde schaal De eierleggers vormen dus echt de meerderheid. Maar de ene eierlegger is de andere niet. Vogels hebben eieren met een kalkschaal. Bij reptielen zoals de al eerder genoemde slangen, krokodillen en schildpadden is dat een leerachtige schaal. Veel andere dieren hebben echter eieren waar geen harde schaal omheen zit. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de geleiachtige eiermassa van kikkers die we als kikkerdril kennen, of aan de eitjes van de meeste vissen.
Eieren met een harde schaal waren er niet altijd Eieren met een harde schaal hebben niet altijd bestaan. Ze zijn er pas sinds in het verre geologische verleden het dierlijk leven op aarde aan land ging. Aan land moesten eieren namelijk beschermd worden tegen uitdroging. Bovendien was de omgeving aan land ruiger dan in het water. De schaal was een betere bescherming tegen die omstandigheden.
Maar hoewel de eerste landdieren uit het Devoon (410 – 354 miljoen jaar geleden) stammen, moeten we op het ei met de harde schaal wachten tot de volgende geologische periode; het Carboon (354 – 298 miljoen jaar geleden). Pas toen waren er dieren die helemaal geen water meer nodig hadden om in te leven en zich in voort te planten. Want ook al kun je aan land leven (en doe je dat ook gedeeltelijk), dan kun je nog water nodig hebben om je in voort te planten. Denk daarbij maar aan kikkers. En nu kun je je afvragen hoe het dan zit met eitjes van bijvoorbeeld insecten. Wat die hebben toch ook niet zo’n harde schaal? Insecten maken gebruik van andere manieren om hun eieren een overlevingskans te geven. Vaak liggen ze in of op een voedselbron of onder de grond waar vochtige omstandigheden zijn en ze beschermd zijn tegen een eventueel ruige omgeving. En bovendien hebben ook insecteneieren een dun, beschermend laagje.
Waarom zijn er maar weinig fossiele eieren bekend? Maar als er dan al zo lang eieren met een harde schaal bestaan, dan zou je denken dat er toch ook wel heel veel fossiele eieren gevonden worden. Toch is dat niet het geval. De bedoeling van een ei is immers dat het uitgebroed wordt. En dat zal sinds het ontstaan van het ei met de harde schaal in de meeste gevallen dan ook wel gebeurd zijn. Alleen eieren die niet uitgebroed werden, kwamen dus in aanmerking voor fossilisatie. Maar ook die fossilisatie is weer een soort ‘lot uit de loterij’. Veel eieren hadden namelijk een lederachtige schaal. De kans dat ze vergingen was dus ontzettend veel groter dan dat ze fossiliseerden. En ook al ging het om eieren met een kalkschaal, dan was die vaak relatief dun waardoor de schalen kapotbraken nadat het ei niet uitgebroed kon worden. Verder moet een ei dat niet wordt uitgebroed snel met sediment worden bedekt. Anders blijft er toch weinig of niets van over voordat het kan fossiliseren. De natuur is immers een uitstekende sloper (afbeelding 5). En er zullen zeker dieren hebben rondgelopen die eieren als een lekker hapje beschouwden.
Fossiele eieren van dinosaurussen en van vogels Bij eieren die wel als fossiel worden teruggevonden, gaat het vooral om dinosauruseieren. Die zijn voor een belangrijk deel ontdekt in China, de USA en Argentinië. Fossiele vogeleieren worden ook wel eens gevonden, maar dat gebeurt niet vaak. Hun eierschalen zijn in het algemeen dunner waardoor ze sneller breken. Voordat ze kunnen fossiliseren, zijn ze dan meestal al kapot. Wat ervan teruggevonden wordt, zijn dan ook vaak alleen maar fragmenten. Als we vondsten van oude vogeleieren uit het Holoceen (het geologische tijdvak waarin we nu leven) ook tot de fossielen rekenen, dan moeten eieren van de Olifantsvogel (Aepyornis maximus) zeker genoemd worden. Er zijn 24 van zulke eieren uit musea overal ter wereld bekend. Eieren van de olifantsvogel wogen gemiddeld zo’n 10 kilogram en ze waren tot 34 centimeter hoog en 24 centimeter dik. Voor zover bekend zijn het de grootste eieren ooit. De olifantsvogels waren zo’n 3 meter hoog en ze konden meer dan 500 kilo wegen. Ze leefden op Madagaskar waar ze tijdens de middeleeuwen uitgestorven zijn.
Vulkanisme als natuurlijke broedmachine Als we het hebben over een link tussen eieren en geologie dan moeten we niet alleen naar het verleden, naar de fossielen kijken. Ook in onze tijd kan namelijk een verband met geologie gelegd worden, maar dan moeten we naar het vulkanisme toe, naar een vogelsoort die zijn eieren met behulp van vulkanische warmte uitbroedt. Deze vogel, de meer dan een halve meter grote Maleo ofwel het hamerhoen (Macrocephalon maleo), leeft op het vulkanisch actieve eiland Sulawesi (Indonesië). Hij graaft daar gaten die tot wel een meter diep kunnen zijn in de door het vulkanisme opgewarmde bodem. Daar worden de eieren dan in gelegd. De vulkanische warmte zorgt vervolgens voor het uitbroeden van de eieren. Vulkanisme als natuurlijke broedmachine! Als de eieren uitkomen, kunnen de jonge vogels meteen hun leven beginnen zonder dat ze nog hulp van de ouders nodig hebben.
Niet alles is wat het lijkt Bij fossielen is vaak niet alles wat het lijkt. Ook bij fossiele vogeleieren is dat het geval. Soms worden stenen gevonden die op het eerste gezicht versteende eieren lijken te zijn maar waarbij het dan om heel wat anders gaat. Mooie voorbeelden daarvan zijn vuurstenen bolletjes waarin fossiele sponsen zitten, stekels van fossiele zee-egels die op eitjes lijken en de zogenaamde Rogenstein die veel weg heeft van viskuit. Bij de afbeeldingen 6, 7 en 8 wordt dat in woord en beeld verder uitgelegd. Literatuur (in willekeurige volgorde) • Hamerhoen – pagina op website Wikipedia - versie 30 april 2026 • Olifantsvogels – pagina op website Wikipedia - versie 30 april 2026 • Welk dier legde ‘s werelds grootste ei – Hicks Wogan – pagina op website National Geographic (nationalgeographic.nl) - versie 20 april 2026 • Wie was er eerst: de kip of het kippenei? – Anna Smitsman – pagina op website National Geographic (nationalgeographic.nl) - versie 23 april 2026 • Olifantsvogelei – pagina op website Naturalis Biodiversity Center (topstukken.naturalis.nl) - versie 30 april 2026 Tekst: Jan Weertz
Foto's : Jan en Els Weertz |
|||||||||||||||||||
| © De Belemniet |