De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Krabsporen in stenen

Waarvoor dienen ze en hoe zijn ze ontstaan?

In het verleden schraapten mensen gleuven en kuiltjes (napjes) in bijvoorbeeld de muren van kerken en in grafstenen. Als meest logische verklaring hiervoor zien we het gebruik van steenpoeder dat op deze manier werd verzameld voor geneeskrachtige en magische doeleinden. Om dit aan te tonen, onderzochten we verschillende verklaringen die in de loop der tijd voor dit fenomeen zijn gesuggereerd. Daarbij waren we in staat om alle verklaringen op eerdergenoemde na als onjuist van onze lijst met mogelijkheden af te voeren.

Zie hiervoor ook onze pagina Krabsporen - steenpoeder als geneesmiddel?

Krabsporen

Alweer heel wat jaren geleden bezochten we de oude Sint Nicolaaskerk in Denekamp (Twente) in de provincie Overijssel, niet ver van de grens met Duitsland. We waren op zoek naar informatie over de toepassing van Bentheimer zandsteen. In Twente zijn verscheidene kerken gebouwd met deze zandsteen. Aan de andere kant van de grens, in Duitsland, is dat al niet veel anders. Daar ligt het kasteel van Bad Bentheim op een hoge rots van dit gesteente en is zelfs van deze zandsteen gebouwd. De Sint Nicolaaskerk van Denekamp is ook van Bentheimer zandsteen gebouwd. Toen we de kerk bekeken, ontdekten we aan een van de buitenwanden een aantal diepe verticale groeven (gleuven) met de vorm van een boot. Deze groeven liepen parallel. Later die dag waren we in Oldenzaal, eveneens in Twente. Daar is de Plechelmuskerk ook van Bentheimer zandsteen gebouwd. Hier troffen we de zelfde vreemde groeven in grote aantallen aan.

Een literatuuronderzoek leerde ons dat het verschijnsel ook elders moet voorkomen. Vooral uit Duitsland bleek het een en ander bekend te zijn. We maakten kennis met de volgende verklaringen:

• De groeven zijn het resultaat van het slijpen van wapens zoals zwaarden en messen
• Men mocht tijdens de dienst geen wapens mee de kerk in nemen. De groeven ontstonden doordat men ze de wapens dan tegen de buitenmuur stalde.
• De groeven zijn gemaakt door spelende kinderen.
• De groeven zijn ontstaan door verwering.
• De groeven ontstonden door het slaan van 'nieuw' vuur met Pasen of ze zijn het resultaat van het maken van 'nieuw' vuur door wrijving.
• Napjes zijn veroorzaakt door kogels of andere projectielen.
• De napjes ontstonden doordat mensen tijdens het prevelen van gebeden met de duimen tegen de muren draaiden.
• De groeven zijn ontstaan door het verzamelen van steenpoeder voor geneeskrachtige en andere bijzondere doeleinden.

We hebben al deze verklaringen onderzocht en ontdekten daarbij dat er maar één correct kan zijn: mensen schraapten of schaafden het poeder van de stenen af om het leven draaglijker te maken, bijvoorbeeld door het als geneeskrachtig poeder te gebruiken. Om die reden zullen we de groeven en napjes in dit artikel krabsporen noemen.

Gedurende de afgelopen jaren hebben we naar krabsporen gezocht in Nederland, België, Duitsland, Luxemburg, Denemarken en het noordwesten van Frankrijk. In de begintijd van ons onderzoek kwamen we tot een onderverdeling in drie groepen van de krabsporen. Daarvan noemden we al de bootvormige groeven (afbeelding 2) en de napjes (afbeelding 1). Daarnaast troffen we nog lange, smalle en ondiepe groeven aan (afbeelding 3). Later bleek dat er nog andere mogelijkheden en variaties waren. Deze behoren tot hetzelfde fenomeen maar ze zijn voor buitenstaanders soms niet meteen als zodanig te herkennen. Alleen door het bezoeken van grotere aantallen locaties met krabsporen leerden we de patronen en tussenvormen kennen. Tot de krabsporen die moeilijk te duiden zijn, behoren lange, smalle en erg ondiepe groeven (afbeelding 4). Op het eerste gezicht zou je zeggen dat die niets met het fenomeen te doen hebben. Een van de locaties waar we de legitimiteit van deze krabsporen konden aantonen, is de Sankt Dionysiuskirche in de Duitse plaats Belm. Op de wanden van die kerk vinden we zulke lange, smalle en erg ondiepe groeven die vloeiend overgaan in de bekende diepe bootvormige groeven (afbeelding 5). Dit laat zien dat in een krabspoor meerdere types kunnen voorkomen. Bij de napjes komen we ook bijzondere overgangen tegen. Veel napjes zijn als zodanig te herkennen. Napjesvormen die zijn ontstaan door de inslag van kogels en andere projectielen hebben niets met het fenomeen krabsporen te maken. Recentelijk vonden we echter zulke uithollingen door kogelinslagen die daarna gebruikt waren om op een gemakkelijke manier te kunnen beginnen met het winnen van steenpoeder. Dus napjes voor de winning van steenpoeder waarbij een kogelgat aan de basis stond. Nog een nieuw ontdekt fenomeen zijn de uitgeholde hoekstenen bij kerkmuren (afbeelding 9). We troffen ze aan samen met andere krabsporen zoals groeven.

krabsporen
Afbeelding 1. De komvormige holten staan ook wel bekend als napjes. Deze kunnen behoorlijk groot zijn.

Per gebied kunnen de soorten krabsporen en de dominantie van bepaalde vormen verschillen. Sommige locaties hebben diepe bootvormige groeven in rijen naast elkaar met daartussen diepe napjes. Andere locaties hebben alleen maar solitaire diepe groeven op meerdere plekken van de kerkmuren en op weer andere plaatsen treffen we alleen maar lange, smalle en ondiepe groeven aan. Verder zijn nog andere combinaties en voorkomens mogelijk. Vaak heeft dit te maken met het soort steen dat is gebruikt om het steenpoeder uit te winnen, maar ook verschillen in 'traditie' kunnen ermee te maken hebben. Samenvattend kunnen we hierover zeggen dat het moeilijk is om een goede definitie van de vorm van krabsporen te geven. Het onderzoek van dit fenomeen is dan ook zeker geen geval van in hokjes denken. Ervaring is een belangrijke factor bij het herkennen van de verschillende soorten krabsporen.

krabsporen
Afbeelding 2. De gleuven kunnen eruit zien als diepe, brede en bootvormige holten.

Krabsporen als resultaat van het slijpen van wapens

Deze verklaring is in het verleden al betwist door andere auteurs maar vaak gebeurde dit zonder dat er een goede reden voor het afwijzen werd gegeven. Wellicht is dat de reden waarom tegenwoordig nog steeds heel wat mensen geloven dat de groeven zijn veroorzaakt door het slijpen van wapens. Volgens deze verklaring slepen ridders en andere strijders hun wapens op de stenen (zoals muren) van religieuze gebouwen. Op die manier verwachtten ze dat zowel deze wapens als zijzelf gezegend werden. Daardoor zouden ze dan succes tijdens de strijd hebben en zouden ze daarna weer behouden thuiskomen. Op het eerste gezicht klinkt deze verklaring redelijk. Alleen, het is onmogelijk om met het blad of de snede van een zwaard, groot mes, speer, hellebaard of vergelijkbaar wapen door de bootvormige groeven te gaan. Deze groeven zijn hiervoor te diep en te kort. In de meeste gevallen blijkt het ook onmogelijk te zijn om een goed resultaat te krijgen bij de lange, smalle en ondiepe groeven. De meeste groeven bevinden zich trouwens op plaatsen die nu niet direct gemakkelijk zijn om een wapen te slijpen. We treffen ze bijvoorbeeld aan in de hoek van portalen, bij steunpilaren of net boven de grond. Het gebruik van deze plekken om de wapens te slijpen zou ongemakken zoals schaafwonden aan de handen of een pijnlijke rug veroorzaken. In het recente verleden moesten bijvoorbeeld boeren hun messen en zeisen slijpen. Daarvoor gebruikten ze handslijpstenen waarop ze heel andere slijpsporen achterlieten; slijpsporen die we absoluut niet kunnen vergelijken met de groeven uit ons verhaal. Een verband leggen tussen het slijpen van wapens en de zegening ervan is dan ook een verklaring die helemaal niet logisch is.

krabsporen
Afbeelding 3. De gleuven kunnen er ook uitzien als lange en ondiepe groeven.

Krabsporen zijn ontstaan door wapens die tegen de muren van kerken werden geplaatst

Krabsporen zouden het resultaat zijn van wapens die tegen de muren van kerken geplaatst werden omdat het niet toegestaan was om de wapens mee de kerk in te nemen tijdens de godsdienst. Als dit herhaaldelijk gebeurde, zouden groeven ontstaan. We moeten ons voorstellen dat de groeven vaak in (lange) horizontale rijen worden aangetroffen. Om zulke groeven in dergelijke horizontale rijen te laten ontstaan, moeten de wapens allemaal dezelfde lengte hebben gehad en van hetzelfde soort zijn geweest. Met andere woorden: alleen maar zwaarden, alleen maar speren, alleen maar hellebaarden, enzovoorts. En iedere keer als de krijgslieden een godsdienst bijwoonden, moesten ze dan natuurlijk de wapens op dezelfde plek neerzetten om de betreffende groeven te laten ontstaan. En hoe vaak moeten ze een godsdienst hebben bijgewoond om het mogelijk te maken dat dergelijke diepe groeven ontstonden? Vele honderden of duizenden keren? Als dat zo zou zijn dan zou er nauwelijks tijd over zijn voor andere activiteiten dan in de kerk zitten. Nee, het is onmogelijk om op deze manier de groeven te veroorzaken. En bovendien, hoe moeten we dan de groeven vlak boven de grond verklaren? Vroeger waren de mensen kleiner dan tegenwoordig maar natuurlijk niet zo klein dat ze een dergelijk klein formaat wapens hadden.

krabsporen
Afbeelding 4. De gleuven kunnen er ook uitzien als lange en ondiepe groeven.

Spelende kinderen zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van de krabsporen

Soms wordt wel eens gesuggereerd dat spelende kinderen de groeven en napjes veroorzaakt hebben. Het enige juiste hieraan is dat kinderen spelen. Spelen is vaak een vorm van leren. Kinderen leren van wat ze doen. Met het steeds weer maken van zulke groeven leert een kind niets; het doet er absoluut geen waardevolle ervaringen mee op. En het maken van groeve na groeve alleen maar met het doel om groeven te maken, is erg geestdodend. Kinderen doen niet zulke geestdodende dingen. Bovendien heeft iemand die zulke groeven of napjes in bijvoorbeeld zandsteen wil maken, de nodige spierkracht nodig. De meeste kinderen zullen niet genoeg kracht hebben om dit lang genoeg vol te houden om de krabsporen te maken. Het maken van krabsporen in harde stenen is niet iets wat je voor je plezier doet. Kinderen krabben in zachte steensoorten zoals de kalksteen (door de plaatselijke bevolking 'mergel' genoemd) in Zuid-Limburg in Nederland en in de Belgische provincie Limburg. Daar kerven ze in de kalksteen hun namen of de naam van bijvoorbeeld iemand waar ze verliefd op zijn. Of ze kerven er figuren in. Deze creaties zijn echter heel wat anders dan de groeven en napjes die we krabsporen noemen.

krabsporen
Afbeelding 5. Soms lopen smalle gleuven uit in diepe, bootvormige holten.

De groeven en napjes zijn ontstaan door verwering

Uithollingen in gesteenten die door verwering worden veroorzaakt, zien er geheel anders uit (afbeelding 6). De krabsporen waar we het in dit verhaal over hebben, kunnen uitsluitend door de mens gemaakt zijn.

honingraatverwering Wabenverwitterung
Afbeelding 6. Verwering (hier van zandsteen) geeft een heel ander patroon dan bij het maken van napjes.

De krabsporen (groeven) zijn enerzijds ontstaan door het slaan van 'nieuw' vuur met Pasen of zijn anderzijds (de napjes) 
het resultaat van het maken van vuur door wrijving

Bepaalde auteurs denken dat de groeven een religieuze oorsprong hebben. Ze zouden ontstaan door het slaan van nieuw vuur met Pasen. In Duitsland is dit religieuze gebruik bekend als 'Samstagsweihe' omdat het plaatsvindt op de zaterdag (Samstag) voor Pasen. Mogelijk is dit slaan van nieuw vuur een gekerstende vorm van de heidense vuren in de lente. Deze heidense vuren stonden in verband met het begin van het nieuwe groeiseizoen. Om nieuw vuur met Pasen te maken moesten bepaalde voorschriften in acht genomen worden. Zo moest het nieuwe vuur aan de buitenkant van de kerk met een steen geslagen worden.

Het slaan van dit vuur op de muren van de kerk zou aldus de groeven veroorzaakt hebben. Laten we hier eens beter naar kijken. Om vuur te slaan, gebruikte de mens in het verleden een stuk vuursteen en een stuk koolstofhoudend ijzer (de zogenaamde vuurslag). Daarnaast hadden ze tondel nodig (afbeelding 7). Tondel is een goed brandbaar materiaal dat van bijvoorbeeld een tondelzwam of verkoolde stof gemaakt kon worden. Met de vuurslag schraapte/sloeg men langs de vuursteen. Daarbij ontstond uit loslatende minuscule ijzerdeeltjes de vonk die dan in de tondel werd opgevangen. Door te blazen kon de tondel verder aan het gloeien gebracht worden. Door brandstof toe te voegen, bijvoorbeeld fijn houtschaafsel, kon dan een vuurtje gebouwd worden. Vaak zaten de hiervoor genoemde ingrediënten om vuur te maken in een tondeldoos die we zouden kunnen zien als de voorloper van de lucifer. Tondeldozen raakten aan het begin van de twintigste eeuw in onbruik.

tondeldoos en vuurslag
Afbeelding 7. Tondeldozen (links) en vuurslag in de vorm van een jachthond (rechts) uit de collectie van het Niederrheinisches Museum für Volkskunde und Kulturgeschichte in Kevelaer (D).

Terug naar de krabsporen. Volgens bepaalde auteurs zouden ze zijn ontstaan als het resultaat van het slaan van nieuw vuur tegen de kerkmuren. De zandsteen en de andere soorten gesteente waar we de gleuven meestal bij aantreffen, zijn echter niet geschikt om vuur te maken. Daar krijg je niet de vonken uit geslagen die je nodig hebt om je tondel aan het smeulen te brengen. Eigen experimenten met een vijl (koolstofhoudend ijzer) op een blok zandsteen leverden geen enkel bevredigend resultaat op. Zelfs al zou het mogelijk zijn om met vuursteen en koolstofhoudend ijzer vuur te maken, dan hadden we nog een ander probleem. Iedereen die ooit geëxperimenteerd heeft met deze manier van vuur maken, moet weten dat de diepe groeven in de kerkmuren niet kunnen stammen van het slaan van vuur op dergelijke wijze. De meerderheid van de groeven is daar namelijk veel te diep voor. Ook hier zou je weer je handen en vooral je knokkels openhalen. Wie de gleuven overigens wat beter bekijkt, zal ontdekken dat ze niet door slaan maar door krabben zijn ontstaan.

Er zijn ook auteurs die schrijven dat de napjes zijn ontstaan door het maken van nieuw vuur met Pasen door middel van wrijving. Om vuur door wrijving te maken, heb je een vuurboog nodig. In feite was dat een korte stok. Die stok zou dan met een uiteinde tegen de kerkmuur geplaatst moeten worden. Met het andere uiteinde rustte hij tegen (of beter gezegd in) een houten plankje dat tegen de borst gedrukt werd. Met een vuurboog kon de boor dan snel heen en weer gedraaid worden. Hierdoor zou de tondel die bij de boor in het plankje was gestopt, gaan gloeien waardoor dan uiteindelijk het vuur gemaakt kon worden. Aldus de theorie.

Nu naar de praktijk. Het is inderdaad mogelijk om met een vuurboor en vuurboog vuur te maken (afbeelding 8). Alleen ligt het plankje dan op de grond en draait de vuurboor verticaal (en niet horizontaal zoals bij de theorie van de napjes). Aan de bovenkant wordt de vuurboor ook in een houten klosje gevat dat men met de hand vasthoudt. Door nu te draaien ontstaat in de holte beneden een fijn houtstof dat gaat gloeien. Door dit in contact te brengen met tondel kan uiteindelijk het vuur verkregen worden. De ruwe holte in ons liggende plankje verandert na enige tijd van gebruik in een echte napjesvorm met een doorsnede van 1 - 1½ centimeter.

vuurboog vuur maken
afbeelding 8. Vuur maken met vuurboor en vuurboog.

We gaan weer terug naar de theorie van de napjes. Bij de napjes zou zowel houtstof als tondel uit het draaigat vallen want het geheel wordt horizontaal gehouden. Dit kan dus gewoon niet. Zo kun je geen vuur maken. En als je dan naar de napjes zelf kijkt, deze zijn meestal mooi bolvormig. Als je met een stok in een muur gaat draaien, krijg je niet zulke vormen.

De meeste napjes in kerkmuren zijn groter dan het 1-1½ centimeterformaat dat we krijgen als we in de praktijk vuur maken. Sommige zijn zelfs groot genoeg om een vuist in te stoppen. Vuur maken op kerkmuren met napjes is dus niet mogelijk, zeker niet met zulke grote napjes. De oorsprong van de napjes moet dus elders gezocht worden.

krabsporen
Afbeelding 9. Ook treffen we regelmatig uithollingen aan, vooral van hoekstenen bij kerken.

De napjes zijn ontstaan door de inslag van kogels en andere projectielen


Kogels en andere projectielen kunnen (kleine) kraters in muren veroorzaken (afbeelding 10). Bij oudere gebouwen komen zulke kraters regelmatig en soms in grote aantallen voor. Deze kraters stammen uit de Tweede Wereldoorlog maar zijn ook wel van eerdere oorlogen. Deze kraters zijn hol en hebben verbrokkelde randen. Vaak is het oppervlak van de holte oneffen. Napjes hebben echter een effen oppervlak en egale randen. Ze zien er heel anders uit dan de kraters van projectielen.

geen krabsporen
Afbeelding 10. Inslagen van kogels en andere projectielen zien er heel anders uit dan napjes voor de winning van steenpoeder.


De napjes zijn ontstaan door het draaien van de duimen tegen de muren

Wie aan een dergelijke verklaring geloof hecht, heeft nooit zelf geprobeerd om een napje op deze manier in bijvoorbeeld een zandstenen muur te draaien. De huid zal namelijk al snel beschadigen en pijn gaan doen, nog voordat op de muur echt resultaat te zien is. Bovendien zijn sommige napjes zo groot dat men wel heel dikke duimen gehad moet hebben. Napjes met de duimen draaien lukt gewoon niet.

De groeven zijn ontstaan door het winnen van steenpoeder voor geneeskrachtige en andere bijzondere doeleinden

Sommige auteurs geven voor het ontstaan van de krabsporen een verklaring die moeilijk weerlegd kan worden, zeker als je er wat nader onderzoek naar doet. De groeven en napjes zijn ontstaan doordat er steenpoeder geschraapt werd. Met dit poeder kon het leven draaglijker gemaakt worden, bijvoorbeeld door het als geneeskrachtig poeder te gebruiken. De mens gebruikte het steenpoeder om besmettelijke ziekten zoals de pest en tyfus mee af te weren en om van deze ziektes te genezen. En in Egypte wordt door gidsen bij de oude tempelcomplexen verteld dat de bootvormige gleuven daar het gevolg zijn van vrouwen die steenpoeder hebben afgekrabd. Dat poeder vermengden ze dan met voedsel waarna ze het opaten om vruchtbaarder te worden. Steenpoeder dat op deze manier van kerkmuren en andere religieuze gebouwen was gewonnen, was een heilig poeder. In het volksgeloof was het een echt medicijn. Verder kon het ook gebruikt worden om het kwade af te weren.

Deze tekst is grotendeels ongewijzigd ontleend aan onze eigen uitgebreide publicatie op cd-rom 'Krabsporen, steenpoeder als geneesmiddel?', 
versie januari 2019 (oorspronkelijke uitgave 2010)

Andere publicaties van ons over dit bijzondere verschijnsel:

Weertz, Jan en Els - Krabsporen: medicijn uit de muur - Frontier, jaargang 20.5, nummer 122, september - oktober 2014

Weertz, Jan & Els -  Krabsporen, een bijzonder fenomeen - Grondboor & Hamer (Nederlandse Geologische Vereniging) 2011 nummer 5

Weertz, J., Weertz, E. & Duffin, C.J. - Possible sources of therapeutic stone powder from North West Europe - Pharmaceutical Historian (British Society for the History of Pharmacy), 2014

Weertz, J., Weertz, E. & Duffin, C.J. -  Therapeutic stone powder from ecclesiastical sources: supplementary comments -
Pharmaceutical Historian (British Society for the History of Pharmacy), 2020

Voor foto's van alle door ons in Nederland en elders gevonden krabsporen met aanvullende informatie: kijk op de Duitse website Schabespuren.

Tekst en foto's: Jan en Els Weertz

© De Belemniet