De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Het winnen van ijzer uit moerasijzererts en klapperstenen

Deutsche Version Deutsche Version

In Nederland is al sinds de prehistorie op diverse plaatsen smeedijzer uit moerasijzererts en klapperstenen gewonnen. Smeedijzer uit ijzererts winnen is niet zo gemakkelijk. Om het proces te verduidelijken, moet eerst iets meer over het erts verteld worden. Dit bestaat in de meeste gevallen hoofdzakelijk uit ijzer(hydr)oxiden en siliciumdioxide. Daarnaast kunnen we er onder andere nog kleinere hoeveelheden calcium, mangaan, aluminium en zwavel in tegenkomen. Het proces 'van ijzererts tot ijzer' komt eenvoudig gezegd op het volgende neer. Allereerst moet het erts geroosterd (verhit) worden waardoor onder andere vocht en zwavel kunnen ontsnappen. Dit roosteren gebeurt in een open vuur. Na het roosteren moet het erts eerst afkoelen en dan wordt het in kleine stukjes geslagen. Vervolgens gaat het de lemen oven in. Deze oven is al eerder opgebouwd en goed drooggestookt. Bij het winproces wordt beurtelings en met tussenpozen erts en houtskool in de oven gestort. Steeds als deze mix weer in de oven is weggezakt, wordt een nieuwe hoeveelheid toegevoegd. De houtskool die bij dit proces wordt gebruikt, wordt uit hout gewonnen in zogenaamde houtskoolmeilers.

Moerasijzererts, klaar om te roosteren Het in stukjes slaan van het geroosterde moerasijzererts. In de oven worden beurtelings erts en houtskool gestort.
Moerasijzererts, klaar om te roosteren Het in stukjes slaan van het geroosterde moerasijzererts. In de oven worden beurtelings erts en houtskool gestort.

In die oven moeten twee dingen gaan gebeuren. Het ijzer komt in het erts als een verbinding met zuurstof voor in de vorm van ijzeroxide. Die zuurstof moet eerst van het ijzer ‘losgekoppeld’ worden. Om de zuurstof te kunnen loskoppelen en te laten ontsnappen, wordt houtskool gebruikt. De zuurstof gaat dan een nieuwe verbinding aan met de koolstof uit de houtskool en die ontsnapt als koolmonoxide en kooldioxide. De houtskool is dus niet alleen maar brandstof. Dan volgt het smelten. Het ijzer in het erts heeft een hoger smeltpunt dan het siliciumdioxide (kiezelzuur) en de andere erin voorkomende stoffen. Het siliciumdioxide en de andere stoffen zullen dus op een gegeven moment smelten en als 'slak' uit de oven wegstromen waardoor alleen het ijzer in de oven achterblijft. De ideale temperatuur in de oven ligt rond de 1125 graden Celsius.

Het bouwen van een houtskoolmeiler. In de meiler verandert het hout door onvolledige verbranding in houtskool. Het openen van de meiler. De houtskool is goed te zien.
Het bouwen van een houtskoolmeiler. In de meiler verandert het hout door onvolledige verbranding in houtskool. Het openen van de meiler. De houtskool is goed te zien.

Het hele stook- en smeltproces kan een hele dag in beslag nemen. Vervolgens moet de oven afkoelen waarna de door het winproces ontstane sponzige ijzermassa uit de oven gehaald kan worden. Deze sponzige ijzermassa staat bekend als 'wolf' of 'loup'. Deze wolf is nog niet geheel zuiver; er zitten nog verontreinigingen in. Deze moeten verwijderd worden door opnieuw verhitten en hameren. Van het eindproduct konden dan voorwerpen gesmeed worden.

De slak drupt aan de onderkant uit de oven. Slak uit een ijzeroven. De stroompatronen zijn goed te zien. De wolf wordt uit de oven gehaald.
De slak drupt aan de onderkant uit de oven. Slak uit een ijzeroven. De stroompatronen zijn goed te zien. De wolf wordt uit de oven gehaald.

Naast deze methode bestaan er procédés waarbij het ijzererts in zijn geheel vloeibaar gemaakt wordt om het ijzer van het restgesteente te kunnen scheiden. Dit gebeurt in zogenaamde hoogovens. Hoogovens kwamen echter pas vrij laat in de geschiedenis in zwang. De slakken die bij dit proces ontstonden, zien er heel anders uit dan de slakken die we van de meer primitieve smeedijzeroventjes kennen.

Tekst en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet