De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Sporen van de oermaas in Zuid-Limburg (deel 2)

Als we in Cadier en Keer de Rijksweg blijven volgen, komen we op een gegeven moment in het dorp aan de rechterkant bij de Eckelraderweg, die naar een lager deel van het terras loopt. Volgen we deze Eckelraderweg, dan komen we bij de Örenberg. Aan de linkerkant van de weg ligt het geologisch monument met dezelfde naam (afbeelding 1). In deze oude groeve kunnen we het Örenbergconglomeraat zien. Dit conglomeraat bestaat uit zandig Maasgrind dat hier in het Pleistoceen werd afgezet en later door insijpelend kalkrijk water werd verkit. De kalk diende dus als cement voor dit natuurlijke beton. In deze groeve vinden we het Örenbergconglomeraat terug in de vorm van een aantal grote steenblokken. 

Maas Gulp Geul
Afbeelding 1. Boven: het Örenbergconglomeraat in de voormalige groeve op de Örenberg bij Cadier en Keer. Onder links: Het dal van de Oostmaas bij Gulpen waar ook de Gulp en de Geul hun bijdrage hebben geleverd. Onder midden en rechts: De dalwand van de Oostmaas bij Vijlen. De kerk van Vijlen ligt al buiten het dal.

Via de Eckelraderweg gaan we terug naar de Rijksweg en volgen die in de richting van Margraten. Bij Cadier en Keer zien we dat het terrein niet vlak is. De weg stijgt weer wat, doordat we naar een volgend terrasniveau gaan. Voorbij Cadier en Keer daalt de Rijksweg echter. Dat heeft echter niets met de Maas te maken. De daling wordt veroorzaakt door een tweetal droogdalen die hier het terrein hebben uitgeslepen. Al snel gaan we echter weer omhoog, naar een volgend terrasniveau. Hoewel de terrasniveaus op zich vrij vlak zijn, zien we om ons heen toch een golvend landschap. Dit wordt veroorzaakt door het lösspakket dat hier en elders in onder andere Zuid-Limburg tijdens het Saale- en Weichselglaciaal werd afgezet. 

Buiten Margraten bereiken we de oostelijke begrenzing van de Westmaas. Als we hier verder gaan over de Rijksweg dan gaat het al snel sterk hellingafwaarts doordat we in het dal van de Oostmaas komen. In de afdaling naar Gulpen krijgen we een mooi uitzicht over dit dal (afbeelding 1). Eerlijkheidshalve moet er wel bij gezegd worden dat ook de Geul en Gulp hier aan het reliëf hebben bijgedragen. Voorbij Gulpen gaan we via de N278 (Wahlwiller en Nijswiller) en buigen daarna naar Vijlen af. Bij Vijlen is duidelijk de helling van de oostelijke dalwand van de Oostmaas te zien (afbeelding 1).

Vanuit Vijlen komen we bij Epen in het Geuldal terecht, waar de Geul in de loop der tijd een diep en breed dal uitgeslepen heeft. Vanaf een uitkijkpunt bij hotel Ons Krijtland - dat tussen Epen en Eperheide ligt - hebben we een mooi uitzicht op dit Geuldal (afbeelding 2). Niet ver hier vandaan moet de Geul in het verre verleden in de Oostmaas zijn uitgemond. 

Gulpdal Geuldal
Afbeelding 2. Boven links: Het Geuldal bij Epen. Boven midden: In de dalhelling/dalwand van de Oostmaas bij Kosberg. Boven rechts en onder links: Het dal van de Gulp gezien vanaf Heijenrath. Onder midden en rechts: Het Gulpdal na het passeren van Slenaken.

Via Eperheide naar Heijenrath en Slenaken. Voorbij Eperheide verlaten we eerst nog even onze route om via de Schweibergerweg af te buigen naar Kosberg en Schweiberg, want daar is de dalwand van de Oostmaas weer goed te zien (afbeelding 2). Terug op onze route rijden we via de Heijenratherweg door Heijenrath waarna de Heijenratherweg naar beneden begint te slingeren, het dal van de Gulp in. Voor het naar beneden gaat, ligt aan de linkerkant Best Western Hotel Slenaken. Vanaf dit punt hebben we een aardig uitzicht over dit Gulpdal (afbeelding 2). Net zoals de Geul heeft dit riviertje in het verleden een fiks dal uitgesleten. Beneden in het dal arriveren we in Slenaken waar we het riviertje zelf kunnen zien. Buiten Slenaken verlaten we het Gulpdal door omhoog te klimmen naar Hoogcruts. Tijdens deze klim kan nogmaals genoten worden van het uitzicht over het diepe en brede Gulpdal (afbeelding 2). 

Bij Hoogcruts kruisen we de N598. Als we op dit kruispunt naar links kijken, zien we dat de weg omhoog gaat. We hebben weer met de oostelijke dalwand van de Oostmaas te maken (afbeelding 3). Wij slaan echter rechtsaf en volgen de N598 in min of meer noordelijke richting. Omdat de oostelijke dalwand van de Oostmaas achter ons ligt, zitten we dus in het dal van de Oostmaas. Deze N598 komt op de N278 uit, de Rijksweg van Margraten naar Gulpen waar we al eerder op reden. Even voor we deze weg bereiken, verlaten we het dal van de Oostmaas en komen op het zogenaamde Eiland van Ubachsberg (afbeelding 3). Dit is een hooggelegen gebied dat de scheiding vormt tussen het gebied van de Oostmaas en dat van de Westmaas. De Oostmaas overstroomde ongeveer 1,7 miljoen jaar geleden dit gebied om daarna verderop als de Westmaas een meer noordelijke koers te volgen. Tijdens dat overstromen vond erosie plaats. Even voordat we de N278 bereiken, hebben we ongeveer ter hoogte van de plaats waar links de weg Termaar begint een mooi uitzicht op het oosten met het dal van de Oostmaas. Dan zijn we terug op de weg waar we al eerder waren. 

Oostmaas Hoogcruts Eiland van Ubachsberg
Afbeelding 3. Boven links: de dalwand van de Oostmaas bij Hoogcruts. Boven rechts en onder links: Gezicht vanaf het Eiland van Ubachsberg op het dal van de Oostmaas in de verte. Onder rechts: Maasgrind dagzoomt hier bij werkzaamheden langs de weg tussen Hoogcruts en Noorbeek.

Voor dit Maasverhaal is dat echter niet het einde want er zijn in Zuid-Limburg nog heel wat andere plekken die getuigen van de aanwezigheid van de Maas in dat verre verleden. Zo zijn er in de kerk van Noorbeek zwerfstenen van de Maas verwerkt (afbeelding 4). De eerste daarvan komen we al tegen in het muurtje naast de trappen die naar het oude kerkhof en de kerk leiden. Verder vinden we ze in de onderkant van de zijmuur van de kerk en in het gehele onderste gedeelte van de toren. Naast de kerk loopt de Onderstraat. In de muur van de boerderij op nummer 12 (afbeelding 4) zijn ook Maasstenen verwerkt. 

Maasgesteenten kerk Noorbeek
Afbeelding 4. Zwerfstenen van de Maas als bouwsteen bij de toren van de kerk in Noorbeek (1e foto), bij Onderstraat 12 in Noorbeek (2e foto) en langs de Schweibergerweg tussen Schweiberg en Mechelen (3e en 4e foto).

Bij de bouw van de Sint Pancratiuskerk in Mesch zijn eveneens heel wat zwerfstenen van de Maas gebruikt (afbeelding 5). Bij een boerderij in Terlinden, op de hoek van de Kütersteenweg en de Grotestraat zijn zulke stenen gebruikt om aan de straatkant ermee te bestraten (afbeelding 5). Nog meer sporen van de aanwezigheid van de Maas zien we langs de Schweibergerweg tussen Schweiberg en Mechelen (afbeelding 4). Her en der zijn daar bij huizen en in de tuinen grote en zware Maasstenen ter versiering geplaatst. 

Maasgesteenten kerk Mesch en in Terlinden
Afbeelding 5. Bestraten met zwerfstenen van de Maas in Terlinden (boven) en bouwen met Maasgesteente bij de kerk van Mesch (onder).

Ga naar 'Sporen van de oermaas in Zuid-Limburg (deel 1)'

Aan de basis van dit item staat het verhaal dat wijlen P.J. (Sjeuf) Felder onder de naam 'Geologische bezienswaardigheden in het Mergelland' in maart 1978 in de Wetenschappelijke mededelingen K.N.N.V schreef. Het betreffende boekje kreeg ik samen met nog een ander interessanter, ouder werk over de Maas van Sjeuf tijdens een van mijn bezoeken aan hem in Cadier en Keer in de '80 jaren van de vorige eeuw. "Hiermee doe ik je vast een plezier Jan" zei Sjeuf toen. Wel Sjeuf, dat heb je zeker gedaan, ik kan het nu nog steeds goed gebruiken. Je kennis komt nog steeds goed van pas. Verder zijn voor dit verhaal ook stukjes tekst en informatie gebruikt uit artikelen van Jan en Els Weertz in Grondboor & Hamer nummer 5/6-2005, nummer 6-2007 en nummer 2-2015.

Bij de beschrijving van de locaties is sprake van momentopnames. De kans bestaat dat situaties en het aanzien op een later tijdstip niet meer hetzelfde zijn. Beschouw de vindplaatsgegevens dan ook als richtlijnen die in mindere of meerdere mate veranderd kunnen zijn. Bepaal zo nodig vooraf aan de hand van kaarten of de beschreven situatie overeenkomt met de werkelijkheid.

Tekst: Jan Weertz
Foto's: Jan en Els Weertz
© De Belemniet