De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Delven van vuursteen in prehistorische vuursteenmijnen

De prehistorische vuursteenmijn van Rijckholt/Sint Geertruid

Al vroeg in de prehistorie gebruikte de mens stenen om werktuigen en wapens te maken. Maar niet alle soorten steen waren hiervoor even geschikt. Als in een gebied vuursteen beschikbaar was, had deze meestal de voorkeur. Dikwijls was die vuursteen in zulke gebieden aan de oppervlakte te vinden. Maar de kwaliteit daarvan was vaak niet zo goed. Zo konden door bijvoorbeeld weersinvloeden (vorst, wisselende temperatuurverschillen) of riviertransport heel kleine scheurtjes en barstjes in die vuursteen voorkomen (afbeelding 1). Als de mens dan zo’n stuk vuursteen bewerkte, konden er stukken afbreken op plekken waar hij dat helemaal niet wilde. Of vuursteenknollen vielen bij de bewerking zelfs helemaal uit elkaar door de vele barstjes. Vaak waren de stukken vuursteen die men aan de oppervlakte vond niet zo groot. Daardoor was het formaat van de gebruiksvoorwerpen die men ervan maakte beperkt. Kortom, als je alleen maar oppervlaktevuursteen had dan moest je een aantal beperkingen op de koop toenemen. 

vuursteen kernsteen afslagen
Afbeelding 1. Als de vuursteen goed van kwaliteit is, kunnen er mooie scherven van afgeslagen worden. Van die scherven kunnen dan allerlei gebruiksvoorwerpen gemaakt worden (links). In vuursteen die aan de oppervlakte gevonden wordt, zitten vaak allerlei barstjes en scheurtjes. Van deze slechte kwaliteit vuursteen kunnen geen mooie scherven afgeslagen worden (rechts).

Ondergrondse vuursteenwinning 
Vuursteen komt in bepaalde gebieden op geringe diepte in lagen (banken, afbeelding 2) in kalksteen voor. In Nederland is dat het geval in Zuid-Limburg. Toen de prehistorische mens daar op een gegeven moment achter kwam, ging hij naar die vuursteen graven. Eerst zal dat in open groeven aan de oppervlakte zijn gebeurd, maar later ontstond er ook echte mijnbouw. Daarbij ontdekte de mens dat de kwaliteit van de vuursteen per laag kon verschillen. Zo vond hij in sommige lagen alleen maar kleine en vaak heel grillige knollen waar weinig mee aan te vangen was. In andere lagen daarentegen kwamen meer egale en veel grotere knollen en stukken vuursteen voor. Bij het delven van de vuursteen werd soms bewust voor een bepaalde laag (bank) gekozen.

doorsnede vuursteenmijn
Afbeelding 2. Een schacht met gangetjes voor het exploiteren van een vuursteenlaag (links). De vuursteen zit in banken in de kalksteen. In het mijnbouwgebied van Rijckholt/Sint Geertruid bevindt zich boven die kalksteen een pakket grind. Daarboven zit nog een pakket löss (links). Deze foto in het midden laat deze volgorde van afzettingen zien in Groeve 't Rooth bij het wat noordoostelijker gelegen Bemelen. Bij zo'n kalksteenwand kan men zien dat de vuursteen duidelijk in lagen ofwel banken zit (rechts).

Vuursteenmijnen in Nederland en andere landen 
In Nederland zijn vuursteenmijnen in Zuid-Limburg ontdekt bij Rijckholt/Sint Geertruid en bij Valkenburg. Buiten Nederland vinden we zulke mijnen bijvoorbeeld bij Spiennes in de provincie Henegouwen in België en bij Grime’s Graves in Norfolk in Groot-Brittannië. Al deze mijnen waren in gebruik tijdens het Neolithicum (de Nieuwe Steentijd). Niet in al deze mijnen werd precies op dezelfde manier gewerkt. Voor dit artikel kijken we naar de manier waarop dit bij het mijnbouwgebied van Rijckholt/Sint Geertruid gebeurde. 

vuursteenmijn schets
Afbeelding 3. Zie hiervoor ook afbeelding 3a hieronder. Vanaf een schacht (1) ontstonden door de winning van vuursteen gangetjes (2): een vuursteenmijntje was geboren. Doordat steeds weer nieuwe schachten gegraven werden waarbij door de vuursteenwinning gangetjes ontstonden, werd een groot mijnbouwgebied gevormd. In de tweede helft van de 20e eeuw hebben onderzoekers een (ondergrondse) verkenningsgalerij gegraven om een deel van het mijnbouwgebied te onderzoeken. Rechts zien we een schematisch bovenaanzicht van dit mijnbouwgebied met de verkenningsgalerij. Linksboven: een blik in de verkenningsgalerij zoals die in de tweede helft van de twintigste eeuw werd aangelegd. In de wanden van deze verkenningsgalerij zitten 'raampjes' waardoor men in de onderzochte mijngangetjes kan kijken (linksonder). Daar zien we ook (zwarte) vuursteenknollen in de kalk zitten. In 2021/2022 vond een grote renovatie plaats waarbij enkele zijgangen werden aangebracht in de verkenningsgalerij. De vernieuwde vuursteenmijn werd in mei 2023 geopend.

schema vuursteenmijn
Afbeelding 3a.
Schematisch bovenaanzicht van  een schacht met gangetjes. Vanuit de schacht (1) ontstonden door de winning van de vuursteen gangetjes (2). Daarbij werd niet alles weggegraven maar bleven sommige delen (3) behouden als ondersteuning van de bovengrond.

Het prehistorische mijnbouwgebied van Rijckholt/Sint Geertruid 
Het prehistorische mijnbouwgebied van Rijckholt/Sint Geertruid ligt in en rond het Savelsbos. Ten westen ervan is het dorp Rijckholt, ten oosten ervan Sint Geertruid. Tijdens de 20e eeuw is een klein deel van het mijnbouwgebied opgegraven. De ingang van de verkenningsgalerij die het opgravingsgebied doorsnijdt, ligt in het bos. De prehistorische mijnbouw vond hier plaats van grofweg het begin van het vijfde tot halverwege het derde millennium voor Christus. 

hertshoornen hak
Afbeelding 4. Een werktuig van hertengewei ofwel hertshoorn. Het (oude) muntstuk van een Nederlandse gulden geeft een indicatie van de grootte.

De samenstelling van de bodem in het mijnbouwgebied (afbeelding 2)
De vuursteen die hier gewonnen werd, is voornamelijk afkomstig uit de zogenaamde Kalksteen van Lanaye die tot de Formatie van Gulpen behoort. Deze kalksteen is tijdens de Krijtperiode afgezet in de zee waar dit gebied toen deel van uitmaakte. In deze Kalksteen van Lanaye komen 23 vuursteenbanken voor. Daarvan heeft de prehistorische mens voornamelijk vuursteen uit bank 10 gewonnen. Net als tegenwoordig werd die kalksteen tijdens het Neolithicum afgedekt door een pakket grind van de Maas die hier in het verre verleden stroomde. Bovenop dat grind ligt weer een pakket löss. In het mijnbouwgebied zijn deze pakketten grind en löss relatief dun. De mijnwerkers hoefden daarom niet diep te graven om bij de kalksteen met zijn vuursteen te kunnen komen. 

vuurstenen mijnwerkershak
Afbeelding 5. Reconstructie van een ingesteelde mijnwerkershak van vuursteen. De steen in de inzet is een klopsteen. De speld van 3 cm geeft een indicatie van de grootte van de klopsteen.

Over schachten en mijngangetjes 
Voor het bereiken van de vuursteen werden tot twaalf meter diepe schachten gegraven (afbeelding 2, 3 en 3a). Deze schachten waren tot zo’n meter in doorsnede. De löss en het grind zijn relatief losse gesteenten. Het deel van de schacht dat zich in dit grind en die löss bevond, zal waarschijnlijk bekleed zijn geweest om te voorkomen dat delen ervan instortten. Dat puin zou dan immers weer vanaf de bodem van de schacht naar boven moeten worden gebracht. En bovendien konden de mijnwerkers erdoor bedolven raken. Na het bereiken van de gewenste vuursteenlaag werd de schacht iets verruimd. Daardoor kreeg men manoeuvreerruimte, als de vuursteen naar boven gebracht moest worden. Voor dit takelwerk zal men touwen gebruikt hebben. Vanaf de bodem van de schacht werden horizontale mijngangen gegraven om de vuursteen te kunnen winnen. Deze gangen waren zo’n 60 tot 80 cm hoog. Nadat uit een aantal van die gangen de vuursteen was gewonnen, werd een nieuwe schacht met weer nieuwe gangen gegraven. Voor het graven van de schachten in de zachte en losse löss en het relatief losse grind werd vaak gebruik gemaakt van werktuigen van hertengewei (afbeelding 4). Met dit hertengewei kon löss en grind losgetrokken of losgekrabd worden. Voor het graven in de hardere kalksteen waren deze werktuigen echter niet geschikt. Op die plaats werden in een steel gevatte vuurstenen hakken gebruikt (afbeelding 5 en 6). 

pics - vuurstenen mijnwerkershakken
Afbeelding 6. Prehistorische mijnwerkershakken. Het gaat hier om verweerde oppervlaktevondsten. Van de onderste hak ontbreekt een stukje (stippellijn) aan de kant waar ze ingesteeld werd. Dit stukje moet er al in de prehistorie afgebroken zijn. De hak kon daardoor echter gewoon gebruikt worden. De speld is 3 cm.

Afval voor verlaten schachten en gangetjes 
Tijdens het winnen van de vuursteen in de mijngangetjes kwam ook behoorlijk wat kalksteen vrij. Met deze kalksteen werden reeds verlaten mijngangetjes weer opgevuld. Geen rommel bovengronds zou je dus kunnen zeggen. Ook versleten en gebroken hakken werden als afval in de verlaten gangetjes achtergelaten. En dat zijn er heel wat. Voor het gehele mijncomplex moet het om enkele honderdduizenden exemplaren gaan die nu nog in en rond het Savelsbos in de grond zitten! Wat voor de verlaten mijngangetjes geldt, dat geldt ook voor de verlaten schachten. Deze werden weer opgevuld met materiaal dat bij het graven van een nieuwe schacht vrijkwam. Bijzonder is dat bij het opvullen van oude schachten op de bodem vaak voorraadjes ongebruikte hakken achterbleven. Die werden er tijdens het onderzoek in de twintigste eeuw samen met klopstenen gevonden. Die klopstenen zijn in feite hamers waarmee vuursteen bewerkt werd. 

vuursteen - kernsteen en klingen
Afbeelding 7. Een kernsteen (links) en klingen (rechts). De gele pijlen geven aan waar klingen van de kernsteen zijn afgeslagen. De speld is 3 cm.

Vuursteen: een multifunctionele grondstof 
Eenmaal aan de oppervlakte gekomen, werd de gewonnen vuursteen bewerkt. Het grootste deel ervan was echter niet voor eigen gebruik, maar voor de handel bestemd. Via handelswegen bereikten halffabrikaten (vooral van kernstenen, klingen en bijlen, afbeelding 7) verre bestemmingen. Op de plaats van bestemming konden deze dan verder bewerkt worden. Men heeft ze tot zo’n vierhonderd kilometer van het mijngebied teruggevonden. Maar naast deze producten voor de handel werd er natuurlijk heel wat voor eigen gebruik geproduceerd. De vuursteen werd ook gebruikt voor het maken van boren, krabbers, stekers (een soort gutsen), pijlpunten, messen, schaven. De bedrijvigheid bovengronds zal wel net zo groot zijn geweest als de bedrijvigheid ondergronds. En door het verwerken van al die vuursteen tot halffabrikaten (bijvoorbeeld bijlen die nog geslepen moesten worden) en kant en klare werktuigen en wapens ontstond er natuurlijk heel wat afval in de vorm van vooral vuursteenscherven en vaak volledig ‘afgekloven’ kernstenen. Veel van dat afval werd weer in oude schachten gedumpt. Maar daar kon men echt niet alles kwijt. Tegenwoordig komt men in het voormalige mijnbouwgebied in en rond het Savelsbos nog heel wat van dat afval en om allerlei redenen achtergelaten gebruiksvoorwerpen aan of nabij de oppervlakte tegen. Vuursteen was toen immers dé grondstof voor van alles en nog wat. In feite loopt men er over het afval van de mens die hier duizenden jaren geleden actief was. Velen zijn gefascineerd door dat bijzonders uit het verre verleden. Maar al dat gewroet en het achterlaten van het vele stenen afval zal voor een verstoring van de natuurlijke leefomgeving hebben gezorgd. Maar die zal zeker kleinschaliger en minder ingrijpend zijn geweest dan de roofbouw en verstoring die de moderne mens in zijn honger naar ‘steeds meer’ veroorzaakt. Wat vuursteen een paar duizend jaar geleden was, is vooral plastic in onze tijd. Eens kijken of men daar over een paar duizend jaar ook zo over gefascineerd en van gecharmeerd is. … …

Meer weten over prehistorische werktuigen van vuursteen? Meer weten over soorten vuursteen en het gebruik van vuursteen toen en nu? Ga dan naar de index met alles over vuursteen.

Tekst en afbeeldingen: Jan Weertz
© De Belemniet