De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Vuursteen om vuur mee te maken

Deutsche Version Deutsche Version

Vuursteen werd al in de prehistorie gebruikt om vuur mee te maken. Er kan echter geen vuur gemaakt worden door twee vuurstenen tegen elkaar te slaan. De vonken die daarbij ontstaan, zijn hiervoor niet geschikt. Goede vonken om vuur te maken, krijg je als je vuursteen tegen een stuk markasiet of pyriet (zwavelijzer) slaat.

markasiet en tonderzwam vuur maken
Afbeelding 1. Markasietknollen. Deze zijn onder andere te vinden aan de krijtkust bij Cap Blanc Nez in Frankrijk en bij de keileemkliffen aan de Ostsee in Duitsland. De speld is drie cm lang (links). Tonderzwammen ofwel tondelzwammen (rechts).

Na de prehistorie is men vuursteen blijven gebruiken om vuur mee te maken. Nog tot het begin van de vorige eeuw kende men zelfs de tondeldoos. De inhoud van een tondeldoos bestond uit een stuk vuursteen, een vuurslag (koolstofhoudend ijzer) en tondel, ook wel tonder genoemd. De tondel was meestal een gedroogd stukje van een kurkachtige zwam zoals de tondelzwam ofwel tonderzwam. Een niet helemaal verkoold stukje katoen of linnen kon ook als tondel gebruikt worden. Door met het vuurstaal op de vuursteen te slaan, ontstond een vonk die men in de tondel opving. De tondel ging dan gloeien. Als er vervolgens fijn brandbaar materiaal werd toegevoegd en er geblazen werd, kon een vuurtje opgebouwd worden.

tondeldoos en vuurslag
Afbeelding 2. Tondeldozen (links) en vuurslag in de vorm van een jachthond (rechts) uit de collectie van het Niederrheinisches Museum für Volkskunde und Kulturgeschichte in Kevelaer (D).

Tegenwoordig kennen we lucifers en aanstekers om vuur mee te maken. Vuursteen komt daar niet meer aan te pas. In het begin van het aanstekertijdperk werden nog wel vuursteentjes in de aanstekers gebruikt. Later kwamen synthetische steentjes in de plaats van de vuursteentjes. Die bleven echter de naam 'vuursteentje' houden.

verkoold katoen vuur maken
verkoold katoen vuur maken
Afbeelding 3. Bij het maken van vuur kan een verkoold stukje katoen als tondel gebruikt worden. Voor het laten verkolen van het katoen hebben we naast een lapje katoen zelf ook een blikje nodig dat afgesloten kan worden. Daarvoor gebruiken we een gewoon conservenblikje. Om het af te sluiten, nemen we een deksel van een glazen pot. Daar maken we twee gaatjes in waar rook door kan ontsnappen. Vervolgens rollen we het lapje katoen op en stoppen het in het blik. Daarna het deksel erop en vervolgens zetten we het blik in de open haard waar we een vuurtje stoken. Al snel (als er geen ontsnappende rook meer te zien is) leggen we daarna met een tang een ander dekseltje over het deksel met de gaatjes heen om te voorkomen dat het vuur in het blikje zelf kan komen. Daarna mag het vuur nog even doorbranden waarna we het blikje met een tang uit de haard halen om het buiten te laten afkoelen. Dat afkoelen gaat vrij snel. In het geopende blikje zien we het verkoolde katoen. We halen het eruit en rollen het open. Het opengerolde katoen is hier uiterst rechts te zien. Na het open rollen, kan het lapje nog verder opengeklapt worden. Op de vouwen kan het dan gemakkelijk in stukjes gedeeld worden. Daar is geen schaar of mes voor nodig, dat gaat vanzelf.

vuur slaan met vuursteen
Afbeelding 4. Voor het slaan van de vonken gebruiken we een stuk vuursteen en een recent gemaakte vuurslag (koolstofhoudend ijzer). In plaats van zo'n vuurslag zouden we ook een vijl van koolstofhoudend ijzer kunnen gebruiken. Tijdens het slaan met de vuurslag op de vuursteen ontstaan vonken. Die hebben we geprobeerd om fotografisch vast te leggen, maar dat is niet zo eenvoudig als het lijkt. De onderste foto's laten (bij de rode pijltjes) zulke vonken zien. Ze gloeien net als meteorieten maar heel even op, maar dat is voldoende om het verkoolde katoen (afbeelding 5) aan het smeulen te brengen. 

vuur slaan vuur maken met vuursteen
Afbeelding 5. Dat het stukje katoen smeult, zien we aan de rode gloed. Door te blazen krijgen we het verder aan het gloeien. Daarna leggen we er dunne stukjes droge berkenbast en houtschaafsel op. Verder blazen zorgt ervoor dat al snel een vuurtje brandt.


Tekst: Jan Weertz
Foto's: Jan en Els Weertz
© De Belemniet