Na
de prehistorie is men vuursteen blijven gebruiken om vuur mee te maken.
Nog tot
het begin van de vorige eeuw kende men zelfs de tondeldoos. De inhoud
van een
tondeldoos bestond uit een stuk vuursteen, een vuurslag
(koolstofhoudend
ijzer) en tondel, ook wel tonder genoemd. De tondel was meestal een
gedroogd
stukje van een kurkachtige zwam zoals de tondelzwam ofwel tonderzwam.
Een niet
helemaal verkoold stukje katoen of linnen kon ook als tondel gebruikt
worden.
Door met het vuurstaal op de vuursteen te slaan, ontstond een vonk die
men in
de tondel opving. De tondel ging dan gloeien. Als er vervolgens fijn
brandbaar
materiaal werd toegevoegd en er geblazen werd, kon een vuurtje
opgebouwd
worden.
 |
Afbeelding 2. Tondeldozen (links) en vuurslag in de vorm van een
jachthond (rechts) uit de collectie van het Niederrheinisches Museum
für Volkskunde und Kulturgeschichte in Kevelaer (D). |
Tegenwoordig
kennen we
lucifers en aanstekers om vuur mee te maken. Vuursteen komt daar niet
meer aan
te pas. In het begin van het aanstekertijdperk werden nog wel
vuursteentjes in
de aanstekers gebruikt. Later kwamen synthetische steentjes in de
plaats van de
vuursteentjes. Die bleven echter de naam 'vuursteentje' houden.