|
|||||||||||||||||||||||||||||
Vuistbijlen ofwel bifacesStenen slachtwerktuigen van de mens uit de Oude Steentijd (Paleolithicum)Hoewel
we in Nederland van vuistbijlen spreken, zal hier voor de verdere
uitwerking van dit onderwerp van de Franse naam 'bifaces'
gebruikgemaakt worden. De naam vuistbijl voor dit soort werktuigen is
volgens ons namelijk iets ongelukkig gekozen. Want gaat het wel om een
bijl die in de vuist gehouden wordt? De Franse naam biface (met twee
zijden, met twee kanten) lijkt ons meer geschikt omdat het hier om een
special soort tweezijdig bewerkte stenen artefacten gaat. De naam
biface zegt dan iets over de vorm en niet over de functie. In het
onderstaande zal dit verder verduidelijkt worden.
De afbeeldingen geven een goed idee van de vormenrijkdom van bifaces en van de gesteenten waaruit ze gemaakt zijn.
De oudste bifaces De
oudste bifaces stammen uit het Vroeg-Paleolithicum. Ze zijn zo'n 1,75
miljoen jaar oud en men heeft ze gevonden in Oost-Afrika. Tijdens het
Midden-Paleolithicum beginnen ze langzamerhand minder voor te komen. De
jongste exemplaren zijn zo'n 40.000 jaar oud. Deze lange periode waarin
de prehistorische mens vuistbijlen maakt, kennen we ook wel als het
Acheuléen. De periode is genoemd naar het Noord-Franse dorp
Saint-Acheul in de buurt van Amiens. De eerste vuistbijlen die in 1872
werden beschreven, stammen namelijk uit die omgeving.
Het Acheuléen Het
Acheuléen begon niet overal op hetzelfde tijdstip. Zoals we
hierboven al konden lezen, moeten we voor het oudste gedeelte ervan
naar Oost-Afrika. Van daaruit vond verspreiding naar Azië en
Europa plaats. In Europa stammen de oudste vondsten uit het
Acheuléen van ongeveer 700.000 jaar geleden. Ze werden in
Groot-Brittannië gedaan.
Twee manieren om bifaces te maken
Bifaces konden op
twee manieren gemaakt worden. De gebruikte steensoort was dan dikwijls
bepalend. 1) Bij vulkanisch gesteente of kwartsiet, sloeg men vaak
eerst grote afslagen van het vaste gesteente of grote losse blokken
(rotsblokken) af. De zo ontstane afslagen waren dan het
uitgangsmateriaal voor het maken van de biface. 2) Werd gebruik gemaakt
van kleiner uitgangsmateriaal zoals vuursteenknollen, dan hoefde men
niet
eerst grote afslagen te slaan om bifaces te kunnen vervaardigen.
Steen bewerken niet zonder gevaar
Het produceren van de hiervoor genoemde grote afslagen kost behoorlijk
wat inspanning en is niet zonder gevaar is. Ten eerste is er een grote
hamersteen voor nodig die wel tot 25 cm dik kon zijn. Dat is heel wat
gewicht en zo’n hamersteen moest dus vaak in beide handen
gehouden worden. Experimenten hebben uitgewezen dat de steenbewerkers
hierbij behoorlijke verwondingen konden oplopen. Mogelijk waren deze in
bepaalde gevallen zelfs fataal als daarbij een slagader doorgesneden
raakte. De techniek van het maken van dergelijke grote afslagen is
vooral bekend uit Afrika, het Nabije Oosten, het Iberisch schiereiland
en India.
De steen
‘afpellen’ voor het maken van de biface
Voor het
uiteindelijk maken van de biface werden van de grote afslag of het
kleiner oorspronkelijk uitgangsmateriaal aan beide zijden stukken
afgeslagen waardoor de voor- en achterzijde van het artefact tot op
zekere hoogte symmetrie laten zien. Dat die symmetrie maar tot op
zekere hoogte geldt, is te zien op de afbeeldingen bij dit onderwerp.
De zijkanten van bifaces hebben scherpe snijvlakken die door
alternerend weggeslagen scherven een zekere karteling vertonen. In het
vroege Acheuléen was de biface hiermee klaar.
Verfijning van de bifaces Later was op veel
plaatsen een verfijning van de bifaces te zien: ze kregen een grotere
symmetrie en werden dunner. Hierbij maakte de prehistorische mens
vooral gebruik van zachtere hamers van gewei, bot en hout. Bifaces van
fijnkorrelig uitgangsmateriaal (zoals vuursteen) waren daarbij
gemakkelijker te produceren dan exemplaren van grofkorreliger materiaal
(zoals kwartsiet). Bij fijnkorrelig materiaal is namelijk minder kracht
nodig om stukken van de steen af te slaan.
Variatie in vorm en formaat
De uiteindelijke vorm van de bifaces kon van vindplaats tot vindplaats
variëren. Soms waren de bifaces hartvormig, soms peervormig,
ovaal, langwerpig of zelfs puntig. Ook de formaten van bifaces konden
behoorlijk uiteenlopen. Zo is de Noord-Afrikaanse biface van afbeelding 12 maar liefst 23 centimeter hoog/lang terwijl de bifaces van de afbeeldingen 6 en 7 maar 9 centimeter hoog/lang zijn.
Wat weten we over het gebruik van
bifaces?
Van bifaces wordt
vaak beweerd dat ze een soort Zwitserse zakmessen van de vroege
steentijd waren. Het Zwitserse zakmes staat bekend vanwege zijn vele
functies. Ook de biface zou zo'n multifunctioneel werktuig zijn. In
werkelijkheid kennen we echter nog lang niet alle details over het
precieze gebruik. Dit komt voor een belangrijk deel doordat er bij de
oudere exemplaren nauwelijks gebruikssporenonderzoek is gedaan.
Bovendien kennen we bij nu nog bestaande natuurvolkeren geen moderne
equivalenten van dit soort werktuigen.
Slagersmessen uit de Oude
Steentijd
Voor de jongere
exemplaren kan aan de hand van gebruikssporenonderzoek gezegd worden
dat het een soort slagerswerktuigen waren die vooral geschikt waren om
grotere dieren mee te slachten. Doordat in Oost-Afrika bifaces zijn
gevonden op slachtplaatsen met botten van zulke grotere dieren, mogen
we ze daar ook wel tot de slachtwerktuigen rekenen. In helder
Nederlands zouden we ze dan ook de slagersmessen van de mens uit de
Oude Steentijd kunnen noemen.
Gewone afslagen als
prehistorische slagersmessen
Voor het slachten van dieren zal de biface echter niet het enige type
slachtmes geweest zijn. Bij experimenten met het slachten van dieren
(ook heel grote dieren zoals olifanten) was een ander type slachtmes
minstens zo belangrijk: de eenvoudige, scherpe afslag. De eenvoudige
afslag kon zelfs voor het grootste deel van de slachtklus gebruikt
worden. Pas voor het zwaardere snijden en hakken bij onder andere taaie
gewrichten was ‘zwaarder geschut’ zoals de biface
nodig.
Aaseters Vroege
mensachtigen zullen grote dode dieren zeker als een welkome vorm van
voedsel gezien hebben, die ze met hun afslagen en bifaces in stukken
konden delen. Als het lijk nog vers was zullen ze daarbij meestal geen
concurrentie van aaseters gehad hebben die hun bij het dode dier
wegjoegen. Van aaseters in onze tijd is bekend dat ze pas van dode
olifanten beginnen te eten als het lijk al enige dagen in ontbinding
verkeert. Als vroege mens moest je dus vlug bij het dode dier zijn.
Hoe hield men bifaces vast? We gaan ervan uit
dat bij de bifaces de steen direct in de hand werd gehouden om ermee te
kunnen werken. Hoogstwaarschijnlijk zijn dit soort werktuigen nooit van
een steel voorzien geweest. Maar zeker weten we dat echter niet doordat
organische materialen die daarbij gebruikt zouden kunnen zijn, vergaan
zijn. Sporen die in die richting wijzen, kennen we niet. Maar dat wil
niet zeggen dat we de mogelijkheid geheel kunnen uitsluiten.
Zijn bifaces een mondiaal verschijnsel? Bifaces komen we
niet overal ter wereld tegen. Naast hun voorkomen in Afrika en Europa
vinden we ze alleen in het westen van Eurazië, in India en in
het westen van China.
Voor wie meer over (vuur)stenen bifaces (vuistbijlen) wil weten, zijn wellicht de onderstaande werken interessant. Voor het schrijven van dit item over vuistbijlen ofwel bifaces is ook van deze werken gebruikgemaakt. • Vuurstenen werktuigen (technologie op het scherp van de snede) uit 2010 van Jaap Beuker behandelt allerlei facetten van vuursteen en de (experimentele) bewerking ervan voor het maken van stenen werktuigen. Ook vuistbijlen (bifaces) komen er in ter sprake. Het is een uitgave van Sidestone Press in Leiden (274 bladzijden). • Flinthandwerk uit 2017 van Wulf Hein en Marquardt Lund is een boek in de Duitse taal dat allerlei facetten van vuursteen en de (experimentele) bewerking ervan voor het maken van stenen werktuigen behandelt. Ook het maken van bifaces wordt erin besproken. Het is een uitgave van Verlag Angelika Hörnig (370 bladzijden). • De Franstalige Typologie du Paleolithique Ancien et Moyen uit 1979 van François Bordes bestaat uit een tekstboek en een boek met afbeeldingen (tekeningen) van stenen werktuigen uit het Vroeg- en Midden-Paleolithicum. We vinden er de diverse types bifaces in. Het is een uitgave van Editions du Centre National de la Recherche Scientifique uit Parijs. • Bifaces Acheuléens en silex de Provenance Française uit 1950 is een Franstalig werk van Madeleine Ophoven & J. Hamal-Nandrin dat is uitgegeven in Liège (Luik). De uitgeverij is onbekend. Het werk bevat goede zwart/wit foto's van meerdere types vuistbijlen die in Noord-Frankrijk zijn gevonden. • Making silent stones speak uit 1993 van Kathy D. Schick en Nicholas Toth bevat veel interessante informatie over het gebruik en de vervaardiging van bifaces. Het is een uitgave van Weidenfeld and Nicolson uit London. •
Items
Wikipedia:
Bifaces - Acheuléen (Franstalige en Nederlandstalige versie
van 10 augustus 2024).
Tekst en foto's: Jan Weertz
|
|||||||||||||||||||||||||||||
© De Belemniet |