De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

De wolharige mammoet (Mammuthus primigenius) 

en andere soorten mammoeten

Deutsche Version Deutsche Version

Allerlei soorten mammoeten 
Mammoeten zijn ongeveer vier tot vijf miljoen jaar geleden in Afrika uit de oorspronkelijke olifanten ontstaan. Van daar uit zijn ze in Europa en Azië terechtgekomen. Dat waren echter nog niet de wolharige mammoeten zoals we die uit de ijstijden kenden. Die komen pas veel later in beeld. 

De zuidelijke mammoet (Mammuthus meridionalis) 
In Europa kregen we eerst te maken met de zuidelijke mammoet (Mammuthus meridionalis). Dat was een erg groot dier. Volwassen mannetjes konden een schouderhoogte van meer dan vier meter hebben. Hun gewicht kon ruim boven de vijf ton uitkomen. Vanaf zo’n 2,5 miljoen jaar geleden komt deze mammoet in het zuiden van Europa voor. Men heeft er daar veel resten van gevonden, waaronder complete skeletten. Ook in Nederland zijn overblijfselen van dit dier gevonden. Toen de zuidelijke mammoet in Europa voorkwam, hadden we een gematigd tot subtropisch klimaat. Het voedsel van het dier bestond uit bladeren van bomen en ander zacht plantenmateriaal. 

De steppenmammoet (Mammuthus trogontherii) 
Ongeveer 600.000 tot 700.000 jaar geleden werd het kouder. Deze afkoeling had gevolgen voor plant en dier. Als gevolg van deze klimaatverandering rukten steppes op. Daardoor maakte zacht plantenmateriaal als voedsel voor de mammoet plaats voor kruidachtige planten en harde grassen. Door al die veranderingen maakte de zuidelijke mammoet plaats voor de steppenmammoet (Mammuthus trogontherii). Dat was een heel ander dier. Zo hadden zijn kiezen bijvoorbeeld meer ribbels (lamellen) dan die van de zuidelijke mammoet vanwege het andere soort voedsel. Ook deze steppemammoet was een erg groot dier waarvan de schouderhoogte bij de mannetjes ruim boven de vier meter kon zijn. Het gewicht van deze mammoeten kon rond de tien ton uitkomen. Ze kwamen in grote delen van Europa en Azië voor. Uit Nederland zijn niet veel overblijfselen (kiezen) van deze steppenmammoet bekend. 

mammoet Dima babymammoet
Afbeelding 1. Links: Het mammoetkalf Dima heeft men in de permafrost gevonden. Het jonge dier is genoemd naar een rivier in de buurt van de plaats waar het gevonden is. Het kalf behoort tot de collectie van het Zoölogisch Museum te Sint Petersburg in Rusland. Dima moet zo’n vier tot zes maanden oud zijn geweest toen het dier zo’n 39.000 jaar geleden in uitgemergelde toestand stierf. In de slurf, maag en longen van het jonge dier kwam modder voor. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat Dima in een moeras is gezakt en daar is gestikt. Rechts: Reconstructie van een mammoet in het Utah Field House of Natural History in Vernal, USA. We zien dat de rug van kop naar staart naar beneden helde. Dat is typisch voor mammoeten.

De wolharige mammoet (Mammuthus primigenius) 
Rond 250.000 jaar geleden ruimt ook deze Steppenmammoet het veld. Hij maakt dan plaats voor de wolharige mammoet (Mammuthus primigenius). Dit is de mammoet die we uit de ijstijden kennen. Deze wolharige mammoet was een stuk kleiner dan zijn voorgangers. De mannetjes konden een schouderhoogte van rond 3,5 meter halen. Dat is zo ongeveer het formaat van onze huidige Afrikaanse olifanten. Ook had de wolharige mamoet – zoals de naam al zegt - een dikke vacht en zijn kiezen hadden nog meer ribbels doordat hij uitsluitend kruidachtige planten at. Ook deze wolharige mammoet kwam weer in grote delen van Europa en Azië voor en we vinden hem zelfs in Noord-Amerika. 

De Amerikaanse mammoet (Mammuthus columbi) 
Naast deze wolharige mammoet heeft zich in Noord-Amerika uit de steppenmammoet nog de Amerikaanse mammoet (Mammuthus columbi) ontwikkeld. 

Hoe zag de wolharige mammoet er uit? 
De wolharige mammoet was dus niet groter dan de olifanten die we tegenwoordig nog kennen. Toch zag het dier er heel anders uit. Zo had hij kortere poten waardoor hij er meer gedrongen uitzag. Zijn slurf daarentegen was langer. Van kop naar staart helde de rug naar beneden. Met deze gedrongen bouw was de mammoet uitermate geschikt om bij zijn voedsel – de grassen en de kruiden op de bodem – te komen. Verder had het dier maar een kort staartje en nogal kleine oren. Dat waren aanpassingen aan zijn koude leefomgeving. Door het kleine formaat werd het risico op bevriezen verkleind. De stevige vacht met lange haren van de wolharige mammoet was ook een aanpassing aan die koude omgeving. Die vacht bestond uit twee types haren. Zo waren er korte, wollige haren van enkele centimeters lang die voor een prima isolatie zorgden. Daarnaast had deze mammoet lange haren die meerdere decimeters lang konden zijn. Vaak bestaat de indruk dat zijn vacht rossig van kleur was. Dat komt doordat vondsten van haren die kleur hebben. Maar waarschijnlijk zijn dit verkleuringen die na de dood zijn ontstaan. Het ziet ernaar uit dat de kleur van de haren bij levende dieren donkerbruin was. Onder de haren had de mammoet een huid van zo’n twee centimeter dik met daaronder een vetlaag van bijna tien centimeter. Dat waren ook weer goede aanpassingen tegen de koude. 

mammoetskies
Afbeelding 2. Twee kiezen van wolharige mammoeten. Links de kies van een volwassen exemplaar (zijaanzicht), rechts een melkkies van een jonge mammoet (bovenaanzicht). We kunnen bij deze kiezen goed zien dat ze uit lamellen zijn opgebouwd. De speld (op de grote kies) is 3 cm.

Slagtanden en kiezen van de wolharige mammoet 
Wolharige mammoeten hebben twee soorten tanden: slagtanden en kiezen. De slagtanden komen alleen in de bovenkaak voor. Eerst krijgt het dier melkslagtanden van enkele centimeters lang. Die vallen na iets meer dan een jaar uit om plaats te maken voor de definitieve slagtanden die blijven groeien zo lang als het dier leeft. In de bek van het dier komen zowel in de bovenkaak als in de onderkaak vier kiezen voor. Aan iedere kant van de kaakhelft zitten er twee. Pas geboren mammoeten hebben melkkiezen. Die wisselen twee keer. Na de derde melkkiezen komen de ‘volwassen’ kiezen. Ook daarvan krijgt het dier er drie. In totaliteit beschikt de mammoet tijdens zijn leven dus over zes setjes kiezen. Deze kiezen ontstaan achterin de kaak. Doordat ze groeien en dus groter worden, duwen ze de oudere (versleten) kies die ervoor zit eruit. Dat gebeurt bij hedendaagse olifanten nog net zo. Als het laatste setje kiezen versleten is, kan de mammoet niet meer goed eten waardoor hij uiteindelijk zal sterven. Een wolharige mammoet kon dan zo’n zestig jaar oud zijn. 

slagtand mammoet ellepijp ulna
Afbeelding 3. Links: Gedeelte van de slagtand van een wolharige mammoet, gevonden tijdens het opbaggeren van grind in Midden-Limburg. Midden en rechts: Ulna (ellepijp) van een wolharige mammoet, gezien van twee kanten. Deze botten staan ondersteboven om ze stabiel neer te kunnen zetten voor de foto.

Vondsten van resten van wolharige mammoeten 
In de loop der eeuwen heeft men op heel wat plaatsen in Europa, Azië en Noord-Amerika overblijfselen van wolharige mammoeten gevonden. Vaak vond men botten, tanden of slagtanden. Maar het is ook meerdere keren voorgekomen dat weke delen van de dieren werden aangetroffen in de permafrost (permanent bevroren bodem) in het hoge noorden. Het ging daarbij dan om huid, haren, vlees en interne organen van de dieren. Zo werd bijvoorbeeld in 1971 van een mammoet die 43.000 jaar geleden in Siberië overleed onder andere nog de maag met 300 kilogram gedeeltelijk verteerd plantaardig voedsel gevonden. Soms worden zelfs min of meer complete mammoeten gevonden. Ingevroren mammoeten of delen ervan kwamen (en komen) in de permafrostgebieden soms tevoorschijn uit afkalvende oevers van rivieren. 

poot mammoet
Afbeelding 4. Net zoals de mens kent de mammoet een aantal middenvoets- en middenhandsbeentjes. Per stuk zijn deze vrij groot (midden; de speld is 3 cm). Op de foto's links en rechts zien we de plek van zulke beentjes in de poot.  De tekening rechts is naar een afbeelding uit 'des mammouths et des hommes' - zie de literatuurlijst.

Hoe vers is het vlees van wolharige mammoeten uit de permafrost? 
Vaak hoort men verhalen over de versheid van het vlees van de mammoeten die uit de permafrostbodem tevoorschijn komen. Het zou nog eetbaar zijn. Maar meestal is het dat alleen voor de honden van de nomaden die de dieren vinden en voor aaseters zoals wolven, vossen en veelvraten. Voor de mens is het toch niet zo appetijtelijk. Zo wordt er bericht over een gevonden kadaver van een mammoet waarbij het vlees er in bevroren toestand voor de ontdekkers vers uitzag. Maar bij het ontdooien veranderde dat beeld toch wel. Bovendien verspreidde het vlees een vieze ammoniakachtige lucht. Niet echt een lekker hapje voor de mens. 

De vloek van de wolharige mammoet 
Het gebeurde (en gebeurt) nogal eens dat goed geconserveerde mammoeten uit de permafrost toch niet voor de wetenschap behouden bleven. Dat kan dan komen doordat de vinders alleen in het ivoor van de slagtanden geïnteresseerd waren omdat ze dat voor een goede prijs konden verkopen. Ook het geloof dat de vondst van mammoeten ongeluk (zelfs de dood) konden brengen, maakte de plaatselijke bevolking niet echt enthousiast om melding van de vondsten te doen. Zulke doemverhalen doen wel vaker de ronde bij vondsten uit een ver verleden. Denk daarbij maar aan de vloek van farao Toetanchamon uit het oude Egypte die onheil gebracht zou hebben over degenen die zijn grafrust in het eerste kwartaal van de twintigste eeuw hadden verstoord. 

borstwervel mammoet
Afbeelding 5. Borstwervel van een mammoet. Het wervellichaam aan de onderkant van de wervel ontbreekt grotendeels (midden). Om een idee te geven hoe de complete wervel er ongeveer uitgezien moet hebben, is een reconstructie gemaakt door er de halswervel van afbeelding 6 in te verwerken (rechts).

Mammoeten en nog eens mammoeten 
Ook is het niet zo dat alle mammoeten compleet met weke delen uit de permafrost tevoorschijn komen. Uit bepaalde perioden van het glaciaal zijn alleen maar skeletten in de permafrost overgebleven. Bij het vinden van dat skeletmateriaal kwamen ook heel wat slagtanden – mammoetivoor dus – tevoorschijn. Aan de hand van die slagtanden heeft men berekend dat het bij de vondsten om het ivoor van 50.000 mammoeten moet gaan. Dat lijkt veel. Maar aangezien er miljoenen mammoeten op de mammoetsteppe geleefd moeten hebben, valt het aantal van 50.000 nog mee. 

Wolharige mammoeten in Nederland en de Noordzee 
Maar nu wat dichter bij huis. Van de wolharige mammoet is veel botmateriaal teruggevonden in de Noordzee. Tijdens het laatste half miljoen jaar had de Noordzee regelmatig een veel lager waterpeil dan tegenwoordig. Tijdens de laatste glacialen kwam het zelfs voor dat de zeespiegel tot zo’n 130 meter lager was dan nu het geval is. Wat we nu als een watervlakte kennen, was toen een uitgestrekt landschap waarin rivieren zich een weg naar de verder weg gelegen zee zochten. In dat landschap kwamen planten en dieren en zelfs mensen voor. Overblijfselen in de vorm van botten worden regelmatig geborgen. Een belangrijk deel behoort toe aan wolharige mammoeten. Ze stammen vooral uit het latere deel van het laatste glaciaal (Weichselien), vanaf zo’n 70.000 jaar geleden, toen deze olifanten in kudden door het gebied trokken. Dit gebied bestond destijds uit een koude, droge steppe. Een heel grote verzameling mammoetbotten bevindt zich in het museum Naturalis in Leiden. Fossiele beenderen van wolharige mammoeten worden al sinds het begin van de twintigste eeuw uit de zuidelijke Noordzee opgevist. Vissers treffen ze regelmatig in hun netten aan. Maar ook door zand- en grindzuigers komt materiaal naar boven. Vissers halen nogal wat beenderen van mammoeten naar boven tijdens hun vistochten bij de Bruine bank; een belangrijk visgebied op de Noordzee. Een andere plaats die veel van dergelijk botmateriaal oplevert, is de Eurogeul; de vaargeul die grote zeeschepen gebruiken bij hun bezoek aan de haven van Rotterdam. Ook aan land zijn in Nederland heel wat vondsten gedaan. Naast allerlei botten kwamen schedels van het dier tevoorschijn. Dat gebeurde vooral bij baggerwerkzaamheden en als dieper gegraven werd. 

wervels mammoet
Afbeelding 6. Halswervel (links) en vergroeide wervels van een mammoet (rechts). De speld is 3 cm.

De wolharige mammoeten sterven uit 
Zoals we al konden lezen, kwam de wolharige mammoet in grote delen van Europa en Azië voor en we vinden hem zelfs in Noord-Amerika. Samen met andere grote planteneters kwamen de dikbehaarde olifanten er in grote aantallen voor op de uitgestrekte mammoetsteppe. Maar na het laatste glaciale maximum, zo’n 21.000 jaar geleden, ging dat langzaam veranderen. Er was een klimaatopwarming op til. Bomen die er eerst nauwelijks voorkwamen, gaan terrein winnen. De opmars van bomen en bossen begint en de eens uitgestrekte steppe valt in kleine stukken uiteen. Dat heeft gevolgen voor de mammoet. Tussen 16.000 en 12.000 jaar geleden verdwijnt het dier uit de zuidelijke delen van de steppe. Daarna gaat het verder bergafwaarts: het oppervlak van de steppe neemt verder af en dat geldt dan ook voor het aantal mammoeten. Rond 11.000 jaar geleden rukt de koude nog even op waardoor het ook met de steppe en de mammoeten weer wat beter gaat. Maar dat is maar ijdele hoop, het is maar een stuiptrekking van de ijstijd. Daarna is het definitief einde verhaal. De laatste mammoeten komen rond 3700 jaar geleden op het eiland Wrangel bij het noordoosten van Siberië voor. In vergelijking met de wolharige mammoeten uit het hoogtepunt van de laatste ijstijd waren het maar kleine dieren. Zulke dwergvorming komen we wel vaker op eilanden tegen. Vaak wordt ook wel geopperd dat de mens verantwoordelijk is voor het uitsterven van de mammoet. De jacht in het stenen tijdperk zou dan het einde van de mammoeten betekend hebben. In werkelijkheid zal die jacht toch nauwelijks of wellicht zelfs helemaal niet bijgedragen hebben aan het verdwijnen van de mammoeten. De oorzaak moet toch echt gezocht worden in de klimaatopwarming en het daaraan gekoppelde verdwijnen van het leefgebied van de dieren. 

schouderblad mammoet
Afbeelding 7. Schouderblad van een wolharige mammoet waarin de kom van het kogelgewricht goed te zien is. In deze kom past de kop van het opperarmbeen (humerus) van het dier. Ter verduidelijking wordt hier de kop van een mammoetbot bij de kom gehouden.

Literatuur 
Voor wie zich verder in de wolharige mammoet wil verdiepen, zijn wellicht de onderstaande werken interessant. Voor het schrijven van dit item is ook van deze werken gebruikgemaakt. 

  • Des mammouths et des hommes (deux espèces face aux variations du climat) uit 2005 van Alain Foucault is een uitgave van Vuibert (collection planète vivante) uit Parijs. In dit Franstalige boek wordt op een heel toegankelijke en boeiende manier uitvoerig over de mammoet, zijn leefomgeving en hedendaagse vondsten van het dier geschreven (251 bladzijden). 
  • Mammut, Elefanten der Eiszeit (Begleitbuch zur Ausstellung im Staatlichen Naturhistorischen Museum Braunschweig) uit 2005 van Ulrich Joger, Claudia Kamcke, e.a. is een uitgave van het Staatliches Naturhistorisches Museum Braunschweig. Dit Duitstalige boek geeft uitvoerige informatie over mammoeten, hun leefomgeving en vondsten ervan in onze tijd (116 bladzijden). 
  • De mammoet – sporen uit de ijstijd uit 1992 van Dick Mol & Hans van Essen is een uitgave van Uitgeverij BZZTôH uit ’s-Gravenhage. Het boek valt vooral op door zijn goede beschrijving (met tekeningen en foto’s) van kiezen en individuele botten van de dieren (144 bladzijden). 
  • Wolharige mammoet – internetpagina op de website Geologie van Nederland – versie 3 juli 2022. De tekst is van Dennis van den Berge (Naturalis).
Tekst en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet