De Amerikaanse mammoet (Mammuthus
columbi)
Naast deze wolharige mammoet heeft zich in Noord-Amerika uit de
steppenmammoet nog de Amerikaanse mammoet (Mammuthus columbi)
ontwikkeld.
Hoe zag de wolharige mammoet er
uit?
De wolharige mammoet was dus niet groter dan de olifanten die we
tegenwoordig nog kennen. Toch zag het dier er heel anders uit. Zo had
hij kortere poten waardoor hij er meer gedrongen uitzag. Zijn slurf
daarentegen was langer. Van kop naar staart helde de rug naar beneden.
Met deze gedrongen bouw was de mammoet uitermate geschikt om bij zijn
voedsel – de grassen en de kruiden op de bodem – te
komen. Verder had het dier maar een kort staartje en nogal kleine oren.
Dat waren aanpassingen aan zijn koude leefomgeving. Door het kleine
formaat werd het risico op bevriezen verkleind. De stevige vacht met
lange haren van de wolharige mammoet was ook een aanpassing aan die
koude omgeving. Die vacht bestond uit twee types haren. Zo waren er
korte, wollige haren van enkele centimeters lang die voor een prima
isolatie zorgden. Daarnaast had deze mammoet lange haren die meerdere
decimeters lang konden zijn. Vaak bestaat de indruk dat zijn vacht
rossig van kleur was. Dat komt doordat vondsten van haren die kleur
hebben. Maar waarschijnlijk zijn dit verkleuringen die na de dood zijn
ontstaan. Het ziet ernaar uit dat de kleur van de haren bij levende
dieren donkerbruin was. Onder de haren had de mammoet een huid van
zo’n twee centimeter dik met daaronder een vetlaag van bijna
tien centimeter. Dat waren ook weer goede aanpassingen tegen de
koude.
 |
Afbeelding
2. Twee kiezen van wolharige mammoeten. Links de kies van
een volwassen exemplaar (zijaanzicht), rechts een melkkies van een
jonge mammoet (bovenaanzicht). We kunnen bij deze kiezen goed zien dat
ze uit lamellen zijn opgebouwd. De speld (op de grote kies) is 3 cm. |
Slagtanden en kiezen van de
wolharige mammoet
Wolharige mammoeten hebben twee soorten tanden: slagtanden en kiezen.
De slagtanden komen alleen in de bovenkaak voor. Eerst krijgt het dier
melkslagtanden van enkele centimeters lang. Die vallen na iets meer dan
een jaar uit om plaats te maken voor de definitieve slagtanden die
blijven groeien zo lang als het dier leeft. In de bek van het dier
komen zowel in de bovenkaak als in de onderkaak vier kiezen voor. Aan
iedere kant van de kaakhelft zitten er twee. Pas geboren mammoeten
hebben melkkiezen. Die wisselen twee keer. Na de derde melkkiezen komen
de ‘volwassen’ kiezen. Ook daarvan krijgt het dier
er drie. In totaliteit beschikt de mammoet tijdens zijn leven dus over
zes setjes kiezen. Deze kiezen ontstaan achterin de kaak. Doordat ze
groeien en dus groter worden, duwen ze de oudere (versleten) kies die
ervoor zit eruit. Dat gebeurt bij hedendaagse olifanten nog net zo. Als
het laatste setje kiezen versleten is, kan de mammoet niet meer goed
eten waardoor hij uiteindelijk zal sterven. Een wolharige mammoet kon
dan zo’n zestig jaar oud zijn.
 |
Afbeelding
3. Links:
Gedeelte van de slagtand van een wolharige mammoet,
gevonden tijdens het opbaggeren van grind in Midden-Limburg. Midden en rechts:
Ulna (ellepijp) van een wolharige mammoet, gezien van twee kanten. Deze
botten staan ondersteboven om ze stabiel neer te kunnen zetten voor de
foto. |
Vondsten van resten van wolharige
mammoeten
In de loop der eeuwen heeft men op heel wat plaatsen in Europa,
Azië en Noord-Amerika overblijfselen van wolharige mammoeten
gevonden. Vaak vond men botten, tanden of slagtanden. Maar het is ook
meerdere keren voorgekomen dat weke delen van de dieren werden
aangetroffen in de permafrost (permanent bevroren bodem) in het hoge
noorden. Het ging daarbij dan om huid, haren, vlees en interne organen
van de dieren. Zo werd bijvoorbeeld in 1971 van een mammoet die 43.000
jaar geleden in Siberië overleed onder andere nog de maag met
300 kilogram gedeeltelijk verteerd plantaardig voedsel gevonden. Soms
worden zelfs min of meer complete mammoeten gevonden. Ingevroren
mammoeten of delen ervan kwamen (en komen) in de permafrostgebieden
soms tevoorschijn uit afkalvende oevers van rivieren.
 |
Afbeelding
4. Net zoals de mens kent de mammoet een
aantal
middenvoets- en middenhandsbeentjes.
Per stuk zijn deze vrij
groot (midden;
de speld is 3 cm). Op de foto's links
en rechts
zien we de plek van zulke beentjes in de poot. De tekening rechts is naar een
afbeelding uit 'des mammouths et des hommes' - zie de literatuurlijst. |
Hoe vers is het vlees van
wolharige mammoeten uit de permafrost?
Vaak hoort men verhalen over de versheid van het vlees van de mammoeten
die uit de permafrostbodem tevoorschijn komen. Het zou nog eetbaar
zijn. Maar meestal is het dat alleen voor de honden van de nomaden die
de dieren vinden en voor aaseters zoals wolven, vossen en veelvraten.
Voor de mens is het toch niet zo appetijtelijk. Zo wordt er bericht
over een gevonden kadaver van een mammoet waarbij het vlees er in
bevroren toestand voor de ontdekkers vers uitzag. Maar bij het
ontdooien veranderde dat beeld toch wel. Bovendien verspreidde het
vlees een vieze ammoniakachtige lucht. Niet echt een lekker hapje voor
de mens.
De vloek van de wolharige
mammoet
Het gebeurde (en gebeurt) nogal eens dat goed geconserveerde mammoeten
uit de permafrost toch niet voor de wetenschap behouden bleven. Dat kan
dan komen doordat de vinders alleen in het ivoor van de slagtanden
geïnteresseerd waren omdat ze dat voor een goede prijs konden
verkopen. Ook het geloof dat de vondst van mammoeten ongeluk (zelfs de
dood) konden brengen, maakte de plaatselijke bevolking niet echt
enthousiast om melding van de vondsten te doen. Zulke doemverhalen doen
wel vaker de ronde bij vondsten uit een ver verleden. Denk daarbij maar
aan de vloek van farao Toetanchamon uit het oude Egypte die onheil
gebracht zou hebben over degenen die zijn grafrust in het eerste
kwartaal van de twintigste eeuw hadden verstoord.
 |
Afbeelding
5. Borstwervel van een mammoet. Het wervellichaam
aan de onderkant van de wervel ontbreekt grotendeels (midden). Om een
idee te geven hoe de complete wervel er ongeveer uitgezien moet hebben,
is een reconstructie gemaakt door er de halswervel van afbeelding 6 in
te verwerken (rechts). |
Mammoeten en nog eens mammoeten
Ook is het niet zo dat alle mammoeten compleet met weke delen uit de
permafrost tevoorschijn komen. Uit bepaalde perioden van het glaciaal
zijn alleen maar skeletten in de permafrost overgebleven. Bij het
vinden van dat skeletmateriaal kwamen ook heel wat slagtanden
– mammoetivoor dus – tevoorschijn. Aan de hand van
die slagtanden heeft men berekend dat het bij de vondsten om het ivoor
van 50.000 mammoeten moet gaan. Dat lijkt veel. Maar aangezien er
miljoenen mammoeten op de mammoetsteppe geleefd moeten hebben, valt het
aantal van 50.000 nog mee.
Wolharige mammoeten in Nederland
en de Noordzee
Maar nu wat dichter bij huis. Van de wolharige mammoet is veel
botmateriaal teruggevonden in de Noordzee. Tijdens het laatste half
miljoen jaar had de Noordzee regelmatig een veel lager waterpeil dan
tegenwoordig. Tijdens de laatste glacialen kwam het zelfs voor dat de
zeespiegel tot zo’n 130 meter lager was dan nu het geval is.
Wat we nu als een watervlakte kennen, was toen een uitgestrekt
landschap waarin rivieren zich een weg naar de verder weg gelegen zee
zochten. In dat landschap kwamen planten en dieren en zelfs mensen
voor. Overblijfselen in de vorm van botten worden regelmatig geborgen.
Een belangrijk deel behoort toe aan wolharige mammoeten. Ze stammen
vooral uit het latere deel van het laatste glaciaal (Weichselien),
vanaf zo’n 70.000 jaar geleden, toen deze olifanten in kudden
door het gebied trokken. Dit gebied bestond destijds uit een koude,
droge steppe. Een heel grote verzameling mammoetbotten bevindt zich in
het museum Naturalis in Leiden.
Fossiele beenderen van wolharige mammoeten worden al sinds het begin
van de twintigste eeuw uit de zuidelijke Noordzee opgevist. Vissers
treffen ze regelmatig in hun netten aan. Maar ook door zand- en
grindzuigers komt materiaal naar boven. Vissers halen nogal wat
beenderen van mammoeten naar boven tijdens hun vistochten bij de Bruine
bank; een belangrijk visgebied op de Noordzee. Een andere plaats die
veel van dergelijk botmateriaal oplevert, is de Eurogeul; de vaargeul
die grote zeeschepen gebruiken bij hun bezoek aan de haven van
Rotterdam.
Ook aan land zijn in Nederland heel wat vondsten gedaan. Naast allerlei
botten kwamen schedels van het dier tevoorschijn. Dat gebeurde vooral
bij baggerwerkzaamheden en als dieper gegraven werd.
 |
Afbeelding
6. Halswervel
(links)
en vergroeide wervels van een
mammoet (rechts).
De speld is 3 cm. |
De wolharige mammoeten sterven
uit
Zoals we al konden lezen, kwam de wolharige mammoet in grote delen van
Europa en Azië voor en we vinden hem zelfs in Noord-Amerika.
Samen met andere grote planteneters kwamen de dikbehaarde olifanten er
in grote aantallen voor op de uitgestrekte mammoetsteppe. Maar na het
laatste glaciale maximum, zo’n 21.000 jaar geleden, ging dat
langzaam veranderen. Er was een klimaatopwarming op til. Bomen die er
eerst nauwelijks voorkwamen, gaan terrein winnen. De opmars van bomen
en bossen begint en de eens uitgestrekte steppe valt in kleine stukken
uiteen. Dat heeft gevolgen voor de mammoet. Tussen 16.000 en 12.000
jaar geleden verdwijnt het dier uit de zuidelijke delen van de steppe.
Daarna gaat het verder bergafwaarts: het oppervlak van de steppe neemt
verder af en dat geldt dan ook voor het aantal mammoeten. Rond 11.000
jaar geleden rukt de koude nog even op waardoor het ook met de steppe
en de mammoeten weer wat beter gaat. Maar dat is maar ijdele hoop, het
is maar een stuiptrekking van de ijstijd. Daarna is het definitief
einde verhaal. De laatste mammoeten komen rond 3700 jaar geleden op het
eiland Wrangel bij het noordoosten van Siberië voor. In
vergelijking met de wolharige mammoeten uit het hoogtepunt van de
laatste ijstijd waren het maar kleine dieren. Zulke dwergvorming komen
we wel vaker op eilanden tegen.
Vaak wordt ook wel geopperd dat de mens verantwoordelijk is voor het
uitsterven van de mammoet. De jacht in het stenen tijdperk zou dan het
einde van de mammoeten betekend hebben. In werkelijkheid zal die jacht
toch nauwelijks of wellicht zelfs helemaal niet bijgedragen hebben aan
het verdwijnen van de mammoeten. De oorzaak moet toch echt gezocht
worden in de klimaatopwarming en het daaraan gekoppelde verdwijnen van
het leefgebied van de dieren.
 |
Afbeelding
7. Schouderblad van een wolharige mammoet waarin de kom
van het kogelgewricht goed te zien is. In deze kom past de kop van het
opperarmbeen (humerus) van het dier. Ter verduidelijking wordt hier de
kop van een mammoetbot bij de kom gehouden. |
Literatuur
Voor wie zich verder in de wolharige mammoet wil verdiepen, zijn
wellicht de onderstaande werken interessant. Voor het schrijven van dit
item is ook van deze werken gebruikgemaakt.
- Des
mammouths et des hommes (deux espèces face aux variations du
climat) uit 2005 van Alain Foucault is een uitgave van Vuibert
(collection planète vivante) uit Parijs. In dit
Franstalige boek wordt op een heel toegankelijke en boeiende manier
uitvoerig over de mammoet, zijn leefomgeving en hedendaagse vondsten
van het dier geschreven (251 bladzijden).
- Mammut,
Elefanten der Eiszeit (Begleitbuch zur Ausstellung im
Staatlichen Naturhistorischen Museum Braunschweig) uit 2005 van Ulrich
Joger, Claudia Kamcke, e.a. is een uitgave van het Staatliches
Naturhistorisches Museum Braunschweig. Dit Duitstalige
boek geeft uitvoerige informatie over mammoeten, hun leefomgeving en
vondsten ervan in onze tijd (116 bladzijden).
- De mammoet
– sporen uit de ijstijd uit 1992 van Dick Mol
& Hans van Essen is een uitgave van Uitgeverij
BZZTôH uit ’s-Gravenhage. Het boek
valt vooral op door zijn goede beschrijving (met tekeningen en
foto’s) van kiezen en individuele botten van de dieren (144
bladzijden).
- Wolharige
mammoet – internetpagina op de website
Geologie van Nederland – versie 3 juli 2022. De
tekst is van Dennis van den Berge (Naturalis).
Tekst en foto's: Jan Weertz