|
|||||||||
Toepassing van vuursteen
|
![]() |
Afbeelding 1. Het maken van een krabber van vuursteen 'anno
nu'. Van een vuurstenen afslag (links) worden stukjes afgeslagen waardoor een krabberkop op de afslag ontstaat (gele pijltjes, midden). Rechts: de duidelijk zichtbare krabberkop. De speld is 3 centimeter lang. |
Krabbers waren veel voorkomende stenen werktuigen tijdens de prehistorie. Ze werden gemaakt door van een afslag (of kling) net zo lang aan een van de zijden stukjes weg te slaan of te drukken tot een geschikte krabberkop ontstond. Met de krabber konden vlees- en of vetresten van botten en huiden worden verwijderd. Ook kon men er de schors van hout mee wegkrabben en er speren en graafstokken mee aanpunten.
![]() |
Afbeelding 2. Het maken van een holschaafje 'anno nu'. De afslag wordt op een steen met een enigszins ronde kant gelegd waarna er met een andere steen op de juiste plaats - bij de rode pijl - op wordt getikt (linksboven). Hierdoor springen scherfjes weg waardoor een halvemaanvormige holte ontstaat (rechtsboven, bij de gele pijl). Nu nog even retoucheren en het holschaafje is klaar (linksonder, bij de gele pijl). Met het holschaafje kan bijvoorbeeld een pijlschacht rondgeschaafd worden (rechtsonder). |
Holschaafjes kunnen worden
gemaakt door een
kerf in een afslag (of kling) aan te brengen. Hiervoor werd de afslag
op een
steen met een enigszins ronde kant gelegd. Daarna kon met een andere
steen op
de juiste plaats op de afslag worden geslagen. Dan sprongen kleine
scherfjes
weg waardoor een halvemaanvormige holte in de afslag achterbleef. Deze
holte
kon nog iets geretoucheerd worden waarna een hol (concaaf) schaafje
overbleef.
Holle schaafjes konden gebruikt worden om houten voorwerpen zoals
pijlschachten
rond te schaven.
![]() |
Afbeelding 3. Prehistorische krabbers. De krabber op de onderste rij is gecombineerd met een holschaafje (gele pijl). |