|
|||||||
De Cottessergroeve in het GeuldalDe Cottessergroeve ligt in het uiterste zuiden van Limburg, vlak bij de Belgische grens, dichtbij de rivier de Geul. In de groeve zien we zandstenen en schalies. Deze maken deel uit van een anticlinale plooi. Deze plooi is nog steeds te zien door de schuinstaande gelaagdheid van het gesteente in de wand van de groeve. In deze groevewand kunnen we ook een systeem van kleine breuken zien. Deze zijn net zoals de plooi veroorzaakt door tektonische krachten. Als we hier wat beter om ons heen kijken, valt ons op dat de schalie aan het verweren is. Aan de onderkant van de wand liggen heel wat gesteentebrokken die er aan de buitenkant alweer kleiig beginnen uit te zien. De winning van de zandsteen vond tot ongeveer 1960 plaats. Eerst gebeurde dat bovengronds. Rond 1950 ontstond er echter een probleem. Voor verdere uitbreiding van de groeve zou de weg boven langs de groeve afgegraven moeten worden. Dat is echter nooit gebeurd. Om de groeve te kunnen bereiken, zijn we namelijk net over die weg gelopen. Om toch door te kunnen gaan met de winning van de zandsteen is men toen ondergronds gegaan door middel van tunnels. Daarbij drong men in de ondergrond door en werd met het afval van de nieuwe tunnel steeds de vorige opgevuld. Van de ondergrondse winning vinden we tegenwoordig geen sporen meer. De zandsteen uit de groeve werd gebroken en gezeefd en daarna aan de NV Chamotteunie in Geldermalsen geleverd. Daar maakte men er vuurvaste, kiezelhoudende stenen (zogenaamde Dinasstenen) van. De groeve is tegenwoordig een geologisch monument dat door Staatsbosbeheer wordt beheerd. Bij de groevewand staat een informatiebord dat verduidelijkt wat hier te zien is.
De gesteenten uit de Cottessergroeve stammen uit het Namurien (Laat-Carboon). Nederland was in die tijd door de zee bedekt. Verder naar het zuiden begon toen het Varistisch gebergte te ontstaan. Het land rees daardoor langzaam omhoog en het gebied van de Cottessergroeve kwam boven de zeespiegel uit. In de zee werd afbraakmateriaal van het gebergte als zand- en sliblagen afgezet. De zandlagen veranderden uiteindelijk in harde zandsteen, de sliblagen werden kleisteen en tenslotte leisteen. Met het verstrijken van het Laat-Carboon kwam het gebied van de huidige Cottessergroeve meer onder invloed van de gebergtevorming te staan en daardoor werden de eerder gevormde afzettingen geplooid. Aan het eind van het Namurien (ongeveer 315 miljoen jaar geleden) lag het gebied helemaal boven de zeespiegel. Het was een grote laagvlakte met rivieren die naar de verder weg gelegen zee stroomden.
Om de Cottessergroeve te bereiken, gaan we in het buurtschap Cottessen (Gemeente Vaals) vanaf de Bellitterweg komend, op de T-splitsing rechtsaf en volgen het weggetje 'Cottessen'. We lopen langs Hoeve Termoere (Cottessen 8) die gebouwd is met plaatselijke gesteenten uit het Namurien. Daarna volgen we de weg verder naar beneden. Na enkele minuten lopen gaat links een trappenpad in het bos naar beneden. We gaan dit trappenpad af en lopen onderaan linksaf. Niet veel verder ligt de Cottessergroeve. (De bereikbaarheid van locaties kan in de loop der tijd veranderen.) Tekst en foto's: Jan Weertz |
|||||||
© De Belemniet |