De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Brachiopoden

Deutsche Version Deutsche Version

Brachiopoden ofwel armpotigen zijn een aparte stam van het dierenrijk. Net zoals tweekleppigen (Bivalvia) waarvan we de schelpen in grote aantallen aan de zandstranden van de Noordzee kunnen vinden, hebben ze een week lichaam dat beschermd wordt door twee schelpkleppen. Toch zijn brachiopoden heel andere dieren dan de tweekleppigen. De klasse der tweekleppigen behoort tot de stam der weekdieren (Mollusca) terwijl de brachiopoden een geheel eigen stam vormen die op zich weer een onderverdeling in klassen kent. 

brachiopoden
Afbeelding 1.
Er zijn maar liefst 30.000 fossiele soorten brachiopoden bekend. Hier een kleine greep uit die soorten- en vormenrijkdom.

De indeling van brachiopoden en tweekleppigen in twee aparte stammen heeft uiteraard te maken met verschillen die er zijn. Het meest opvallende verschil kunnen we bij de schelpen van de dieren vinden. Zo zien de buik- en rugschelp van een brachiopode er verschillend uit terwijl bij tweekleppigen de schelphelften identiek zijn. Als we naar de afzonderlijke schelphelften kijken dan zien we dat de linker- en rechterkant daarvan bij brachiopoden hetzelfde zijn. Bij tweekleppigen zijn die linker- en rechterhelften verschillend; ze zijn dus niet symmetrisch (afbeelding 2). 

brachiopoden versus bivalven
Afbeelding 2.
De meest opvallende verschillen tussen brachiopoden en tweekleppigen vinden we bij de schelpen van de dieren. Zo zien de buik- en rugschelp van een brachiopode er verschillend uit terwijl bij tweekleppigen de schelphelften identiek zijn (linksboven). Als we naar de afzonderlijke schelphelften kijken dan zien we dat de linker- en rechterkant daarvan bij brachiopoden hetzelfde zijn. Bij tweekleppigen zijn die linker- en rechterhelften verschillend; ze zijn dus niet symmetrisch (rechtsboven). De brachiopode staat hier in beide foto's links, de tweekleppige rechts.
Onder: De buiten- en binnenkant van schelphelften  (van verschillende exemplaren) van Sint-Jacobsschelpen (zie tekst).

De verschillen schematisch gezien
brachiopoden tweekleppigen (bivalven)
buik- en rugschelp verschillend buik- en rugschelp identiek
de linker- en rechterkant van de schelphelften is gelijk de linker- en de rechterkant van de schelphelften is verschillend

Zoals dat vaak het geval is, zijn er hier ook weer uitzonderingen die de regel bevestigen. Er bestaan bijvoorbeeld ook tweekleppigen waarvan de twee schelphelften niet identiek zijn terwijl er verder brachiopoden bekend zijn die een bijna identieke buik- en rugschelp hebben. Een mooi voorbeeld van deze uitzondering vormt bij de tweekleppigen de grote mantel (Pecten maximus) die we ook wel kennen als de Sint-Jacobsschelp en als embleem van de oliemaatschappij Shell. Deze tweekleppige heeft zowel een bolle als een platte schelp terwijl de linker- en rechterhelft van de afzonderlijke schelpen er hetzelfde uitzien (afbeelding 2). 

Naast het opvallende verschil bij schelpen van brachiopoden en tweekleppigen zijn er nog andere verschillen zoals bij de anatomie van de zachte delen en bij de ontwikkeling van de dieren. Bij het vinden van fossiele exemplaren valt daar echter niet zo veel mee te doen. 

brachiopoden
Afbeelding 3.
Brachiopoden die nog in hun matrix (hier dus fossiele zeebodem) zitten. De met een pijl verbonden foto's laten de boven- en zijkant van brachiopoden van eenzelfde soort zien.

Brachiopoden zijn sessiele zeedieren. Dat wil zeggen dat ze op de ondergrond vastzitten en zich dus niet kunnen voortbewegen. Veel soorten zitten met een vlezige, gespierde steel op die ondergrond vast. Met speciale vangorganen wervelen de dieren water in de schelp waar ze dan de planktonische voedseldeeltjes eruit filteren. Daarna verlaat het water de schelp weer. Voor het openen en sluiten van de schelp hebben brachiopoden speciale open- en sluitspieren. 

Voor de begintijd van de brachiopoden moeten we heel ver in de geologische geschiedenis teruggaan. De eerste soorten kwamen namelijk al vroeg in het Cambrium voor, meer dan vijfhonderd miljoen jaar geleden. Een aantal soorten bereikt tijdens dat Cambrium zelfs al een grote ontplooiing. Het hoogtepunt van hun ontwikkeling bereiken ze tijdens het vroege Devoon, ruim vierhonderd miljoen jaar geleden. In gesteenten uit die tijd kunnen ze massaal voorkomen. Niet zo ver van de Nederlandse grens, in de Eifel in Duitsland, komen we ze op allerlei plaatsen veelvuldig in de kalksteen uit het Midden-Devoon tegen. 

brachiopoden
Afbeelding 4.
Aan de onderkant van deze gesteentelaag (rechtsboven, zie pijl; foto Els Weertz) in Steinbruch Auf Fuchsloch bij Ahrhütte in de Eifel (Duitsland) is een horizont met grote brachiopodenschelpen van de geslachten Stringocephalus en Bornhardtina te zien (linksboven). Hoewel aanlokkelijk om op deze manier te bekijken en te fotograferen, blijkt zo'n actie niet geheel zonder risico. Dat laat de foto rechtsonder zien. De pijl geeft hier aan waar zich een half jaar eerder het gesteenteblok met de brachiopoden bevond. Dergelijke zware gesteenteblokken kunnen door de vorstwerking in de winter loskomen van de oorspronkelijke gesteentewand en naar beneden storten. Houd met dergelijke mogelijkheden rekening bij het bezoek aan (verlaten) steengroeves want ze kunnen allerlei gevaren in zich hebben. De betreffende gesteentebank maakte in het Midden-Devoon deel uit van een kust- en strandomgeving van de tropische zee in die tijd. De foto van de tweekleppigen linksonder die gemaakt is op het strand (Plage des Ecardines) ten noordoosten van Calais in Frankrijk geeft een indruk van zo'n hedendaagse situatie aan de kust.

De echte bloeitijd van de brachiopoden loopt pas in het Perm ten einde. We zouden dus kunnen zeggen dat het typische dieren van het Paleozoïcum zijn. Maar ook tijdens het erop volgende Mesozoïcum blijven de brachiopoden nog een aardige, zij het mindere rol spelen. Tijdens het eerste deel van dat Mesozoïcum, het Trias, neemt het aantal soorten en geslachten wel behoorlijk af maar gedurende de Jura en het Boven-Krijt is er toch nog een zekere opleving. We komen weer heel wat brachiopoden tegen in de kalksteen van het boven Krijt in het zuiden van Belgisch en Nederlands Limburg.

brachiopoden
Afbeelding 5.
Om brachiopoden te bekijken, hoeven we lang niet altijd steengroeven op te zoeken. We kunnen ze ook in dorpen en steden in de bouwstenen van oudere gebouwen tegenkomen. Vaak gaat het bij die bouwstenen om harde kalkstenen uit het Devoon en soms ook Carboon. De brachiopoden van deze afbeelding zijn in Deventer gefotografeerd. Het exemplaar rechtsboven is te zien in de Hofstraat, het exemplaar rechtsonder in de Keizerstraat.
De tekening laat een brachiopode zien zoals die met haar steel aan de ondergrond vastzit.

Tegenwoordig komen nog een paar honderd soorten brachiopoden voor. Dat is niet zo veel als we bedenken dat er zo'n 30.000 fossiele soorten (zie ook afbeelding 1) bekend zijn. Bijna alle nog bestaande soorten komen in de zee op het continentale plat, in de aan het vasteland grenzende littorale zone voor. Maar enkele soorten vinden we in de diepzee terug. 

Voor wie meer over brachiopoden wil weten, zijn wellicht de onderstaande (Duitstalige) boeken interessant. Voor het schrijven van dit item over brachiopoden is onder andere van deze boeken gebruik gemaakt. 

Eifel-Brachiopoden van Hans J. Jungheim is een uitgave van Goldschneck-Verlag uit 2000 (126 bladzijden). Het boek geeft niet alleen goede informatie over brachiopoden in het algemeen, maar bevat ook een uitgebreid begrippenlexicon en een uitvoerige determinatie met afbeeldingen van brachiopoden uit de Eifel in Duitsland. 

Die Eifel (Erdgeschichte, Fossilien, Lebensbilder) is ook door Hans J. Jungheim geschreven en uitgegeven bij Goldschneck-Verlag in 1996 (229 bladzijden). Dit boek bevat een heel hoofdstuk met zwartwit foto's en tekeningen over brachiopoden. Ook hier is aandacht voor determinatie van brachiopoden uit de Eifel.

Tekst en foto's: Jan Weertz
Tekening: Els Weertz

© De Belemniet