|
|||||||||||||||||
Maaseitjes (van vuursteen) in Zuid-Limburg en omgevingMaaseitjes: wat zijn het en waar vinden we ze? Maaseitjes, kleine gerolde vuursteentjes die vaak iets glad aanvoelen en soms het idee geven dat ze glimmend gepoetst zijn. Soms lijkt het alsof ze gecraqueleerd zijn. Ze komen voor in allerlei schakeringen grijs. Soms zijn ze bruinig tot vuilwit. En soms zijn ze een combinatie van dit alles (afbeelding 1). We komen ze in Zuid-Limburg en omgeving regelmatig op braakliggende akkers tegen als de regen de grond eraf gespoeld heeft. Maar ook op Limburgse veldwegen treffen we ze nogal eens aan. Vaak zijn ze daar weer vanaf de akkers terecht gekomen. Maar ook in de verdere omgeving en meer naar het noorden, in de wijdere omgeving van de Maas zijn ze te vinden. Waarschijnlijk danken ze hun naam aan het feit dat ze veelvuldig in het Maasgrind voorkomen. Zo treffen we ze vaak aan in zakken riviergrind die je bij de bouwmarkt kunt kopen om bijvoorbeeld de inrit mee te verharden. En toch … … de oorsprong van de steentjes ligt niet bij de Maas.
Kalksteenkliffen Voor de oorsprong van deze Maaseitjes moeten we ver in het geologische verleden teruggaan naar het Boven-Krijt. In de loop van het Boven-Krijt werd in Zuid-Limburg en omgeving een dik pakket kalksteen afgezet. Tijdens het oudste deel van het Tertiair (het Paleogeen) ging die kalkafzetting nog enige tijd door. In dit kalksteenpakket vormden zich ook vuursteenlagen (vuursteenbanken, afbeelding 2). Tijdens latere delen van het Tertiair maakte deze omgeving soms deel uit van een kustgebied. Daar moeten de kalksteenafzettingen dan kalksteenkliffen hebben gevormd.
Zulke kliffen komen we tegenwoordig nog tegen. Heel bekend zijn de meer dan honderd meter hoge kliffen ofwel krijtrotsen van Dover (White Cliffs of Dover) in het Kanaal bij Engeland. Maar deze zijn niet de enige in hun soort. Aan de overkant van het Kanaal, in Frankrijk, vinden we bij Cap Blanc Nez (afbeelding 4) bij het Nauw van Calais eveneens zulke hoge, witte kalksteenrotsen. Een andere plaats waar we zulke hoge kalksteenkliffen aantreffen, is Møns Klint (afbeelding 2) aan de Oostzeekust van het Deense eiland Møn.
Erosie van de kalksteenkliffen Bij dit soort kalksteenkliffen kunnen we goed zien hoe de erosie de klifwanden sloopt en wat er dan met de vuursteenbanken gebeurt. Doordat de zee tijdens de vloed tegen de klifwand klotst (en tijdens stormen zelfs beukt) vindt er erosie plaats (linker foto van afbeelding 2, afbeelding 4, rechter foto van afbeelding 5).
Maar ook hogerop aan de wand zorgen weersinvloeden voor erosie. Daardoor kunnen soms grotere massa’s kalksteen (met de vuursteen die erin zit) in een keer naar beneden storten. Zo kwamen in 1952 bij Møns Klint meerdere duizenden tonnen gesteente in een keer naar beneden waarbij zelfs een schiereiland ontstond dat zich zo’n 500 meter in zee uitstrekte. Bij een van de andere grote instortingen, in 2007, kwamen ook weer onvoorstelbare gesteentemassa’s naar beneden, die een schiereiland vormden dat tot 300 meter ver in zee reikte. Rondlopen op het strand bij zulke kliffen is dus zeker niet zonder gevaar.
Kliffen als kraamkamer van vuurstenen 'eitjes' Het belangrijkste voor ons verhaal is dat de kliffen afbrokkelen en dat er allemaal stukken kalksteen en vuursteen aan de basis ervan terecht komen. Maar dan gaat de erosie hier weer verder. Stukken kalksteen en vuursteen komen in de branding terecht en worden er zo ver afgerond dat ze hun oorspronkelijke vorm helemaal kwijt zijn (afbeelding 3, afbeelding 6). De zachte kalksteen is daarna geen lang leven meer beschoren; al relatief snel blijft er niets herkenbaars van over. De harde vuursteen is een ander verhaal. Hij raakt in de loop der tijd verder afgerond tot er mooie, afgeronde keitjes van overblijven. Het strand bij onze huidige klifkusten ligt er vol mee (afbeelding 2 t/m 6). Doordat de golfslag in de branding de steentjes bij opkomende vloed in beweging zet, hoor je er dan constant een ritmisch klikkend geluid alsof tapdansers voor een nieuw optreden aan het oefenen zijn.
De Maaseitjes veroveren het gebied Met deze situatie in gedachten, gaan we nu weer terug naar de Tertiaire klifkust in Zuid-Limburg en omgeving, waar de uit de kalksteenafzettingen vrijgekomen vuurstenen tot ronde keitjes zijn omgevormd. Met het vorderen der tijd verdween de zee definitief uit het gebied. Dat betekende echter niet dat er rust kwam voor de afgeronde vuurstenen keitjes. Want al een paar miljoen jaar geleden ging de Oermaas een rol spelen in het gebied. Sinds die tijd vinden we op heel wat plaatsen in Zuid-Limburg en omgeving afzettingen van de rivier. En daar zitten dan weer afgeronde vuursteentjes in. Kleinere riviertjes en het naar beneden spoelen van materiaal uit hellingen zorgden er dan voor dat de afgeronde vuursteentjes overal verspreid raakten. En omdat in ons gebied de Maas een belangrijke rol speelt, staan de steentjes bekend als Maaseitjes. Het mag nu duidelijk zijn dat zulke afgeronde vuursteentjes ook elders gevormd worden en elders voorkomen. En daar heten ze echt geen ‘Maaseitjes’ want de Maas komt daar helemaal niet voor en is er ook nooit geweest. In het algemeen zou je dus kunnen zeggen dat het Maaseitje van Zuid-Limburg en omgeving een plaatselijke benaming is voor mooi afgeronde vuursteentjes.
Tekst : Jan Weertz Foto's: Jan en Els Weertz |
|||||||||||||||||
© De Belemniet |