De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Ammonieten

Deutsche Version Deutsche Version

Wat is een ammoniet?

Ammonieten zijn uitgestorven inktvisachtigen. De oudste ammonieten stammen uit het Onder-Devoon dat zo'n 416 miljoen jaar geleden begon. Ongeveer rond het einde van het Krijt, zo'n 65 miljoen jaar geleden, stierven ze uit. Dat betekent dat ze meer dan 350 miljoen jaar op aarde voorkwamen. In die tijd hebben zich enige duizenden verschillende soorten ontwikkeld. Hun grootte varieerde van minder dan een centimeter tot meer dan 2½ meter. Met enige fantasie zou je in de vorm van ammonieten de hoorn van een ram kunnen zien. Aan deze gelijkenis danken ze hun naam want de Egyptische god Ammon werd vaak met de kop van een ram afgebeld.

Tegenwoordig leeft nog steeds een dier in zee dat nauw verwant is aan de ammonieten. Het is de nautilus die in tropische wateren voorkomt. Door naar de nautilus te kijken, krijgen we een idee van hoe de ammonieten leefden.

ammoniet ammonieten doorsnede ammoniet
Doorsnede van een ammoniet. Let op de verschillende kamers en de tussenschotten (grootte 10 cm). Doorsnede van een ammoniet; beide helften (grootte 5 cm) Doorsnede van een ammoniet (grootte 6 cm)

Wat denken we over het leven van de ammoniet te weten?

De meeste ammonieten hebben een soort opgerolde schelp die in kamers is verdeeld. Deze kamers zijn van elkaar gescheiden door tussenschotten die we in de vaktaal kennen als 'sutuurlijnen'. Deze sutuurlijnen hebben allerlei grillige patronen die van soort tot soort verschillen. Ze vormen een belangrijk determinatiekenmerk bij ammonieten.

Ammoniet (grootte 8 cm) Zo moet een ammoniet er ongeveer tijdens haar leven hebben uitgezien. Ammoniet (grootte 8 cm)
Ammoniet (grootte 8 cm) Zo moet een ammoniet er ongeveer tijdens haar leven hebben uitgezien. Ammoniet (grootte 8 cm)

Elke kamer is in feite een groeistadium van het dier. De ammoniet zelf woonde in de grootste, laatst gevormde kamer van de schelp. Telkens als het dier 'uit zijn jasje' groeide, moest een nieuwe, grotere buitenste kamer gemaakt worden. De andere kamers waren met gas gevuld. Daarmee kon het dier zijn drijfvermogen regelen. We zouden dat een beetje kunnen vergelijken met de ballasttanks van onderzeeboten. Een buis (sipho) verbond de voorste kamer met de achterliggende kamers. Met deze sipho kon het dier mogelijk door meer of minder water in zijn schelp te pompen, dalen of stijgen. Waarschijnlijk konden ammonieten net zoals de nautilussen zwemmen.

Ammoniet (grootte 8 cm) Ammoniet (grootte 5 cm) Ammoniet (grootte 6 cm)
Ammoniet (grootte 8 cm) Ammoniet (grootte 5 cm) Ammoniet (grootte 6 cm)
        
Tekst en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet