De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Ook stenen verslijten

Hoe hard gesteenten ook zijn, hoe hoog bergen rijzen, ooit blijft er niet veel meer van over dan zandkorreltjes of nog kleinere deeltjes. De natuur breekt op den duur alles af. Een van de belangrijkste gereedschappen bij die afbraak is de tijd. Jaar in jaar uit, eeuw na eeuw, op den duur moet alles zich gewonnen geven. Vaak kost het vele miljoenen jaren. Maar ook na enkele duizenden jaren is het resultaat van de slijtage al goed te zien. Een mooi voorbeeld daarvan ontdekte het Belemniet-team eind jaren 80 van de vorige eeuw bij Rijckholt in Zuid-Limburg (in 1989 gepubliceerd in het Natuurhistorisch Maandblad van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg).

Bij graafwerk voor het boerenbedrijf bleek de grond vol stenen te zitten. Stenen, waaronder werktuigen uit de prehistorie op akkers
Bij graafwerk voor het boerenbedrijf bleek de grond vol stenen te zitten. Stenen, waaronder werktuigen uit de prehistorie op akkers

Bij Rijckholt vond zo'n 5000 jaar geleden al vuursteenmijnbouw plaats. Van die vuursteen werden door de prehistorische mens werktuigen en wapens gemaakt. Naast die vuursteenmijnen heeft die omgeving nog iets ander bijzonders: de Maas heeft er in trappen (zogenaamde terrassen) een dal uitgesleten. De vuursteenmijnen liggen een stuk hoger dan het dorpje. In de loop der tijd is veel grond met afval van vuursteenbewerking en echt stenen gereedschap naar het lagere deel in de buurt van Rijckholt verspoeld. Bij het ploegen van percelen in die omgeving kwam dat vuurstenen materiaal aan de oppervlakte. Verbazingwekkend was dat dit materiaal er behoorlijk afgesleten uitzag. Je zou bijna zeggen dat het vele tienduizenden jaren of misschien nog wel ouder moest zijn. Alleen .... aan de soorten werktuigen zag je dat het uit die tijd van de vuursteenmijnen, zo'n 5000 jaar geleden, moest stammen. Direct in de buurt van de vuursteenmijnen worden ook werktuigen en afval van de vuursteenbewerking gevonden. Die stenen zien er echter helemaal niet afgesleten uit.

Vuurstenen scherven zonder slijtage Afgesleten vuurstenen scherf Afgesleten vuurstenen scherf
Vuurstenen scherven zonder slijtage Afgesleten vuurstenen scherf Afgesleten vuurstenen scherf
      
De afstand tussen niet afgesleten en behoorlijk afgesleten materiaal bedraagt hooguit 1 à 2 kilometer. Dit toont aan dat voor verwering van gesteenten (in dit geval slijtage) geen lange verweringstijd of transportweg nodig is. Wat die tijd betreft: we moeten ons goed realiseren dat die stenen werktuigen zo'n 5000 jaar oud zijn, maar dat de transporttijd (waarin de grootste slijtage plaatsvond) mogelijk maar enkele tientallen jaren of minder heeft bedragen. Tegenwoordig stromen tijdens zware onweersbuien met veel regen regelmatig grote hoeveelheden modder met daarin soms kleinere stenen helemaal vanuit de hogere delen tot in Rijckholt en Gronsveld. Grotere stenen doen er wat langer over. Langzaam maar zeker komen ze echter ook in de lagere gebieden terecht.

De modder is tot midden in het dorp Gronsveld gestroomd.
De modder is tot midden in het dorp Gronsveld gestroomd.

Praktijkvoorbeelden zoals dit geval doen zich eigenlijk overal en altijd voor. Je hoeft er alleen maar goed voor om je heen te kijken. Vaak maken deze dingen het onderzoek van de aarde en haar gesteenten nu net zo boeiend. (Gedeeltelijk eerder gepubliceerd in de Geo-graaf, Nederlandse Geologische Vereniging, afdeling Utrecht en 't Gooi, januari/februari 2008)

Tekst en foto's: Jan Weertz

© De Belemniet